Nota van wijziging - Regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Vergaderjaar 2003–2004

29 529

Regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen)

Nr. 8

NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 juni 2004

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1.1 worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel t door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • u. 
    loontijdvak: het loontijdvak, bedoeld in artikel 25, eerste en vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;
  • v. 
    premiebetalingstijdvak: het kalenderjaar.

B

Artikel 3.1.1 wordt vervangen door: §1Het loonbegrip

Artikel 3.1.1.1 Loon

  • 1. 
    Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder loon verstaan:
  • a. 
    het loon overeenkomstig Hoofdstuk II van de Wet op de loonbelasting 1964 waarbij van dat hoofdstuk buiten toepassing blijven:

1°. artikel 11, eerste lid, onderdelen j, onder 2° en 5°, en r, onder 4°, 2°. artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 4°, voorzover het bedragen betreft die worden ingehouden op grond van de Werkloosheidswet;

  • b. 
    voor de artiest en beroepssporter, bedoeld in artikel 5a van de Wet op de loonbelasting 1964, de gage overeenkomstig artikel 35van die wet waarbij het derde lid, onderdeel g, van dat artikel buiten toepassing blijft voorzover het bedragen betreft die worden ingehouden op grond van de Werkloosheidswet.
  • 2. 
    Tot het loon behoren niet:
  • a. 
    hetgeen uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 wordt genoten met uitzondering van:

1°. de uitkeringen en toeslag, genoemd in het derde lid en vierde lid, en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat,

2°. hetgeen wordt genoten op grond van de artikelen 628, 628a en 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, en de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat;

  • b. 
    eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen b tot en met g, van de Wet op de loonbelasting 1964;
  • c. 
    aanspraken op grond van de Ziekenfondswet alsmede vergoedingen ter zake van premies en bijdragen voor ziektekostenregelingen, uitkeringen en verstrekkingen die naar aard en omvang overeenkomen met uitkeringen en verstrekkingen op grond van de Ziekenfondswet;
  • d. 
    uitkeringen op grond van een regeling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel j, onder 5°, van de Wet op de loonbelasting 1964.
  • 3. 
    De uitkeringen en de toeslag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, zijn:
  • a. 
    een uitkering op grond van de verplichte verzekering op grond van de Ziektewet, de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de verplichte verzekering dan wel hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet;
  • b. 
    een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg;
  • 4. 
    De toeslag die de werknemer die geen ziekengeld op grond van artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet ontvangt, ontvangt op grond van de Toeslagenwet, wordt voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, geacht een uitkering te zijn.

Artikel 3.1.1.2 Maximum premieloon

  • 1. 
    Bij de berekening van het loon, waarnaar de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven, blijft het loon dat bij dezelfde werkgever meer heeft bedragen dan een door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het premiebetalingstijdvak, voor dat meerdere buiten aanmerking.
  • 2. 
    Bij de berekening van het loon, waarnaar de premie op grond van afdeling 2 van dit hoofdstuk wordt geheven, blijft, wat betreft het door de werkgever en door de werknemer verschuldigde gedeelte van het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheids-fonds, het bij dezelfde werkgever genoten loon buiten aanmerking tot een door Onze Minister vastgesteld bedrag vermenigvuldigd met het aantal loontijdvakken van het premiebetalingstijdvak. Het bedrag, bedoeld in de eerste zin, kan voor de werkgever en voor de werknemer verschillend worden vastgesteld.
  • 3. 
    De bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden vastgesteld voor loontijdvakken waarvoor Onze Minister dit nodig acht. Indien een wijziging ingaat op een ander tijdstip dan 1 januari, vindt de vaststelling plaats in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.
  • 4. 
    Indien voor een werknemer die van verschillende werkgevers loon heeft genoten premie is betaald over een hoger loonbedrag dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt op aanvraag van werkgever dan wel werknemer door de inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, bij voor bezwaar vatbare beschikking het bedrag van de teveel betaalde premie vastgesteld. Bij die vaststelling wordt het voor de premieheffing in aanmerking komende loon berekend naar evenredigheid van het ten laste van die werkgevers genoten loon, en blijft bij de berekening van het loon waarnaar de premie op grond van afdeling 2 van dit hoofdstuk, bedoeld in het tweede lid, wordt geheven, het voor premieberekening in aanmerking komende loon buiten aanmerking tot een evenredig deel van het bedrag, bedoeld in het tweede lid.
  • 5. 
    Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld voor de vaststelling van het voor premieberekening in aanmerking komende loon bij samenloop van loon dat gelijktijdig wordt genoten uit een dienstbetrekking in de zin van de Wet op de Loonbelasting 1964 en uit een vroegere dienstbetrekking in de zin van die wet dan wel bij het gelijktijdig genieten van meer dan één uitkering of toeslag als bedoeld in artikel 3.1.1.1, derde en vierde lid. In de te stellen regels wordt uitgegaan van een totaal loonbedrag, dat niet hoger is dan het bedrag in het eerste lid, waarbij niet meer dan één keer rekening wordt gehouden met dat bedrag.
  • 6. 
    Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere en zo nodig van de vorige leden afwijkende regels worden gesteld.

