Dit wetsvoorstel werd op 22†juli†2000 ingediend door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Hoogervorst†i.

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat het wenselijk is de termijn waarbinnen een uitvoeringsorgaan een beschikking op aanvraag op grond van socialeverzekeringswetten dient te geven op eenduidige wijze in de diverse wetten vast te leggen en waar mogelijk in vergelijking met de huidige situatie te verkorten en in verband daarmee een aantal wetten te wijzigen.

 

Stand van zaken

Procedure regeringswetsvoorstel

Rege­ring
Tweede
Kamer
Eerste
Kamer
Rege­ring
A
Voorbe≠reiding
V
Behan≠deling
W
Inwerking-
treding
R
Agenda
Voorstel
Wet
Recht
Kans om invloed uit te oefenen
Het wetsvoorstel is verheven tot wet (Wet beslistermijnen sociale verzekeringen†i).

Kerngegevens

Ingediend
22†juli†2000

Volledige titel
Wijziging aantal sociale verzekeringswetten ter verkorting van beslistermijnen bij beschikkingen op aanvraag (Wet beslistermijnen sociale verzekeringen)

Ondertekening memorie van toelichting

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. (Hans) Hoogervorst†i

Kamercommissies

Uit de memorie van toelichting

Op 1 januari 1994 traden de eerste twee tranches van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking. Daarin is onder meer geregeld dat indien in bijzondere wetten geen termijnen zijn opgenomen waarbinnen bestuursorganen een beschikking op aanvraag moeten nemen, deze binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag genomen moeten worden. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan niet binnen acht weken na de ontvangst heeft beslist, tenzij het bestuursorgaan voor die datum een kennisgeving heeft verzonden waarin de beslistermijn met een redelijke termijn wordt verlengd.

Voor inwerkingtreding van de eerste twee tranches van de Awb kenden de meeste socialeverzekeringswetten geen termijnen waarbinnen de uitvoeringsorganen een beschikking op een aanvraag moesten nemen. Ook bestonden geen rechtsmiddelen tegen het uitblijven van beschikkingen. Tijdens de voorbereiding van de eerste twee tranches Awb kwam dan ook de vraag op of het verstandig was in de sociale-verzekeringswetten aparte beslistermijnen neer te leggen, dan wel of volstaan kon worden met de redelijke termijn.

Ook toen al was het streven van het kabinet, voor de sociale verzekeringswetten zo kort mogelijke beslistermijnen te regelen. Het is immers evident dat werknemers, uitkeringsgerechtigden en werkgevers een groot belang hebben bij een snelle en goede besluitvorming. Aan de andere kant was (en is) het echter zaak de beslistermijnen zo vast te stellen, dat ze in het gros van de gevallen ook daadwerkelijk gehaald kunnen worden. Niemand is immers gebaat bij termijnen die op papier erg kort zijn, maar die in de praktijk telkens verlengd moeten worden omdat ze niet haalbaar zijn. Dit streven om te komen tot zo kort mogelijke, maar wel haalbare termijnen, heeft geleid tot een stelsel waarin als hoofdregel voor beschikkingen op grond van de meeste sociale verzekeringen een termijn van acht weken geldt. Deze termijn is gelijk aan de (maximale) redelijke termijn uit de Awb. Op deze hoofdregel is echter een groot aantal uitzonderingen gemaakt. In dat geval gaat het vaak om een beslistermijn van dertien weken. Voor de volksverzekeringen is de beslistermijn van dertien weken zelfs hoofdregel.

Besloten is indertijd om de beslistermijnen niet op te nemen in de sociale-verzekeringswetten zelf, maar deze tijdelijk neer te leggen in een algemene maatregel van bestuur (het Besluit beslistermijnen sociale verzekeringswetten; BBSV). Tijdens de beperkte werkingsduur van het besluit zou de uitvoerbaarheid kunnen worden getoetst en zou tevens kunnen worden onderzocht of de gestelde termijnen konden worden bekort. Nadat hierover uitsluitsel zou zijn verkregen, zouden de (zo mogelijk dus kortere) termijnen alsnog in de sociale verzekeringen zelf worden opgenomen, waarna het BBSV zou vervallen.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit op 1 januari 1999 zou gebeuren. Deze termijn is tweemaal verlengd, laatstelijk tot 1 januari 2001. Een belangrijke reden voor de eerste verlenging was de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving, zoals de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Het werd wenselijk geacht ook de beslistermijnen ingevolge deze nieuwe wetten eerst in de praktijk te beproeven. Hiertoe werd besloten het BBSV uit te breiden, en het geheel nog een jaar te laten bestaan. De reden voor het tweede uitstel was gelegen in het feit dat het introduceren van nieuwe beslistermijnen per 1 januari 2000, de met het oog op de millenniumwisseling benodigde automatiseringsaanpassingen zou kunnen doorkruisen.

