Dit wetsvoorstel werd op 31†augustus†1981 ingediend door de staatssecretaris van Sociale Zaken, De Graaf†i.

 

Dit voorstel is gebaseerd op de overweging, dat het wenselijk is recht op kinderbijslag over een beperkte periode in te voeren voor werkloze schoolverlaters en voor daarmee gelijkgestelden.

 

Stand van zaken

Procedure regeringswetsvoorstel

Rege­ring
Tweede
Kamer
Eerste
Kamer
Rege­ring
A
Voorbe≠reiding
V
Behan≠deling
W
Inwerking-
treding
R
Agenda
Voorstel
Wet
Recht
Kans om invloed uit te oefenen
Het wetsvoorstel is verheven tot wet.

Kerngegevens

Ingediend
31†augustus†1981

Volledige titel
Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (invoering recht op kinderbijslag over een beperkte periode voor werkloze schoolverlaters en voor daarmee gelijkgestelden)

Ondertekening memorie van toelichting

De staatssecretaris van Sociale Zaken, L. (Louw) de Graaf†i
 

Uit de memorie van toelichting

In de adviesaanvrage aan de Sociaal-Economische Raad van 28 augustus 1980 over de beperking van de groei van de uitgaven voor sociale zekerheid heeft het kabinet aangekondigd dat naar analogie van de verzwaring van de referte-eis in de Werkloosheidswet en de Wet Werkloosheidsvoorziening maatregelen zullen worden getroffen ten aanzien van minderjarige schoolverlaters en uit het buitenland afkomstige jeugdigen in de op de Algemene Bijstandswet (ABW) gebaseerde Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW). Die maatregelen zullen inhouden dat voor deze categorieŽn na het verlaten van de school respectievelijk hun komst uit het buitenland een wachtperiode zal gelden van een halfjaar alvorens zij zelfstandig recht krijgen op een RWW-uitkering. Hierbij werd medegedeeld, dat er een oplossing zou worden gezocht om deze categorieŽn jeugdigen globaal niet in een financieel slechtere positie te plaatsen dan degenen die studeren. De verzwaring van de referte-eis in de Werkloosheidswet en de Wet Werkloodheidsvoorziening is inmiddels gerealiseerd bij de wet van 26 maart 1981 (Stb. 133). Deze verzwaring houdt in, dat werklozen die in het jaar voorafgaand aan het intreden van hun werkloosheid minder dan 130 dagen hebben gewerkt, niet voor een uitkering ingevolge de werkloosheidswetten in aanmerking komen. Invoering van de eerdergenoemde wachttijd van een half jaar voor werkloze schoolverlaters zal worden gerealiseerd door middel van wijziging van de op artikel 1, tweede lid van de RWW steunende Beschikking schoolverlaters (Stcrt. 1969, 100), laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 21 juni 1977 (Stcrt. 125). Met betrekking tot de compensatie die aan deze jeugdigen gedurende de wachtperiode zou moeten worden verleend om hen globaal niet in een financieel slechtere positie te plaatsen dan degenen die studeren, merk ik het volgende op. Het kabinet was aanvankelijk van mening, dat deze compensatie niet in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) moest worden gezocht. De voornaamste reden hiervoor was, dat de AKW voor het recht op kinderbijslag voor kinderen van 16 jaar en ouder naast de onderhoudseis aan de ouders, ook specifieke eisen stelt aan de kinderen. Recht op kinderbijslag bestaat voor kinderen van 16 jaar en ouder in het algemeen slechts indien zij studerend of invalide zijn. Kinderbijslag voor schoolverlaters betekent immers een uitbreiding van de werkingssfeer van de AKW met een werkloos-