Artikel 3.1.1.3 Herziening maximumpremieloon

  • 1. 
    Het bedrag, bedoeld in artikel 3.1.1.2, eerste lid, wordt herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Wet minimumloon en minimum-vakantiebijslag wordt herzien.
  • 2. 
    De dag, bedoeld in het eerste lid, en het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag worden door Onze Minister in de Staatscourant bekend gemaakt.
  • 3. 
    Het overeenkomstig het eerste lid herziene bedrag treedt in de plaats van het bedrag, bedoeld in artikel 3.1.1.2, eerste lid.
  • 4. 
    Uitsluitend voor de berekening van het loon waarnaar de premies worden geheven, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 3.1.1.2, eerste lid, afgerond op hele euro naar beneden en blijft het bedrag zoals dat geldt per 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat hele kalenderjaar van kracht.

Artikel 3.1.1.4 Buiten toepassing laten artikel 3.1.1.2

Ingeval een werknemer in het premiebetalingstijdvak zijn naam, adres of woonplaats niet aan de werkgever heeft verstrekt dan wel zijn identiteit niet is vastgesteld en niet is opgenomen in de administratie overeenkomstig artikel 28, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964, alsmede ingeval de werknemer ter zake onjuiste gegevens heeft verstrekt en de werkgever dit weet of redelijkerwijs moet weten, blijft artikel 3.1.1.2, eerste tot en met derde lid, buiten toepassing bij de berekening van het loon waarnaar de premies op grond van dit hoofdstuk worden geheven.

C

Voor artikel 3.1.2 wordt ingevoegd: §2Inhouding en verbod van verhaal en dat artikel wordt genummerd: 3.1.2.1.

D

Voor artikel 3.1.3 wordt ingevoegd: §3Uitzondering premieplichten dat artikel wordt genummerd: 3.1.3.1.

E

Voor artikel 3.1.4 wordt ingevoegd: §4Premiewijziging anders dan per 1 januarien dat artikel wordt genummerd: 3.1.4.1.

F

In artikel 3.5.2.2, zesde lid, wordt «artikel 9, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering» vervangen door: artikel 3.1.1.2, tweede lid,.

G

In artikel 6.2.3.1, derde lid, wordt «artikel 9, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering» vervangen door: artikel 3.1.1.2, tweede lid,.

H

Artikel 7.3.1.8, onderdeel j, wordt vervangen door:

  • j. 
    de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 7.3.1.16 ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.

I

Artikel 7.3.1.16, eerste lid, onderdeel n, wordt vervangen door: n. de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 3.2.2.1 en in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet.

Toelichting

OnderdelenAtot en met G

In verband met de intrekking van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) wordt een aantal nog relevante artikelen uit de CSV overgenomen in de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Het gaat om de bepalingen in de CSV, zoals ze komen te luiden nadat de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten in werking is getreden. Het loonbegrip (artikel 4 CSV) wordt opgenomen in artikel 3.1.1.1 Wfsv. De artikelen 9 en 9a CSV, zoals deze zijn voorgesteld in het voorstel van Invoeringswet Wfsv, vinden hun weerslag in artikel 3.1.1.2 respectievelijk 3.1.1.3 en het voorgestelde artikel 9b, dat de Invoeringswet Wfsv aan de CSV zou worden toegevoegd is als artikel 3.1.1.4 in de Wfsv opgenomen. Inhoudelijk betreft dit dus geen wijzigingen. Voorzover het loonbegrip van belang is voor de premieheffing Ziekenfondswet zijn de bepalingen in de Ziekenfondswet daarop aangepast in het voorstel van Invoeringswet Wfsv.

Artikel 3a van de CSV voorzag er in, dat over de uitkeringen ook premies werknemersverzekeringen worden geheven. In artikel 3.1.1.1, tweede, derde en vierde lid is geregeld, dat uitkeringen en toeslagen tot het loon behoren en dus de maatstaf vormen voor de premieheffing. Voorts is al in hoofdstuk 3 van de Wfsv geregeld, dat de premie is verschuldigd door de werkgever en/of de werknemer. De werknemer is de werknemer in de zin van de ZW, WW en WAO. In die wetten is bepaald, dat degene, die een uitkering op grond van die wetten ontvangt mede als werknemer wordt beschouwd. Dat de uitkeringsinstantie de werkgever is blijkt ook uit de werknemersverzekeringswetten. Op deze wijze wordt, op andere wijze dan via de gelijkstelling met het begrip dienstbetrekking in artikel 3a CSV, in de Wfsv bereikt dat over de uitkeringen en toeslagen premies werknemersverzekeringen wordt geheven.

OnderdelenHen I

Dit betreft aanpassingen aan de Wet kinderopvang. Met de inwerkingtreding van die wet wordt de tegemoetkoming van kosten van kinderopvang aan ouders, die een WW-uitkering ontvangen, geregeld in die wet in plaats van in de WW.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A. J. de Geus

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.