Gevolg is, dat op dit moment in de sociale verzekeringswetten is opgenomen dat het BBSV op 1 januari 2001 zal vervallen. Uiterlijk op die datum dienen de beslistermijnen derhalve in die wetten te zijn opgenomen. Het voorliggende wetsvoorstel voorziet hierin.

Zoals altijd al de bedoeling is geweest, is bij de voorbereiding van dit wetsvoorstel nagegaan of de huidige beslistermijnen niet verkort kunnen worden. Uitgangspunt hierbij is geweest, dat alle termijnen worden gesteld op de redelijke termijn van de Awb (met dien verstande dat de paar termijnen die nu al korter zijn dan die redelijke termijn, korter blijven) en dat alleen indien een langere besluitvorming onontkoombaar is een langere beslistermijn wordt geregeld. In nauw overleg met medewerkers van de Sociale verzekeringsbank (SVb), het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en de uitvoeringsinstellingen (uviís; deze werken in opdracht van het Lisv) is nagegaan voor welke beschikkingen het laatste geldt, en hoe lang de bijbehorende beslistermijnen dan dienden te worden. De gesprekken verliepen in een constructieve sfeer. Ondanks het feit dat de uitvoering in de afgelopen periode te maken heeft gehad met omvangrijke en complexe wijzigingen van de sociale verzekeringswetten, die grote inspanningen hebben gevraagd, kon geconstateerd worden dat de tijdigheid van de besluitvorming een onderwerp is dat veel aandacht heeft. In de afgelopen jaren is door de uitvoering daarom al het nodige werk verzet om administratieve processen aan te passen en te verbeteren, met als gevolg dat een termijn van (maximaal) acht weken voor veel beschikkingen haalbaar is geworden.

In het voorliggende wetsvoorstel wordt dit dan ook beslecht door de meeste dertienweekstermijnen terug te brengen tot de redelijke termijn van de Awb. Voor een aantal termijnen was verkorting echter Ťcht niet mogelijk. In paragraaf 3 zal hier uitgebreid op worden ingegaan. Daarnaast kan het in individuele gevallen voorkomen dat de geldende (rede- lijke of andere) termijn Ė die op zich voor de betreffende soort beschikkingen door de bank genomen haalbaar is Ė niet gehaald kan worden. Het is wenselijk dat deze dan verlengd kan worden. Paragraaf 4 gaat in op de verlengingsmogelijkheden, die overigens ten opzichte van het BBSV beperkt zullen worden. Voor het overzicht wordt eerst in paragraaf 2 schematisch aangegeven welke termijnen nu gelden en tot welke termijnen deze straks zullen zijn teruggebracht.

Hoewel het wetsvoorstel in samenwerking met medewerkers van de uitvoeringsorganisaties is uitgewerkt, is het ook nog voor een toets op de uitvoerbaarheid aan de SVb en het Lisv voorgelegd. Tegelijkertijd is het voor een toezichtbaarheidstoets naar het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) gezonden.

Het Ctsv is van opvatting, dat het regelen van een vaste (zij het te verlengen) wettelijke termijn de voorkeur verdient boven de ęredelijke termijnĽ die ingevolge het wetsvoorstel in de verschillende wetten wordt opgenomen. Deze ęredelijke termijnĽ, zo merkt het College terecht op, bedraagt maximaal acht weken en kan verlengd worden met een volgende redelijke termijn, waarvan de duur, aldus het College, niet nader is bepaald. Enerzijds is het College voorstander van een vaste termijn, omdat dit de duidelijkheid (en rechtszekerheid) ten goede komt, zowel voor de aanvrager en de betrokken uitvoeringsorganisatie, als voor de toezichthouder die een oordeel moet geven over de recht- en doelmatigheid van de wijze waarop uitvoeringsinstanties aanvragen afhandelen. Anderzijds wijst het College er op, dat de Awb lijkt uit te gaan van vaste termijnen met de redelijke termijn als vangnet, terwijl het wetsvoorstel juist uitgaat van de redelijke termijn.

