Voorlopig verslag - Regels betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot verkrijging van rechten op WAO-uitkeringen door werknemers (Wet instroomcijfers WAO)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2001–2002 Nr. 303a

28 159

Regels betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot verkrijging van rechten op WAO-uitkeringen door werknemers (Wet instroomcijfers WAO)

1 Samenstelling: Ginjaar (VVD), Jaarsma (PvdA), Van Leeuwen (CDA), Van den Berg (SGP), Hofstede (CDA), Bierman (OSF), Hessing (D66), Ruers (SP), Wolfson (PvdA) (plv. voorzitter), De Vries (ChristenUnie), Lodders-Elfferich (CDA), Swenker (VVD), Kneppers-Heijnert (VVD) (voorzitter) en De Wolff (GL).

VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR

SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID1

Vastgesteld: 17 mei 2002

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

De leden van de CDA-fractie hadden met gemengde gevoelens kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel, alsmede van de gewisselde stukken met de Tweede Kamer inclusief de plenaire behandeling. Enerzijds worden alle maatregelen die de WAO-instroom kunnen terugbrengen toegejuicht, anderzijds moet wel duidelijk vaststaan, dat met een beoogde maatregel dit resultaat metterdaad wordt bereikt. Naar het gevoel van deze leden is op de gestelde vragen in de Tweede Kamer een onvolledig en niet toereikend antwoord gekomen, waardoor de noodzaak voor openbaarmaking van de WAO-instroomcijfers nog steeds onvoldoende is aangetoond. Hierdoor gaan de kwalijke neven-effecten (ongenuanceerde publiciteit, e.d.) een grotere rol spelen en moet zelfs de vraag worden gesteld of de voorgestelde maatregel niet contraproductief zal werken?

Immers, wanneer metterdaad uitsluitend de doelstelling is om werkgevers en werknemers een vergelijkend inzicht te bieden in de WAO-instroom-percentages van het eigen bedrijf in vergelijking tot andere bedrijven binnen en buiten de sector, opdat gericht activiteiten kunnen worden ondernomen, dan kunnen werkgevers èn werknemers hierover toch ook wel op een andere manier worden geïnformeerd zonder dat tot openbaarmaking, o.a. via internet, behoeft te worden overgegaan. Zo lang aan de CDA-fractie niet overtuigd kan worden aangetoond, dat demotiverende preventieve werking om instroom naar de WAO te beperken onvoldoende tot zijn recht komt bij een strikte uitvoering van de Wet Verbetering Poortwachter, is al weer een nieuwe maatregel nauwelijks gerechtvaardigd. De bezwaren van de Raad van State die heroverweging heeft aanbevolen zijn in feite eveneens niet ontkracht. Op zijn minst zou moeten worden ingegaan op de genoemde ingrijpende gevolgen. In het kader van de per 1 april jl. in werking getreden Wet Verbetering poortwachter zal jaarlijks met de premiebeschikking (Pemba) branchevergelijkende informatie worden verstrekt aan zowel werkgevers als werknemers. Binnen de sector is vergelijking dus mogelijk. Kan dit inzicht buiten de sector niet op dezelfde wijze worden verstrekt? Kortom, wat is nodig om de zoet-zuur-informatie hiermede uit te breiden? Moet hieraan niet verre de voorkeur worden gegeven boven de nu voorgestelde maatregel met een mogelijk disproportionele werking, die onbegrip en gebrek aan samenwerking in de hand kan werken?

