Amendement dat ertoe stekt dat de vervolguitkering WW voor werknemers vanaf 57,5 jaar wordt gehandhaafd - Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2003–2004

29 268

Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering

Nr. 8

AMENDEMENT VAN HET LID NOORMAN-DEN UYL

Ontvangen 17 november 2003

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In de beweegreden wordt na «Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de werkloosheidslasten terug te dringen en mitsdien de vervolguitkering af te schaffen» ingevoegd: voor werknemers die op de eerste dag van werkloosheid jonger zijn dan 57,5 jaar.

II

Artikel I komt te luiden:

Artikel I. Wijziging Werkloosheidswet

De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 48 komt te luiden:

Artikel 48

Zodra het einde van de loongerelateerde uitkering is bereikt gaat, voor de werknemer die op de eerste dag van werkloosheid 57,5 jaar of ouder is, de vervolguitkering in.

B

Artikel 49 komt te luiden:

Artikel 49

De duur van de vervolguitkering is drieënhalf jaar.

Artikel 52b, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. 
    Na de eerste zin wordt een zin toegevoegd luidende: Voor de werknemer, die uitsluitend recht heeft verkregen op loongerelateerde uitkering en voor wie de resterende duur van het recht op loongerelateerde uitkering bij herleving korter is dan zes maanden, ontstaat in afwijking van de eerste zin recht op uitkering, nadat de geldende duur van die loongerelateerde uitkering is verstreken en met inachtneming van de overige voorwaarden daarvoor, voor het aantal arbeidsuren waarover het recht op loongerelateerde uitkering is geëindigd en bedraagt de duur van die uitkering zes maanden verminderd met de duur van de herleefde loongerelateerde uitkering.
  • 2. 
    In de nieuwe derde zin wordt «Tevens ontstaat geen recht op uitkering indien, na toepassing van de vorige volzin» vervangen door: Geen recht op uitkering ontstaat indien, na toepassing van de eerste of tweede zin.

D

Aan hoofdstuk XB wordt een artikel waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat hoofdstuk toegevoegd, luidende:

  • 1. 
    Hoofdstuk IIA, Afdeling III, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de wet van (datum) tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering voor werknemers die op de eerste dag van werkloosheid jonger zijn dan 57,5 jaar (Stb ...), blijft van toepassing op een recht op uitkering:
  • a. 
    waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 11 augustus 2003;
  • b. 
    ontstaan als gevolg van eindiging van de dienstbetrekking door opzegging, indien de aanzegging van de opzegging heeft plaatsgevonden voor de in onderdeel a genoemde datum;
  • c. 
    ontstaan als gevolg van ontbinding door de rechter van de dienstbetrekking, indien de datum waarop de ontbinding is uitgesproken is gelegen voor de in onderdeel a genoemde datum.
  • 2. 
    De artikelen 48 en 49, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de persoon:
  • a. 
    die voor 11 augustus 2003 recht op uitkering op grond van deze wet had, welk recht eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van de artikelen 43 en 50 zou hebben geduurd;
  • b. 
    op wie het eerste lid, onderdeel b of c van toepassing is, en wiens recht als bedoeld in dat lid eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van de artikelen 43 en 50 zou hebben geduurd.
  • 3. 
    Met opzegging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gelijkgesteld, ontslag als bedoeld in de artikelen 93 en 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een overeenkomstige bepaling van een soortgelijke regeling.

C

III

Artikel III komt te luiden:

Artikel III. Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

In artikel 2, onderdeel a, ten derde, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt na «hoofdstuk IIa» ingevoegd: , afdeling 2,.

Toelichting

Met dit amendement wordt de vervolguitkering WW voor oudere werknemers die op de eerste dag van de werkloosheid 57,5 jaar of ouder zijn gehandhaafd. Daarvoor geldt de overweging dat na een lang arbeidzaam leven en een onvrijwillig ontslag een beroep op de bijstand (IOAW) als onbillijk beschouw moet worden evenals het verlies van enige uitkering indien men een verdienende partner heeft. Voorkeur heeft een voorliggende voorziening zoals de WW-vervolguitkering die door de sociale partners gefinancierd wordt.

Voorts is het overgangsrecht technisch aangepast.

Idien dit amendement wordt aangenomen komt het opschrift luiden: Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering voor werknemers jonger dan 57,5 jaar.

Noorman-den Uyl

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.