13547 nl - wetsvoorstel
Wijziging van de Arbeidswet 1919 (Jongerenstatuut)

Dit wetsvoorstel werd op 3 september 1975 ingediend door de minister van Sociale Zaken, Boersma i.

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat het wenselijk is de bepalingen in de Arbeidswet 1919 ten aanzien van jeugdige personen te vervangen door een jongerenstatuut.

Stand van zaken

Procedure regeringswetsvoorstel

Rege­ring
Tweede
Kamer
Eerste
Kamer
Rege­ring
A
Voorbe­reiding
V
Behan­deling
W
Inwerking-
treding
R
Agenda
Voorstel
Wet
Recht
Kans om invloed uit te oefenen
Het wetsvoorstel is verheven tot wet.

Kerngegevens

Ingediend
3 september 1975

Volledige titel
Wijziging van de Arbeidswet 1919 (Jongerenstatuut)

Ondertekening memorie van toelichting

De minister van Sociale Zaken, J. (Jaap) Boersma i

Uit de memorie van toelichting

Dit ontwerp van wet tot wijziging van de Arbeidswet 1919 is een der maatregelen welke reeds werden aangekondigd in de Nota inzake onderwijs-en arbeidsmaatregelen voorwerkende jongeren (zitting 1970-1971, 10904). De realisering van het daarin ontvouwde plan heeft een wettelijke aanzet gevonden in de wet van 6 mei 1971, Stb. 356, houdende wijziging onder meer van de Leerplichtwet 1969 en van de Arbeidswet 1919, die per 1 augustus 1971 in werking is getreden. De genoemde wijziging van de Arbeidswet 1919 is complementair aan de onderwijsmaatregelen welke in de gewijzigde Leerplichtwet 1969 zijn vervat. Het thans ingediende wetsvoorstel is te beschouwen als een volgende stap inzake de arbeidsbescherming van de jeugd in het kader van de geleidelijke verwezenlijking van het plan. Het hieraan voorafgaande voorontwerp bevatte een meer ingrijpende wijziging. Bij de voorbereiding van dat voorontwerp zijn in het bijzonder richtsnoer geweest de aanbevelingen, gedaan in het op 16 december 1970 uitgebrachte eindverslag van de Gespreksgroep Jongerenstatuut en de EEG -Aanbeveling van 31 januari 1967 (Publikatieblad der EEG van 15 februari 1967, 10e jaargang, nr. 25) inzake de arbeidsbescherming voor jeugdige personen, terwijl tevens rekening is gehouden met de Aanbeveling van de Raad van Europa van 18 februari 1972. In het kader van dit voorontwerp, dat op 26 juni 1972 aan de Sociaal-Economische Raad om advies werd aangeboden, werd voorts gedacht aan een aantal nieuwe regels ten aanzien van de begeleiding van jongeren en van jongerenreglement. De SER heeft gemeend dat omtrent het vorenstaande nog diepgaand overleg in het georganiseerde bedrijfsleven en met de desbetreffende jongerenorganisaties nodig was. De Raad heeft een en ander kenbaar gemaakt in een interimadvies dd. 21 juni 1974 waarin advies is uitgebracht omtrent het eerste deel van het voorontwerp dat thans afzonderlijk wordt aangeboden. In het wetsontwerp zijn, in het belang van de jeugdigen, een aantal hoofdbepalingen verscherpt. Voorts beoogt het wetsontwerp door samenvoeging in één hoofdstuk van de thans nog over de hoofdstukken II, III en IV verspreid voorkomende regelingen betreffende jeugdige personen in de Arbeidswet 1919 een eenvoudiger, overzichtelijker samenstel van bepalingen te verkrijgen, dat daardoor naar verwacht mag worden in de praktijk gemakkelijker hanteerbaar zal zijn. Deze herziening is in samenhang met nog nader tot stand te brengen onderwijsmaatregelen slechts een kleine stap in het geheel van maatregelen Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13547, nrs. 1-3