Is het waar, dat de werkgever zich tegen het gepubliceerde instroom-percentage kan en mag verweren met tegenpublicaties? De vragen naar de behoefte aan openbaarmaking binnen de vakbeweging worden eveneens wel zeer summier afgedaan. Deze behoefte is immers niet nader onderzocht, er wordt slechts verwezen naar brieven, die om méér informatie vragen, niet om openbaarmaking. Aangezien bij de jaarlijkse rapportage geen rekening zal worden gehouden met omgevingsfactoren, die de instroom in de WAO kunnen beïnvloeden en er eveneens uitdrukkelijk zal worden gewezen op het feit, dat de WAO-instroomcijfers geen inzicht bieden in de oorzaken van de mate van arbeidsongeschiktheid of het gevoerde beleid van een werkgever, rees bij deze leden dan toch de vraag of er juist hierdoor niet meer de indruk van een strafmaatregel wordt gevestigd, die koste wat kost moet worden doorgezet. Deze leden wilden erop aandringen deze nieuwe maatregel ook om die reden nu niet in te voeren, maar te wachten op de uitkomsten van de Wet verbetering poortwachter. Dit temeer, aangezien de ook door de vakbeweging gevraagde informatie door uitbreiding van de zoet-zuur-informatie kan worden verkregen. Zijn of worden er in de concept-ministeriële regeling nog wijzigingen aangebracht? Zo ja, welke?

De leden van de CDA-fractie wilden ook gaarne een toelichting op de zinsnede «overigens kan, indien de eerste ervaringen met het openbaar maken van de WAO-gegevens daartoe aanleiding geven, deze grens naar boven of beneden worden bijgesteld». Wat heeft deze grens op zich te maken met de openbaarmaking?

Tenslotte wilden deze leden gaarne vernemen welk bedrag is gemoeid met de noodzakelijke verwerkingsslag van de gegevens. Of met andere woorden, van welke omvang zal de aangekondigde beperkte stijging van de uitvoeringskosten als gevolg van deze maatregel zijn?

De leden van de VVD-fractie hadden met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel maar hadden nog wel vragen.

Er zijn werkgevers die in het kader van reïntegratie inspanningen werknemers uit andere bedrijven een kans bieden door hen passend werk te bieden, teneinde te voorkomen dat deze werknemers in de WAO terecht komen. Deze werkgevers lopen hierdoor toch een groter risico dat deze werknemer het niet aan kan en alsnog in de WAO terechtkomt, dan indien zij mensen werven uit de reguliere arbeidsmarkt. Hetzelfde geldt indien zij mensen met een arbeidshandicap in dienst nemen of iemand die voorheen een WAO-uitkering genoot. Bovendien zou het zeer nuttig kunnen zijn om te weten of de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van situaties in de privé situatie zoals, sport, verkeer, ongeval thuis of zwangerschap, dan wel hun oorzaak vinden in het werk, zoals fysieke oorzaak, psychische oorzaak of wegens reorganisatie dan wel arbeidsconflict.

Indien uit de instroom cijfers van de WAO niet blijkt dat de cijfers uitgesplitst kunnen worden in die zin dat duidelijk wordt om welke categorieën van werknemers het gaat, zou dit kunnen leiden tot demotivatie van werkgevers om bijvoorbeeld de arbeidsgehandicapten (weer) een kans te geven.

Het apart benoemen van deze groepen zou bovendien leiden tot een grotere accuratesse van het cijfermateriaal, die van belang kan zijn voor (toekomstig) beleid.

Kan de regering aangeven of zij voornemens is het UWV te vragen de verschillende groepen apart te registreren en hiermee rekening te houden bij het opstellen van de instroomcijfers?

De leden van de PvdA-fractie waren niet overtuigd door de opvatting dat een nadere detaillering van de instroomcijfers naar de mate van arbeidsongeschiktheid en de al dan niet geslaagde reïntegratie ongewenst zou zijn. Juist waar het gaat om bedrijfsvergelijking is het zaak om geen appels met peren te vergelijken. Voor het identificeren van succesvolle strategieën van preventie en reïntegratie is het van belang om te weten in hoeverre bedrijven er in slagen om de instroom te beperken tot gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en in welke mate de reïntegratie succes heeft. Beide gegevens moeten bij het UWV bekend zijn. Kan de regering in haar antwoord tevens aangeven of er administratieve belemmeringen zijn voor het UWV om deze gegevens publicabel te krijgen en zo ja, waaruit deze dan bestaan?

De voorzitter van de commissie, Kneppers-Heijnert

De griffier van de commissie, Nieuwenhuizen

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.