17348 nl - wetsvoorstel
Nadere wettelijke voorzieningen ter zake van uitkeringen en loonaanspraken voor werknemers bij ziekte

Dit wetsvoorstel werd op 12 maart 1982 ingediend door de minister van Justitie, De Ruiter i.

 

In bijgaand wetsontwerp wordt op het gebied van het ziekteverzuim een aantal maatregelen voorgesteld, waarvan mede een verzuimbeperkend effect wordt verwacht. Dat is van het grootste belang vanwege de hoge verzuimcijfers in ons land.

Stand van zaken

Procedure regeringswetsvoorstel

Rege­ring
Tweede
Kamer
Eerste
Kamer
Rege­ring
A
Voorbe­reiding
V
Behan­deling
W
Inwerking-
treding
R
Agenda
Voorstel
Wet
Recht
Kans om invloed uit te oefenen
Het wetsvoorstel is ingetrokken tijdens de behandeling in de Tweede Kamer door de brief van 16 november 1984.

Kerngegevens

Ingediend
12 maart 1982

Volledige titel
Nadere wettelijke voorzieningen ter zake van uitkeringen en loonaanspraken voor werknemers bij ziekte

Ondertekening memorie van toelichting

De minister van Justitie, J. (Job) de Ruiter i

Uit de memorie van toelichting

  • Op 4 januari 1982 hebben wij advies gevraagd aan de Sociaal-Econo mische Raad over maatregelen in het kader van de Ziektewet. Deze adviesaanvrage stond sterk in het teken van noodzakelijke ombuigingen in de collectieve sector in het jaar 1982. Als voorwaarden voor een duurzaam herstel van de economie en de werkgelegenheid zijn voortgaande matiging van loonkosten en ombuigingen in de bestedingen van de collectieve sector onontkoombaar. In de Regeringsverklaring is de grote zorg van de regering voor het hoog opgelopen financieringstekort uitvoerig uiteengezet. Tevens is daarbij gewezen op de maatschappelijke gevolgen van het ontbreken van voldoende kansen op werk voor met name jongeren. Ombuigingen maken een beperking van het financieringstekort en/of van de druk van belastingen en premies op de particuliere sector mogelijk, waardoor in de marktsector ruimte ontstaat voor een duurzame verbetering van de economische structuur en een toename van de werkgelegenheid. In de nota beleidsbijstellingen 1980 heeft het kabinet ombuigingen in de sfeer van de sociale zekerheid tot een bedrag van 1,7 mld. in 1980 onontkoombaar genoemd. Zoals ook in de adviesaanvrage is gesteld zijn bij dergelijke substantiële, op korte termijn te realiseren ombuigingen de keuzes beperkt. Deze beperking geldt te meer waar de regering de laatste inkomens zoveel mogelijk wil ontzien. Bij de beslissing van het kabinet om de ombuigingen in de sociale zekerheid in 1982 voor het grootste deel in de sfeer van de Ziektewet te realiseren, hebben vooral inhoudelijke overwegingen een rol gespeeld. De inhoudelijke overwegingen betreffen de overweging uit de regeringsverklaring, dat allereerst maatregelen in aanmerking komen die direct of indirect tot een verminderd beroep op de sociale zekerheid kunnen bijdragen. Daarnaast acht de Regering nominale aanpassingen meer aanvaardbaar naarmate het geldende uitkeringsniveau ten opzichte van andere wettelijke sociale zekerheidsuitkeringen hoger ligt en de inkomenseffecten van die aanpassingen over een grotere groep kunnen worden gespreid. Tot slot geldt dat volume-en nominale maatregelen waar mogelijk zowel werkgevers als werknemers op hun verantwoordelijkheid voor een vermindering van de sociale zekerheidsuitgaven moeten aanspreken.

Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17348, nrs. 1-3

De overwegingen betreffen voorts de omstandigheid, dat wil in 1982 1,4 mld. aan ombuigingen in de sfeer van het ziekteverzuim worden gerealiseerd, geen ombuigingen in aanmerking komen die meer tijd van voorbereiding en uitwerking vergen dan thans aanwezig is. Herhaald zij, dat het de slechte economische omstandigheden zijn, die nopen tot een structurele ombuiging van 1,4 mld. gulden. Een structurele ombuiging die weliswaar in belangrijke mate in de nominale sfeer ligt maar die tevens niet onbelangrijke volume-effecten oproept. Vandaar ook dat aan de SER is verzocht gelijktijdig te adviseren over de reeds eerder aan de Raad toegezonden adviesaanvraag beperking groei uitgaven sociale zekerheid, waarop nog slechts een deeladvies was uitgebracht. Op 12 februari 1982 heeft de SER geadviseerd over de verschillende van kabinetswege gedane voorstellen als onderdeel van zijn advies over het volumebeleid bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Het zeer uitvoerige advies van de SER, waarvoor wij met het oog op de inhoud en de bijzondere spoed, waarmee het is uitgebracht, zeer erkentelijk zijn, bevestigt de noodzaak van besparingen in de sfeer van de loondervingsvoorzieningen. Deze toelichting is niet de plaats om het recente advies, dat het accent legt op structurele verzuimbeperkende maatregelen in zijn geheel te bespreken. Het wordt thans bestudeerd. De vele waardevolle analyses en beleidsaanbevelingen verdienen een zorgvuldige afweging. Hier wordt volstaan met bespreking van voor dit wetsontwerp relevante paragrafen. De Regering streeft ernaar op zeer korte termijn een wetsontwerp in te dienen gericht op de bevordering van de reïntegratie van zieke en gehandicapte werknemers, waarvan zoals bekend gelijktijdig en in samenhang met de ziektewetvoorstellen door de SER werd geadviseerd.

  • In bijgaand wetsontwerp wordt op het gebied van het ziekteverzuim een aantal maatregelen voorgesteld, waarvan mede een verzuimbeperkend effect wordt verwacht. Dat is van het grootste belang vanwege de hoge verzuimcijfers in ons land. In de periode 1955-1978 steeg het verzuimpercentage voor mannen van 4,5 naar 9,7 en voor vrouwen van 4,4 naar 12,0. Sedert 1979 is evenwel sprake van een daling. Zo daalde het verzuimpercentage voor mannen in 1980 tot 9,1 % en voor vrouwen tot 11,3% De ingezette daling wordt vermoedelijk veroorzaakt door conjuncturele ontwikkelingen. Het is geenszins zeker dat deze zich bij ongewijzigd beleid ook in de komende jaren zullen doorzetten. Teneinde de gewenste volumebeperking te realiseren zal de overheid dan ook een voorwaardenscheppend beleid moeten ontwikkelen. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de sociale partners voor het verzuim-beleid een grote mate van eigen verantwoordelijkheid behoren te dragen. Een deel van de maatregelen is erop gericht juist deze verantwoordelijkheid te versterken en nader inhoud te geven, zowel voor werkgevers als voor werknemers. Het is zinvol in dit verband het onderscheid te onderstrepen dat in het SER-advies van 12 februari 1982 wordt ge'maakt naar respectievelijk: pré-verzuim, kortdurend verzuim en langdurend verzuim. In alle drie fasen dient er sprake te zijn van daadwerkelijke vormgeving van de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven, zij het dat de accenten per fase zullen kunnen verschillen.
  • Een van de belangrijkste maatregelen die in dit verband wordt voorgesteld is de bevordering van het eigenrisicodragen van de werkgevers in de vorm van het regelen van vijf wachtdagen ten laste van de werkgever. Hiervan mag worden verwacht dat de werkgevers een actiever verzuim-beleid gaan voeren dan tot nu toe. Immers, zij worden hiermee op directe wijze geconfronteerd met de kosten die het verzuim te weeg brengt in het bedrijf. Verevening via het omslagstelsel met andere ondernemingen binnen de risicogroep, kan daardoor worden beperkt.