In reactie hierop kan allereerst worden opgemerkt dat het stelsel dat het Ctsv voorstaat, namelijk vaste termijnen met een (algemene) verlengingsmogelijkheid, niet past binnen het algemene Awb-kader zoals dat is opgenomen in het wetsvoorstel Eerste evaluatiewet Awb (kamerstukken II 1998/99, 26 523, nrs 1Ė3). Dat wetsvoorstel, waarover meer in het nader rapport (punten 2b en 3), gaat er immers van uit dat vaste termijnen niet verlengd kunnen worden, terwijl redelijke termijnen met redelijke termijnen verlengd kunnen worden. In het voorliggende wetsvoorstel is uiteraard aansluiting gezocht bij dit algemene kader. Ten tweede kan worden opgemerkt, dat ingevolge het voorliggende wetsvoorstel in iedere sociale-verzekeringswet een bepaling wordt opgenomen waarin telkens wordt geŽxpliciteerd dat de redelijke termijn in ieder geval na acht weken verstreken is (tenzij voor die datum is verlengd). Hiermee wordt wat betreft helderheid jegens de cliŽnt, het uitvoeringsorgaan en de toezichthouder hetzelfde bereikt als met een vaste termijn van acht weken (plus verlengingsmogelijkheid).

(...)

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel werden twee nota's van wijziging en vier amendementen ingediend.

Moties

Bij dit dossier werd in de Tweede Kamer een motie ingediend.

Documenten

(25 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

1 25†april†2003, brief, nr. 205     KST67893
Brief minister met een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de beslistermijnen in de praktijk
publicatie: 7†mei†2003
 
1 6†juli†2001, notitie, nr. 123e     KST54666
Brief staatssecretaris met een notitie inzake schadevergoedingsmogelijkheden
publicatie: 18†juli†2001
 
1 21†mei†2001, brief, nr. 123d     KST54017
Brief staatssecretaris over de tijdigheidscijfers van de SVb en het Lisv
publicatie: 25†juni†2001
 
1 23†januari†2001, behandeling, pag. 688-694     HAN7209A12
Voortzetting van de behandeling van: - het wetsvoorstel Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten ter verkorting van beslistermijnen bij beschikkingen op aanvraag (Wet beslistermijnen sociale verzekeringen) (27248)†
vergadering: 19†december†2000
 
1 23†januari†2001, behandeling, pag. 673-678     HAN7209A05
Behandeling van: - het wetsvoorstel Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten ter verkorting van beslistermijnen bij beschikkingen op aanvraag (Wet beslistermijnen sociale verzekeringen) (27248)†
vergadering: 19†december†2000
 
1 12†december†2000, eindverslag, nr. 123c     KST50262
Eindverslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
publicatie: 14†december†2000
 
1 8†december†2000, memorie van antwoord, nr. 123b     KST50127
Memorie van antwoord
publicatie: 12†december†2000
 
1 5†december†2000, voorlopig verslag, nr. 123a     KST50079
Voorlopig verslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
publicatie: 8†december†2000
 
2 4†december†2000, stemming(en), pag. 2223-2223     HAN7187A08
Stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten ter verkorting van beslistermijnen bij beschikkingen op aanvraag (Wet beslistermijnen sociale verzekeringen) (27248), en over: - de motie-Schimmel c.s. over de beslistermijn voor het verlenen van subsidie aan niet-scholingsinstituten (27248, nr. 10)†
vergadering: 23†november†2000
 
2 30†november†2000, brief, nr. 16     KST50015
Brief staatssecretaris over experimenten claimbeoordeling WAO die gaande zijn bij de uvi's en waarbij niet-medici worden ingeschakeld
publicatie: 7†december†2000
 
2 23†november†2000, verslag van een wetgevingsoverleg, nr. 15     KST49680
Verslag wetgevingsoverleg over beslistermijnen sociale verzekeringen en vrijwillige verzekering AOW en ANW
publicatie: 28†november†2000
 