betreffende de werkende jongeren. Het ontwerp, waarmede een tijdelijke regeling wordt beoogd, gaat nog uit van de werknemersstatus. Realisering van de beoogde leerlingstatus zal zijn beslag vinden in aanpassing van de wetgeving. Het opschrift van het vernieuwde hoofdstuk II van de Arbeidswet 1919 luidt: 'Jongerenstatuut'. Het woord jongerenstatuut wil uitdrukken dat wij te maken hebben met een geheel van rechten en verplichtingen die specifiek zijn voor de jongeren, werkzaam in de onderneming. De in het nieuw ontworpen hoofdstuk II geregelde materie betreft de volgende voorschriften: § 1: het verbod van kinderarbeid (ontleend aan de huidige artikelen 9 en 9a); § 2: arbeid in verband met het onderwijs (te vergelijken met de huidige artikelen 12 en 12a); § 3: arbeids-en rusttijden (samentrekking en modernisering van de thans in hoofdstuk IV van de Arbeidswet 1919 en haar uitvoeringsbesluiten verspreid liggende werktijdregelingen); § 4: bijzondere voorschriften inzake gezondheid en veiligheid (het huidige artikel 10 echter in § 4 beperkt tot jeugdige personen). Ten aanzien van de leeftijdsgrenzen van jeugdige personen, waaromtrent de paragrafen 2 tot en met 4 voorschriften geven, moge worden opgemerkt dat het in die paragrafen gaat om personen in de leeftijd van gemiddeld I6V2 jaartot gemiddeld I8V2 jaar (zie de nieuwe begripsomschrijving van 'jeugdige personen' in artikel 8, eerste lid, onder d, van de Arbeidswet 1919, voorgesteld in artikel I, onder B, van het ontwerp). Binnen deze leeftijdsgrenzen wordt in het ontwerp een onderscheid in leeftijd gemaakt in verband met het partieel onderwijs dat de jeugdige personen volgen met name voorzover dat partieel onderwijs ingevolge artikel 4c van de Leerplichtwet 1969 verplicht is gesteld. De samenvoeging in het nieuwe hoofdstuk II van alle op jeugdige personen betrekking hebbende materiële bepalingen brengt met zich het doen vervallen van alle in hoofdstuk IV van de Arbeidswet 1919 voorkomende bepalingen en de krachtens dat hoofdstuk vastgestelde voorschriften, een en ander voor zover deze betrekking hebben op jeugdige personen. In verband met de wijziging van de Leerplichtwet 1969, inhoudende de verlenging van de algehele leerplicht tot 10 jaren, die met ingang van 1 augustus 1975 van kracht is geworden zijn in de artikelen 9, tweede lid, onder b, 9a, eerste lid onder b, en het slot van artikel 8, eerste lid, onder e, vermel-de leeftijden met een jaar verhoogd. Ten aanzien van uitzonderingen op de wettelijke bepalingen staat de SER op het standpunt dat deze zo beperkt mogelijk dienen te worden gehouden. Voor zover uitzonderingen niet of nog niet kunnen worden gemist meent de SER dat vrijstellingen voor een of meer categorieën slechts bij algemene maatregel van bestuur zouden moeten plaatsvinden en ontheffingen door het districtshoofd der Arbeidsinspectie te verlenen, alleen ten aanzien van door mij aan te duiden categorieën, gehoord het bedrijfsleven, zouden moeten plaatsvinden. Ik heb begrip voor het door de SER geuite verlangen en heb, omdat ik van mening ben dat de algemene waarborg welke in het toestaan van uitzonderingen middels een algemene maatregel van bestuur is gelegen groter is dan indien dit op andere wijze geschiedt, in afwijking van het aan de SER toegezonden voorontwerp, ook in artikel 9h, tweede lid, bepaald dat afwijking van het verbod van avond-en nachtarbeid door jeugdige personen ten aanzien van arbeid in verplegings-of verzorgingsinrichtingen en andere daarmee vergelijkbare inrichtingen, slechts bij algemene maatregel van bestuur kan worden toegestaan. Voorts heb ik, eveneens in afwijking van het voorontwerp, in artikel 9k, tweede lid, de bepaling opgenomen dat ten aanzien van bepaalde categorieën van ondernemingen of categorieën van arbeid vrijstelling van het bepaalde in het eerste lid (ononderbroken wekelijkse rusttijd) slechts bij algemene maatregel van bestruur kan worden verleend. Ten slotte is, wederom in afwijking van het voorontwerp, in de artikelen 9h, derde lid, 9i, derde lid en 9j, derde lid, neergelegd dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het districtshoofd ontheffing kan verlenen Tweede Kamer, zitting 1974-1975, 13547, nrs. 1-3

van respectievelijk het verbod van avond-en nachtarbeid, arbeid op zondag en arbeid op zaterdag. In voorkomende gevallen zullen derhalve in een algemene maatregel van bestuur als zojuist bedoeld, de categorieën van ondernemingen of categoreën van arbeid ten aanzien waarvan het districtshoofd ontheffing van vorenvermelde verboden voor een of meer jeugdige personen kan verlenen, worden genoemd. Tenslotte moge in het algemeen gedeelte van deze memorie van toelichting worden opgemerkt, dat als uitvloeisel van het wetsvoorstel hoofdstuk III nog slechts bepalingen zal bevatten ten aanzien van vrouwen. Inhoudelijk zijn de desbetreffende bepalingen in dat hoofdstuk overigens niet gewijzigd.

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel werden drie nota's van wijziging, een nota van verbetering en drie amendementen ingediend.

Moties

Bij dit dossier werd in de Tweede Kamer een motie ingediend.