Tweede Kamer, zitting 1981-1982, 17348, nrs. 1-3

Overigens is het dragen van eigen risico in de sfeer van «wachttijd» ook in ons land niet onbekend. Met name is er een aantal grote ondernemingen (de z.g. eigenrisicodragers), maar ook kleinere ondernemingen verenigd in een afdelingskas, die geheel of in belangrijke mate het ziekterisico zelf dragen. Op dit moment wordt in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek uitgevoerd naar de invloed van de verzekeringsvorm op de hoogte van het ziekteverzuim. Buiten de uitbreiding van het aantal wachtdagen zijn er nog andere vormen van eigenrisicodragen denkbaar die niet in het wetsontwerp zijn opgenomen, maar die wel nadere aandacht en studie behoeven. Zo is onlangs in het jongste WRR-rapport «Vernieuwingen in het Arbeidsbestel» voorgesteld noclaimkortingen dan wel premierestitutie toe te passen in die gevallen, waarin werkgevers er in overleg met werknemers in slagen om op planmatige wijze het ziekteverzuim in hun bedrijf of onderneming te reduceren. Mede naar aanleiding daarvan overwegen wij, reeds op korte termijn een ambtelijke werkgroep in het leven te roepen die alternatieve mogelijkheden van het eigenrisicodragen nader in studie neemt. Wellicht dat dergelijke alternatieven te zijner tijd in al of niet experimentele vorm gestalte kunnen krijgen. Het ligt in de bedoeling de herverzekeringsmogelijkheid voor wachtdagen in de toekomst te handhaven doch te binden aan voorwaarden, die de werkgever tot een actiever verzuimbeperkingsbeleid brengen. Daartoe zullen voorschriften aan de bedrijfsverenigingen worden gegeven. Gestreefd wordt naar een overgangsperiode van de huidige situatie van herverzekering tegen collectieve premie, naar de nieuwe situatie, waarin iedere werkgever zelf de financiële verantwoordelijkheid draagt voor het risico van ziekte gedurende de eerste vijf dagen in zijn onderneming, bijvoorbeeld door premiedifferentiatie of noclaimkorting.

  • Door invoering van premieheffing voor de werknemersverzekeringen over ziekengeld en loondoorbetalingen tijdens ziekte ontstaat een netto-inkomensniveau tijdens ziekte van gemiddeld 90% van het nettoloon. Die premieheffing zal voorts bijdragen tot een betere kostenallocatie tussen werknemers onderling en werkgevers onderling. Bij advies van 5 oktober inzake de aanpassingsmechanismen van minimumloon en sociale uitkeringen heeft de SER er reeds op gewezen premieheffing over ziekengeld een structureel juiste gedachte te vinden. Uitgangspunt van deze maatregel is de gedachte dat het werknemersaandeel in de premieheffing naar zijn aard en strekking materieel ten laste van de netto-uitkering in de huidige situatie wordt gebracht. Invoering van premieheffing zonder meer zou tot gevolg kunnen hebben, dat met name via de bestaande nettoloondoorbetalingsafspraken door de werkgever compensatie moet worden gegeven ook voor het werknemerspremie-aandeel. In dat geval zou sprake zijn van een verzwaring van lasten voor werkgevers. Om deze afwenteling te voorkomen zal het bij invoering van premieheffing voor partijen onontkoombaar zijn de bestaande nettodoorbetalingsafspraken te herzien. In de adviesaanvrage werd gedacht aan een eenmalige nietigverklaring van de bestaande bedingen in arbeidsovereenkomsten. Hoewel de SER op dit onderdeel van de adviesaanvraag verdeeld adviseert, komt in het advies toch de overweging naar voren dat de onderhandelingsvrijheid van de sociale partners een zo groot goed is, dat niet het onderhandelingsresultaat van voorgaande jaren mag worden nietig verklaard. Met alle werknemersleden wijzen ook vrijwel alle kroonleden de eenmalige nietigverklaring van bestaande afspraken af. Ook de ondernemersleden hebben principiële bezwaren tegen wat ook zij zien als aantasting van de contractsvrijheid. Zij achten een eenmalige nietigverklaring echter onder omstandigheden onvermijdelijk: in geval van een ingrijpende wetswijziging waarbij het niet waarschijnlijk is dat partijen de desbetreffende afspraken ook zouden hebben gemaakt onder vigeur van de gewijzigde wetgeving.

(...)

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel zijn twee nota's van wijziging, twee nota's van verbetering en twee amendementen ingediend.

Moties

Bij dit dossier werd in de Tweede Kamer een motie ingediend.

Documenten

(23 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

2 16 november 1984, brief houdende intrekking van een of meer wetsvoorstellen, nr. 17     KST17348N17K2
Brief van De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdende intrekking van het voorstel van wet
 
2 29 april 1982, nota van wijziging, nr. 16     KST17348N16K2
Tweede nota van wijziging
 
2 29 april 1982, behandeling, Blz. 3197 - 3244     290482 2 12
De voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp Nadere wettelijke voorzieningen ter zake van uitkeringen en loonaanspraken voor werknemers bij ziekte - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 29 april 1982 orde 12
vergadering: 29 april 1982
 
2 28 april 1982, amendement, nr. 15     KST17348N15K2
Amendement van de leden Hermsen en Weijers
 
2 27 april 1982, motie, nr. 13     KST17348N13K2
Motie van het lid De Korte C.S.
 
