Eindverslag - Wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging wekeneis)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 7

1 Samenstelling: Leden: Spieker (PvdA), Gerritse (CDA), Buurmeijer (PvdA), ondervoorzitter, Schutte (GPV), Groenman (D66), Wolters (CDA), Rempt-Halmmans de Jongh (VVD), ünschoten (VVD), Leijnse (PvdA), Janmaat (Centrumdemocraten), Doelman-Pel (CDA), voorzitter, G. H. Terpstra (CDA), Biesheuvel (CDA), Vliegenthart (PvdA), Schoots (PvdA), Beijlen-Geerts (PvdA), Schimmel (D66), Rosenmöller (GroenLinks), Huibers (CDA), Middel (PvdA), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Van Hoof (VVD) en Van der Ploeg-Posthumus (CDA). Plv leden: Witteveen-Hevinga (PvdA), Sou-tendijk-van Appeldoorn (CDA), Quint-Maag denberg (PvdA), Van der Vlies (SGP), Schel-tema-de Nie (D66), Paulis (CDA), Franssen (VVD), Kamp (VVD), Van Nieuwenhoven (PvdA), Willems (GroenLinks), G de Jong (CDA), Tuinstra (CDA), De Kok (CDA), Akkerman (PvdA), Melkert (PvdA), Leerling (RPF), Kohnstamm (D66), Brouwer (Groen-Links), Eisses-Timmerman (CDA), Van Gelder (PvdA), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Reitsma (CDA), De Korte (VVD), en Van Houwelingen (CDA).

EINDVERSLAG Vastgesteld 25 november 1993

De vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid is na kennisneming van de memorie van antwoord van oordeel dat de openbare beraadslaging voldoende zal zijn voorbereid, indien de regering de volgende vragen en opmerkingen schriftelijk heeft beantwoord.

  • Inleiding

De leden van de PvdA-fractie dankten de regering voor de gegeven antwoorden. De reden om dit wetsvoorstel vóór de verder aangekondigde wetswijzigingen van de WW te behandelen is budgettair van aard, zo hadden deze leden geconstateerd. In dit verband wilden zij graag weten waar de zinsnede «aanmerkelijk besparingsverlies» (blz. 3 van de memorie van antwoord) voor staat.

De leden van de VVD-fractie waren de regering erkentelijk voor de gegeven antwoorden in de memorie van antwoord. Zij gaven te kennen dat zij op een aantal punten de beantwoording bevredigend vonden; ten aanzien van enkele andere aspecten bestond bij hen behoefte aan een nadere reactie. Zij zouden hier in het hiernavolgende op terugkomen.

De leden van de fractie van D66 gaven te kennen dat zij niet zo veel behoefte aan nadere opmerkingen dan wel vragen hadden. Wel wensten zij op te merken dat het hun was opgevallen dat de regering het kennelijk niet zo relevant heeft gevonden om de leden van de fractie van D66 te vermelden in de algemene inleiding van de memorie van antwoord (blz.1). Aangezien het een goed gebruik is dat alle aan het voorlopig verslag deelnemende fracties -ook als er sprake is van een wat kritischer inbreng -in de memorie van antwoord genoemd worden, meenden deze leden hier maar eens een keer op te moeten wijzen.

De leden van de fractie van Groen Links dankten de regering voor de uitgebreide beantwoording van de in het voorlopig verslag gestelde vragen. De regering had niet hun indruk kunnen wegnemen dat dit wetsvoorstel in zijn gevolgen te eenzijdig bepaalde, zwakke groepen op 315773F ISSN09217371 Sdu Uitgeveri) Plantijnstraat 's Gravenhage 1993 de arbeidsmarkt treft: uitzendkrachten, flexwerkers en oproepkrachten. Zij gaven te kennen dat dit effect voor hen onaanvaardbaar is, nog los van de vraag of dit wetsvoorstel wel een goede maatregel is om de kosten van de WW-uitkeringen te verminderen. Volume-effecten in de WW kunnen immers veel beter bewerkstelligd worden door een betere werkgelegenheidspolitiek, gericht op herverdeling van betaald werk en op het bevorderen van werkgelegenheid aan de «onderkant» van de arbeidsmarkt. De nu voorgestelde maatregel is in zijn uitwerking extra nadelig, indien ook andere door de regering aangekondigde dereguleringsmaatregelen worden getroffen, zoals de afschaffing van de preventieve ontslagtoetsing en de verruiming van de mogelijkheden om werknemers in te lenen. Door deze maatregelen zal de gemiddelde duur van dienstverbanden bekort worden, aldus deze leden