Tweede Kamer, zitting 1981, 17 029, nrs. 1-3

heidscomponent. Daarom werd voor de compensatie gedurende de wachttijd gekozen voor een met het gemiddelde kinderbijslagbedrag overeenkomende bijstandsuitkering ingevolge het Bijstandsbesluit landelijke normering (BLN). Op 14 mei jl. heeft de Tweede Kamer der Staten-Generaal een motie van de heer Hermsen en mevrouw Korte-van Hemel aangenomen (Gedrukte stukken 16400, nr. 125). In deze motie wordt de Regering uitgenodigd om in plaats van de voorgenomen voorziening in het kader van het BLN de AKW zodanig te wijzigen dat voor minderjarige werkloze schoolverlaters geduren-de de wachttijd aanspraak blijft bestaan op kinderbijslag. De overweging van de indieners van deze motie was met name dat de regeling binnen het BLN onvoordelige effecten zou hebben voor gezinnen met meer dan drie kinderen in vergelijking met de tot dan toe genoten kinderbijslag. Bij de behandeling van deze motie is van regeringszijde reeds medegedeeld, dat aan de motie gevolg zal worden gegeven. In dit wetsontwerp is een en ander nader uitgewerkt. Opgemerkt wordt nog, dat maatregelen zullen worden getroffen om in voorkomend geval deze kinderen als medeverzekerd voor de ziekenfondsverzekering aan te merken. De invoering van een wachtperiode voor de ca. 30 000 werkloze schoolverlaters betekent een uitgavenvermindering in het kader van de RWW van ongeveerf 56 min. per jaar. Het gedurende die periode verlenen van kinderbijslag brengt een meeruitgaaf aan kinderbijslag mee van naar schatting f26 min. per jaar. In de ziekenfondssfeer betekent deze maatregel een meeruitgaaf van het Rijk van ca. f 1 min., omdat de kinderen langer als medeverzekerde worden aangemerkt. Per saldo wordt met deze maatregelen een ombuiging van ca. f 29 min. per jaar gerealiseerd.

- Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A.1. In dit onderdeel is het recht op kinderbijslag voor de hierbedoelde categorieŽn kinderen neergelegd. Daartoe is het nodig artikel 7 van de AKW, waarin een opsomming van de kinderen voor wie recht op kinderbijslag bestaat wordt gegeven, met vijf nieuwe leden uit te breiden. In het nieuw voorgestelde derde lid wordt een omschrijving gegeven van de nieuwe categorieŽn kinderen. Het betreft in de eerste plaats de kinderen die hun studie of beroepsopleiding -al dan niet afgesloten met een examen -hebben beŽindigd. Voorts zijn opgenomen kinderen die uit het buitenland afkomstig dan wel teruggekeerd zijn. Ook voor deze categorie zal namelijk een wachttijd voor het recht op RWW worden ingevoerd. Uiteraard bestaat er alleen recht op kinderbijslag voor kinderen die werkloos zijn. Bovendien dienen deze kinderen ten minste in belangrijke mate (voor 1981: f 52 per week) door de verzekerde te worden onderhouden. Gelet op de systematiek van de AKW bestaat er dan recht op kinderbijslag indien de kinderen op de peildatum -de eerste dag van het kwartaal -werkloos zijn en voorts in voldoende mate worden onderhouden. Overigens wanneer een kind geduren-de de studieperiode niet in voldoende mate wordt onderhouden om recht op kinderbijslag te verkrijgen, wil dit niet zeggen dat ook gedurende de wachtperiode geen recht op kinderbijslag bestaat. Gedurende de studieperiode komt het in een zeer beperkt aantal gevallen als gevolg van eigen inkomen van een kind -studietoelage, bijbaan, stagevergoeding -voor, dat geen aanspraak op kinderbijslag kan worden gemaakt. Na beŽindiging van de studie vervallen als regel ook deze eigen inkomsten, zodat tijdens de wachtperiode wel weer recht op kinderbijslag kan ontstaan. Aanvaardt een dergelijk kind in de loop van dat kwartaal een dienstbetrekking dan blijft in beginsel het recht op kinderbijslag gedurende dat kwartaal bestaan. Wel kunnen ingevolge de eigen inkomstenregeling van de AKW de uit die dienstbetrekking voortvloeiende inkomsten -evenals alle andere inkomsten van het kind -het recht op kinderbijslag beÔnvloeden. Zijn de inkomsten zodanig dat de ouders niet langer in belangrijke mate bijdragen in het onderhoud van het kind, dan zal uiteindelijk geen recht op kinderbijslag bestaan. Ook het recht op