1 23†november†2000, gewijzigd voorstel van wet, nr. 123     KST49773
Gewijzigd voorstel van wet
publicatie: 1†december†2000
 
2 22†november†2000, brief, nr. 13     KST49590
Brief staatssecretaris waarin de bezwaren tegen het schadevergoedingsamendement (kamerstuk 27248, nr. 9) uiteen worden gezet
publicatie: 27†november†2000
 
2 21†november†2000, amendement, nr. 12     KST49555
Amendement om de aanvrager expliciet op de hoogte te brengen van de mogelijkheid om in bezwaar of beroep te gaan
publicatie: 24†november†2000
 
2 21†november†2000, amendement, nr. 11     KST49556
Amendement over het in kennis stellen van de aanvrager van verlenging van de termijn en de nieuwe redelijke termijn die dan geldt
publicatie: 24†november†2000
 
2 20†november†2000, amendement, nr. 9     KST49557
Amendement over schadevergoeding bij schade die ontstaat als een aanvrager langer dan gebruikelijk moet wachten op een uitkering
publicatie: 24†november†2000
 
2 20†november†2000, motie, nr. 10     KST49481
Motie over het verkorten van de beslistermijn voor het verlenen van subsidie aan niet-scholingsinstituten
publicatie: 23†november†2000
 
2 16†november†2000, amendement, nr. 8     KST49558
Amendement om per 1 januari 2004 redelijke beslistermijnen van maximaal 8 weken te laten gelden voor een aantal beschikkingen
publicatie: 24†november†2000
 
2 20†oktober†2000, nota van wijziging, nr. 7     KST48620
Nota van wijziging
publicatie: 24†oktober†2000
 
2 20†oktober†2000, nota naar aanleiding van het verslag, nr. 6     KST48619
Nota n.a.v. het verslag
publicatie: 24†oktober†2000
 
2 10†oktober†2000, verslag, nr. 5     KST48410
Verslag over het voorbereidend onderzoek van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
publicatie: 16†oktober†2000
 
2 6†oktober†2000, nota van wijziging, nr. 4     KST48331
Nota van wijziging
publicatie: 10†oktober†2000
 
2 22†juli†2000, advies Raad van State en nader rapport, nr. A     KST47444
Advies en nader rapport
publicatie: 9†augustus†2000
 
2 22†juli†2000, memorie van toelichting, nr. 3     KST47443
Memorie van toelichting
publicatie: 9†augustus†2000
 
2 22†juli†2000, voorstel van wet, nr. 1-2     KST47441
Voorstel van wet
publicatie: 9†augustus†2000
 

Wetten die gewijzigd worden door dit wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel past 13 wetten aan.

Woordvoerders

Eerste termijn Eerste Kamer

J. (Hannie) van Leeuwen 19-12-2000 CDA J. (Hannie) van Leeuwen†i
R.Ch. (Ruud)  Hessing 19-12-2000 D66 R.Ch. (Ruud) Hessing†i
M.F. (Ria)  Jaarsma 19-12-2000 PvdA M.F. (Ria) Jaarsma†i
P. (Paula)  Swenker 19-12-2000 VVD P. (Paula) Swenker†i
J.F. (Hans)  Hoogervorst 19-12-2000 Staatssecretaris J.F. (Hans) Hoogervorst†i

Tweede termijn Eerste Kamer

J. (Hannie) van Leeuwen 19-12-2000 CDA J. (Hannie) van Leeuwen†i
R.Ch. (Ruud)  Hessing 19-12-2000 D66 R.Ch. (Ruud) Hessing†i
M.F. (Ria)  Jaarsma 19-12-2000 PvdA M.F. (Ria) Jaarsma†i
P. (Paula)  Swenker 19-12-2000 VVD P. (Paula) Swenker†i
J.F. (Hans)  Hoogervorst 19-12-2000 Staatssecretaris J.F. (Hans) Hoogervorst†i

Verwante dossiers

Aan dit dossier is het volgende trefwoord toegekend: Sociale verzekeringen.

Andere bronnen

Disclaimer

Dit dossier is automatisch samengesteld en wordt zo nodig iedere 1 ŗ 2 uur geactualiseerd. Aan de technische programmering is veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.