2 27 april 1982, amendement, nr. 12     KST17348N12K2
Amendement van het lid De Korte C.S.
 
2 27 april 1982, behandeling, Blz. 3099 - 3243     270482 2 11
De behandeling van het wetsontwerp Nadere wettelijke voorzieningen ter zake van uitkeringen en loonaanspraken voor werknemers bij ziekte - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 27 april 1982 orde 11
vergadering: 27 april 1982
 
2 19 april 1982, nota van wijziging, nr. 11     KST17348N11K2
Nota van wijziging
 
2 19 april 1982, nota, nr. 10     KST17348N10K2
Nota naar aanleiding van het eindverslag
 
2 13 april 1982, eindverslag, nr. 9     KST17348N9K2
Eindverslag
 
2 1 april 1982, memorie van antwoord, nr. 8     KST17348N8K2
Memorie van antwoord
 
2 30 maart 1982, nota van verbetering, nr. 6     KST17348N6K2
Nota van verbetering
 
2 25 maart 1982, voorlopig verslag, nr. 7     KST17348N7K2
Voorlopig verslag
 
2 22 maart 1982, nota van verbetering, nr. 4     KST17348N4K2
Nota van verbetering
 
2 19 maart 1982, brief, nr. 5     KST17348N5K2
Brief van De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
 
2 12 maart 1982, koninklijke boodschap, nr. 2     KST17348N2K2
Ontwerp van wet
 
2 12 maart 1982, koninklijke boodschap, nr. 1     KST17348N1K2
Koninklijke boodschap
 
2 11 maart 1982, nader rapport, nr. D     KST17348NDK2
Nader rapport
 
2 10 maart 1982, advies Raad van State, nr. C     KST17348NCK2
Advies van de raad van state
 
2 1 januari 1981, bijlage(n), nr. 14     KST17348N14K2
Bijlage bij de memorie van antwoord
 
2 1 januari 1981, memorie van toelichting, nr. B     KST17348NBK2
Oorspronkelijke tekst van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de raad van state
 
2 1 januari 1981, nr. A     KST17348NAK2
Oorspronkelijke tekst van het ontwerp van wet zoals voorgelegd aan de raad van state
 
2 1 januari 1981, memorie van toelichting, nr. 3     KST17348N3K2
Memorie van toelichting
 

Woordvoerders

Eerste termijn Tweede Kamer

R.W. (Rudolf) de Korte 27-04-1982 VVD R.W. (Rudolf) de Korte i
W.J. (Wilbert)  Willems 27-04-1982 PSP W.J. (Wilbert) Willems i
M.B.C. (Ria)  Beckers-de Bruijn 27-04-1982 PPR M.B.C. (Ria) Beckers-de Bruijn i
L.S. (Louise)  Groenman 27-04-1982 D66 L.S. (Louise) Groenman i
I. (Ina)  Brouwer 27-04-1982 CPN I. (Ina) Brouwer i
G.J. (Gert)  Schutte 27-04-1982 GPV G.J. (Gert) Schutte i
E. (Elske) ter Veld 27-04-1982 PvdA E. (Elske) ter Veld i
B.J. (Bas) van der Vlies 27-04-1982 SGP B.J. (Bas) van der Vlies i
C.I. (Ien)  Dales 29-04-1982 Staatssecretaris C.I. (Ien) Dales i

Tweede termijn Tweede Kamer

R.W. (Rudolf) de Korte 29-04-1982 VVD R.W. (Rudolf) de Korte i
C.I. (Ien)  Dales 29-04-1982 Staatssecretaris C.I. (Ien) Dales i

Derde termijn Tweede Kamer

W.J. (Wilbert)  Willems 29-04-1982 PSP W.J. (Wilbert) Willems i
C.I. (Ien)  Dales 29-04-1982 Staatssecretaris C.I. (Ien) Dales i
J.M. (Joop) den Uyl 29-04-1982 Minister J.M. (Joop) den Uyl i

Vierde termijn Tweede Kamer

R.W. (Rudolf) de Korte 29-04-1982 VVD R.W. (Rudolf) de Korte i
J.M. (Joop) den Uyl 29-04-1982 Minister J.M. (Joop) den Uyl i

Disclaimer

Dit dossier is automatisch samengesteld en wordt zo nodig iedere 1 à 2 uur geactualiseerd. Aan de technische programmering is veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.