Tweede Kamer, zitting 1981, 17 029, nrs. 1-3

eventuele dubbele of drievoudige kinderbijslag kan nadelig worden beÔnvloed door de eigen inkomsten. De maatregel is beperkt tot kinderen beneden 21 jaar. In het nieuw voorgestelde vierde lid is vastgelegd dat wanneer de studie wordt beŽindigd tijdens of bij het begin van een schoolvakantie, dan wel kort voor de schoolvakantie wordt afgesloten met een eindexamen, de schoolvakantie als studieperiode wordt aangemerkt. Het zal immers vaak niet goed mogelijk zijn wanneer een leerling na de schoolvakantie niet naar school terugkeert, te bepalen wanneer de studie exact beŽindigd is. Ten aanzien van de aansluitende zomervakantie is het reeds praktijk -gelet ook op de ter zake geldende jurisprudentie (zie uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 16 december 1968 en 3 december 1970, Rechtspraak Sociale Verzekering 1969/43 en 1971/118) -dat deze als schoolperiode wordt aangemerkt. Dit betekent dan ook dat nu reeds voor deze schoolverlaters recht op kinderbijslag over het derde kwartaal bestaat. Het nieuw voorgestelde vijfde lid bepaalt, dat er slechts recht op kinderbijslag bestaat wanneer het kind als werkzoekende ingeschreven staat bij het gewestelijk arbeidsbureau. Deze inschrijving dient binnen een redelijke termijn plaats te hebben gevonden. Onder ębinnen een redelijke termijnĽ moet in zijn algemeenheid worden verstaan: binnen een maand na de datum van het beŽindigen van de studie of de datum van aankomst in Nederland. Voor de schoolverlaters die kort vůůr of met ingang van de zomervakantie hun studie -al dan niet met een eindexamen -hebben afgesloten dient inschrijving bij het arbeidsbureau in de regel vůůr 1 augustus plaats te vinden. Zij hebben dan in beginsel voldoende gelegenheid gehad om op vakantiete gaan. Niettemin kunnen er zich situaties voordoen waarbij het de schoolverlater niet te verwijten is dat hij zich niet binnen de hiervoor genoemde termijn heeft laten inschrijven. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie dat uitzicht op een dienstbetrekking bestaat, maar dat voor onvoorziene omstandigheden -bij voorbeeld faillissement van de werkgever -deze dienstbetrekking niet kan worden vervuld. Ook worden in de zomervakantie herexamens afgenomen die beslissend kunnen zijn voor het al dan niet verder studeren. Een zekere flexibiliteit in de praktijk van de uitvoering ten aanzien van de termijnen is dan ook naar mijn mening gewenst. Uitgangspunt voor eventuele afwijking van de genoemde termijnen zal moeten zijn dat het kind voldoende verantwoordelijkheidsbesef heeft getoond door zich tijdig als werkzoekende beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt. Ten aanzien van de kinderen die thans hun studie na afloop van het studiejaar 1980/1981 hebben beŽindigd merk ik nog het volgende op. Het is helaas niet mogelijk gebleken dat dit wetsontwerp vůůr 1 augustus 1981 tot wet is verheven. Voor degenen, die met ingang van de inwerkingtreding van deze maatregel onder de termen van de wet vallen, is het dan ook niet redelijk 1 augustus 1981 als uiterste datum te hanteren. Naar mijn mening dient voor die gevallen als ęredelijke termijnĽ ťťn maand na plaatsing van de wet in het Staatsblad te worden gehanteerd. Het nieuw voorgestelde zesde lid geeft de termijnen aan waarover maximaal recht op kinderbijslag voor deze categorieŽn kan bestaan. Voor tussentijdse schoolverlaters en de uit het buitenland afkomstige kinderen bestaat recht op kinderbijslag gedurende uiterlijk de twee kalenderkwartalen volgende op het kalenderkwartaal waarin de studie is beŽindigd of de vestiging heeft plaatsgevonden. Is het kind daarna nog werkloos, dan ontstaat in beginsel daarop aansluitend recht op een RWW-uitkering. Deze constructie houdt verband met de systematiek van de AKW, waarbij telkens over een geheel kalenderkwartaal recht op kinderbijslag bestaat wanneer op de peildatum -de eerste dag van het kwartaal -aan de voorwaarden wordt voldaan. Dit betekent dat voor deze gevallen de wachttijd in alle gevallen ten minste zes maanden duurt.

(...)

Nota's van wijziging en amendementen

Bij dit wetsvoorstel werd een nota van wijziging ingediend.