  • Redenen verscherping wekeneis

De leden van de PvdA-fractie gaven te kennen dat zij graag nader geïnformeerd wensten te worden over het door de SVr gestarte onderzoek naar de effecten van de aangescherpte wekeneis op de «WW-uitstroom». Voorts vroegen deze leden de regering of aangegeven kan worden hoeveel werknemers te maken zouden kunnen krijgen met de aanscherping van de wekeneis, buiten de in het KB van december 1987, Stb. 633 genoemde groepen. Het ging deze leden niet, zoals in de memorie van antwoord verondersteld wordt, om een overzicht per deelgroep, maar om de omvang van de totale groep. Als een aanmerkelijk beparingsverlies genoemd wordt, dan moet toch een relatie aan te geven zijn met het aantal werknemers waarom het zou kunnen gaan, zo dachten deze leden. Zagen deze leden het juist dat een groot deel van de in de memorie van antwoord genoemde deelgroepen, namelijk uitzendkrachten, oproep-/afroepcontractanten en thuiswerkers, meestal weinig verdienende werknemers met een toch al zwakke arbeidsmarktpositie zijn? Vervolgens merkten deze leden op dat zij de redenering van de regering ten aanzien van de werknemers die werkzaam zijn als artiest of musicus konden volgen, maar dat zij nog niet overtuigd waren. De specifieke omstandigheden van deze groep slaat naar hun mening niet alleen terug op de omstandigheden van de individuele werknemer, maar ook op de aard en omvang van het werk, vaak zijnde eenmalige produkties in de culturele sfeer. Zij zouden in dit verband graag zien dat de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierover met de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur contact op zou nemen. Zij gaven te kennen dat zij op dit punt graag een nader antwoord van de regering tegemoet wensten te zien. Verder vroegen de leden van de fractie van de PvdA de regering een overzicht te geven van de aantallen werknemers die de laatste drie jaar onder de artikelen 1 en 2 van het eerder genoemde koninklijk besluit vielen. Deze leden deelden de veronderstelling dat er altijd seizoensgebonden arbeid zal blijven. Het vervullen van deze arbeid wordt kennelijk steeds onaantrekkelijker gemaakt, of zagen zij dit fout, zo vroegen de leden van de PvdA-fractie.

De leden van de VVD-fractie gaven te kennen dat zij niet geheel overtuigd waren door het antwoord van de regering op hun vraag over het aanscherpen van het begrip gewerkte week. Daarom verzochten zij nadere informatie over de extra inspanningen, welke nodig zijn om te constateren dat er in een bepaalde week arbeid is verricht, alsook of op voldoende dagen en uren is gewerkt. Kan de regering, ten einde een adequate afweging te kunnen maken en ter nadere informatie zo concreet mogelijk aangeven welke extra activiteiten ten opzichte van nu nodig zijn? Eenzelfde vraag wensten deze leden te stellen met betrekking tot de uitspraak, dat problemen zouden ontstaan, wanneer beoordeeld zou moeten worden of iemand met een onregelmatig arbeidspatroon aan de referte-eis zou voldoen in de situatie dat de minimumeis van 65 dagen zou komen te vervallen. Voorts hadden de leden van de VVD-fractie kennis genomen van de reactie van de regering op hun vraag aangaande de verkorting van de herlevingstermijn. Deze leden waren van mening dat er geen goede argumenten zijn voor het nu ontstane verschil tussen werknemers die wel en niet zijn toegetreden tot de WW. Deze leden gaven te kennen dat voor hen het argument van de band met het arbeidsproces aanmerkelijk zwaarder weegt, zulks afgewogen tegen een verslechtering voor degenen, die zijn toegetreden tot de WW.

De leden van de fractie van D66 hadden -evenals de regering -geconstateerd dat de aanscherping van de referte-eis met name gevolgen zal hebben voor werknemers met flexibele arbeidscontracten. Er wordt vanuit gegaan dat dit wetsvoorstel een beperking van de instroom in de WW ten gevolge zal hebben van circa 7,5 procent. Welk deel van deze instroombeperking valt er ongeveer toe te schrijven aan het feit dat personen zonder «vast werk» niet langer een beroep kunnen doen op WW-uitkeringsrechten? Welk deel van de structurele bezuinigingen op de WW (f 422 miljoen) door een aanscherping van de referteperiode wordt veroorzaakt door de wijziging van het Besluit verlaagde wekeneis Werkloosheidswet, zo vroegen de leden van de D66-fractie.

De leden van de fractie van Groen Links hadden een duidelijke reactie gemist op hun gemaakte opmerkingen met betrekking tot de toename van het WW-volume als gevolg van volumemaatregelen in de WAO. Voorzover de toename in de WW het gevolg is van maatregelen in de sfeer van de WAO, mag deze toename er niet toe leiden dat aan de bestaande aanspraken op WW wordt gesleuteld, zo meenden deze leden. Het gaat dan niet alleen om de wet TBA, maar ook om eerder getroffen maatregelen, zoals de afschaffing van de verdiscontering.

De voorzitter van de commissie, Doelman-Pel

De griffier van de commissie, Pe

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.