Documenten

(23 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

1 17 mei 1977, behandeling, 14344, 14345, Blz. 627 - 638     170577 1 2
De behandeling van de wetsontwerpen: Wijziging van de Arbeidswet 1919 (Jongerenstatuut) - Handelingen Eerste Kamer 1976-1977 17 mei 1977 orde 2
vergadering: 17 mei 1977
 
1 10 mei 1977, eindverslag, nr. 88a     KST13547N88aK1
Eindverslag van de vaste commissie voor sociale zaken
 
1 23 maart 1977, nr. 88     KST13547N88K1
Gewijzigd ontwerp van wet
 
2 3 maart 1977, nota van verbetering, nr. 17     KST13547N17K2
Nota van verbetering
 
2 3 maart 1977, stemming(en), Blz. 3573 - 3642     030377 2 10
De stemming over de motie-Hartmeijerc.s. - Handelingen Tweede Kamer 1976-1977 03 maart 1977 orde 10
vergadering: 3 maart 1977
 
2 3 maart 1977, behandeling, Blz. 3573 - 3642     030377 2 9
De voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp Wijziging van de Arbeidswet 1919 (Jongerenstatuut) - Handelingen Tweede Kamer 1976-1977 03 maart 1977 orde 9
vergadering: 3 maart 1977
 
2 2 maart 1977, gewijzigd amendement, nr. 16     KST13547N16K2
Gewijzigd amendement van het lid Rietkerk C.S.
 
2 2 maart 1977, nota van wijziging, nr. 15     KST13547N15K2
Derde nota van wijzigingen
 
2 1 maart 1977, motie, nr. 14     KST13547N14K2
Motie van het lid Hartmeijer C.S.
 
2 1 maart 1977, amendement, nr. 13     KST13547N13K2
Amendement van het lid Hartmeijer C.S.
 
2 1 maart 1977, amendement, nr. 12     KST13547N12K2
Amendement van het lid Rietkerk C.S.
 
2 1 maart 1977, amendement, nr. 11     KST13547N11K2
Amendement van het lid Rietkerk C.S.
 
2 1 maart 1977, behandeling, Blz. 3487 - 3538     010377 2 7
De behandeling van het wetsontwerp Wijziging van de Ar-beidswet 1919 (Jongerenstatuut) - Handelingen Tweede Kamer 1976-1977 01 maart 1977 orde 7
vergadering: 1 maart 1977
 
2 23 februari 1977, nota van wijziging, nr. 10     KST13547N10K2
Tweede nota van wijzigingen
 
2 23 februari 1977, nota, nr. 9     KST13547N9K2
Nota naar aanleiding van het eindverslag
 
2 20 januari 1977, eindverslag, nr. 8     KST13547N8K2
Eindverslag
 
2 12 november 1976, nota van wijziging, nr. 7     KST13547N7K2
Nota van wijzigingen
 
2 12 november 1976, memorie van antwoord, nr. 5     KST13547N5K2
Memorie van antwoord - Wijziging van Arbeidswet (Jongerenstatuut)
 
2 11 november 1976, bijlage(n), nr. 6     KST13547N6K2
Bijlage bij de memorie van antwoord
 
2 9 juni 1976, voorlopig verslag, nr. 4     KST13547N4K2
Voorlopig verslag
 
2 3 september 1975, koninklijke boodschap, nr. 2     KST13547N2K2

 
2 3 september 1975, koninklijke boodschap, nr. 1     KST13547N1K2

 
2 1 januari 1974, memorie van toelichting, nr. 3     KST13547N3K2
Memorie van toelichting
 

Wetten die gewijzigd worden door dit wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel past geen andere wetten aan.

Woordvoerders

Eerste termijn Tweede Kamer

F.G. (Frans) van der Gun 01-03-1977 KVP F.G. (Frans) van der Gun i
H. (Henk)  Hartmeijer 01-03-1977 PvdA H. (Henk) Hartmeijer i
F. (Frits)  Dragstra 01-03-1977 CPN F. (Frits) Dragstra i
A.J. (Bart)  Verbrugh 01-03-1977 GPV A.J. (Bart) Verbrugh i
J.G. (Koos)  Rietkerk 01-03-1977 VVD J.G. (Koos) Rietkerk i
B. (Bram) van der Lek 01-03-1977 PSP B. (Bram) van der Lek i
J. (Jaap)  Boersma 03-03-1977 Minister J. (Jaap) Boersma i
J. (Jaap)  Boersma 03-03-1977 Minister J. (Jaap) Boersma i

Tweede termijn Tweede Kamer

J.G. (Koos)  Rietkerk 03-03-1977 VVD J.G. (Koos) Rietkerk i
J. (Jaap)  Boersma 03-03-1977 Minister J. (Jaap) Boersma i

Derde termijn Tweede Kamer

J.G. (Koos)  Rietkerk 03-03-1977 VVD J.G. (Koos) Rietkerk i
J. (Jaap)  Boersma 03-03-1977 Minister J. (Jaap) Boersma i


(De Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel als hamerstuk afgedaan.)

Disclaimer

Dit dossier is automatisch samengesteld en wordt zo nodig iedere 1 à 2 uur geactualiseerd. Aan de technische programmering is veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.