Moties

Bij dit dossier werden in de Tweede Kamer drie moties ingediend.

Documenten

(20 stuks, sortering omgekeerd chronologisch)   sortering omkeren

2 29†juni†1983, stemming(en), 17600 XV, Blz. 4937 - 5078     290683 2 7
De stemmingen over zes moties, ingediend op 28 juni 1983 bij het debat over het minimumjeugdloon, te weten: de motie-Moor/Buurmeijer over vermindering van de werkloosheid onder jongeren - Handelingen Tweede Kamer 1982-1983 29 juni 1983 orde 7
vergadering: 29†juni†1983
 
2 2†februari†1982, nader gewijzigde motie, nr. 12     KST17029N12K2
Nader gewijzigde motie van het lid Groenman ter vervanging van die gedrukt onder nr. 11
 
2 2†februari†1982, stemming(en), 17030, 17100 XV, Blz. 1605 - 1808     020282 2 4
De stemmingen over tien moties, ingediend tijdens de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de stukken over het sociaal-economisch beleid op 19, 20 en 21 januari 1982, te... - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 02 februari 1982 orde 4
vergadering: 2†februari†1982
 
2 21†januari†1982, behandeling, 17100 XV, 17200, 17030, Blz. 1387 - 1484     210182 2 8
De voortzetting van de behandeling van: hoofdstuk XV (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) van de rijksbegroting voor 1982, met uitzondering van het onderdeel Emancipatie - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 21 januari 1982 orde 8
vergadering: 21†januari†1982
 
2 21†januari†1982, behandeling, 17100 XV, 17200, 17030, Blz. 1387 - 1484     210182 2 3
De voortzetting van de behandeling van: hoofdstuk XV (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) van de rijksbegroting 1982 (met uitzondering van het onderdeel Emancipatie) - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 21 januari 1982 orde 3
vergadering: 21†januari†1982
 
2 20†januari†1982, behandeling, 17100 XV, 17200, 17030, Blz. 1311 - 1470     200182 2 2
De voortzetting van de behandeling van: hoofdstuk XV (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) van de rijksbegroting voor 1982 (met uitzondering van het onderdeel Emancipatie) - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 20 januari 1982 orde 2
vergadering: 20†januari†1982
 
2 19†januari†1982, gewijzigde motie, nr. 11     KST17029N11K2
Gewijzigde motie van het lid Groenman ter vervanging van die gedrukt onder nr. 8
 
1 16†december†1981, stemming(en), Blz. 133 - 168     161281 1 6
De stemming over het wetsontwerp Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (invoering recht op kinderbijslag over een beperkte periode voor werkloze schoolverlaters en voor daarmee gelijkgestelden) - Handelingen Eerste Kamer 1981-1982 16 december 1981 orde 6
vergadering: 16†december†1981
 
1 1†december†1981, eindverslag, nr. 22     KST17029N22K1
Eindverslag van de vaste commissie voor sociale zaken en werkgelegenheid
 
2 4†november†1981, motie, nr. 10     KST17029N10K2
Motie van het lid Willems
 
2 4†november†1981, motie, nr. 9     KST17029N9K2
Motie van de leden Brouwer en M. Bakker
 
2 4†november†1981, motie, nr. 8     KST17029N8K2
Motie van het lid Groenman
 
2 3†november†1981, behandeling, Blz. 159 - 194     031181 2 6
De behandeling van het wetsontwerp Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (invoering recht op kinderbijslag over een beperkte periode voor werkloze schoolverlaters en voor daarmee gelijkgestelden)... - Handelingen Tweede Kamer 1981-1982 03 november 1981 orde 6
vergadering: 3†november†1981
 
2 20†oktober†1981, gewijzigd voorstel van wet, nr. 7     KST17029N7K2
Gewijzigd ontwerp van wet
 
2 20†oktober†1981, nota van wijziging, nr. 6     KST17029N6K2
Nota van wijziging
 
2 20†oktober†1981, nota, nr. 5     KST17029N5K2
Nota naar aanleiding van het verslag
 
2 7†oktober†1981, verslag, nr. 4     KST17029N4K2
Verslag
 
2 31†augustus†1981, voorstel van wet, nr. 2     KST17029N2K2
Ontwerp van wet
 
2 31†augustus†1981, nr. 1     KST17029N1K2
Koninklijke boodschap
 
2 1†januari†1981, memorie van toelichting, nr. 3     KST17029N3K2
Memorie van toelichting
 

Wetten die gewijzigd worden door dit wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel past ťťn wet aan.

Woordvoerders

Eerste termijn Tweede Kamer

L.S. (Louise)  Groenman 03-11-1981 D66 L.S. (Louise) Groenman†i
B.J.M. (Ben)  Hermsen 03-11-1981 CDA B.J.M. (Ben) Hermsen†i
R.W. (Rudolf) de Korte 03-11-1981 VVD R.W. (Rudolf) de Korte†i
J.R. (Renť)  Toussaint 03-11-1981 PvdA J.R. (Renť) Toussaint†i
I. (Ina)  Brouwer 03-11-1981 CPN I. (Ina) Brouwer†i
W.J. (Wilbert)  Willems 03-11-1981 PSP W.J. (Wilbert) Willems†i
M.B.C. (Ria)  Beckers-de Bruijn 03-11-1981 PPR M.B.C. (Ria) Beckers-de Bruijn†i
M.B.C. (Ria)  Beckers-de Bruijn 20-01-1982 PPR M.B.C. (Ria) Beckers-de Bruijn†i
G. (Gerard) van Muiden 20-01-1982 CDA G. (Gerard) van Muiden†i
M.B.C. (Ria)  Beckers-de Bruijn 20-01-1982 PPR M.B.C. (Ria) Beckers-de Bruijn†i
M. (Meindert)  Leerling 20-01-1982 RPF M. (Meindert) Leerling†i
G.J. (Gert)  Schutte 20-01-1982 GPV G.J. (Gert) Schutte†i
J.G. (Koos)  Rietkerk 21-01-1982 VVD J.G. (Koos) Rietkerk†i
R.W. (Rudolf) de Korte 21-01-1982 VVD R.W. (Rudolf) de Korte†i
M.G.H.C. (Ria)  Oomen-Ruijten 21-01-1982 CDA M.G.H.C. (Ria) Oomen-Ruijten†i
S.C. (Steef)  Weijers 21-01-1982 CDA S.C. (Steef) Weijers†i
W.J. (Wilbert)  Willems 21-01-1982 PSP W.J. (Wilbert) Willems†i
C. (Stan)  Poppe 21-01-1982 PvdA C. (Stan) Poppe†i
E. (Elske) ter Veld 21-01-1982 PvdA E. (Elske) ter Veld†i
F. (Frans)  Moor 21-01-1982 PvdA F. (Frans) Moor†i
B. (Bonno)  Spieker 21-01-1982 PvdA B. (Bonno) Spieker†i
I. (Ina)  Brouwer 21-01-1982 CPN I. (Ina) Brouwer†i
L.S. (Louise)  Groenman 21-01-1982 D66 L.S. (Louise) Groenman†i
S. (Suzanne)  Dekker 21-01-1982 D66 S. (Suzanne) Dekker†i
E. (Erwin)  Nypels 21-01-1982 D66 E. (Erwin) Nypels†i
B.J. (Bas) van der Vlies 21-01-1982 SGP B.J. (Bas) van der Vlies†i
M.B.C. (Ria)  Beckers-de Bruijn 21-01-1982 PPR M.B.C. (Ria) Beckers-de Bruijn†i
M. (Meindert)  Leerling 21-01-1982 RPF M. (Meindert) Leerling†i
G.J. (Gert)  Schutte 21-01-1982 GPV G.J. (Gert) Schutte†i
J.M. (Joop) den Uyl 21-01-1982 Minister J.M. (Joop) den Uyl†i
C.I. (Ien)  Dales 21-01-1982 Staatssecretaris C.I. (Ien) Dales†i
H. (Hedy) d' Ancona 21-01-1982 Staatssecretaris H. (Hedy) d' Ancona†i
J.M. (Joop) den Uyl 21-01-1982 Minister J.M. (Joop) den Uyl†i

Disclaimer

Dit dossier is automatisch samengesteld en wordt zo nodig iedere 1 ŗ 2 uur geactualiseerd. Aan de technische programmering is veel zorg besteed. Een garantie op de juistheid van de gebruikte bronnen en het samengestelde resultaat kan echter niet worden gegeven.
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.