Advies raad van state, nader rapport - Wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging wekeneis)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging wekeneis) ADVIES RAAD VAN STATE

Aan de Koningin

NADER RAPPORT

Aan de Koningin

's-Gravenhage, 30 augustus 1993

's-Gravenhage, 22 september 1993

Bij Kabinetsmissive van 4 augustus 1993, no. 93006216, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van de Werkloosheidswet (wijziging wekeneis). 1. Het voorstel strekt onder meer tot wijziging van de Werkloosheidswet (WW) in die zin dat de in artikel 17, eerste lid, voor deze wet genoemde periode van 12 maanden, de zogenoemde referteperiode, wordt bekort tot 39 weken. In de memorie van toelichting ware de keus voor het aantal van 39 weken nader toe te lichten.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 4 augustus 1993, nr 93.006216, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 30 augustus 1993, no. W12.930473, bied ik U hierbij aan.

  • Het voorstel strekt onder meer tot wijziging van de Werkloosheidswet (WW) in die zin dat de in artikel 17, eerste lid, van deze wet genoemde periode van 12 maanden, de zogenoemde referteperiode, wordt bekort tot 39 weken. De Raad van State merkt op dat in de memorie van toelichting de keuze voor het aantal van 39 weken nader ware toe te lichten. Bij de keuze voor het aantal van 39 weken heeft de regerïng zich enerzijds laten leiden door de gedachte dat de verscherping een merkbare invloed op het WW-volume dient te hebben. Anderzijds vindt de regering dat een verscherping die ten gevolge zou hebben dat alleen die personen recht op WW-uitkering zouden krijgen, die in de 26 weken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van hun werkloosheid in 26 weken hebben gewerkt, een wel heel zware toetredingseis tot de WW met zich zou
  • Naar de toelichting in paragraaf 5 in de inleidende alinea stelt, hebben de weergegeven ramingen over de financiële gevolgen van de voorstellen een tentatief karakter. Tegen die achtergrond valt op dat enerzijds factoren in de berekening worden betrokken die kennelijk zeer globaal zijn geraamd (10%, 25%) maar anderzijds ook factoren die, zonder dat daarvoor een ramingsbasis wordt aangegeven, een meer exact niveau vertonen (6%, f 15750,-). Mede als gevolg hiervan komen uitkomsten tot stand als 252 miljoen gulden respectievelijk 181 miljoen gulden. Daarmede wordt een exactheid gesuggereerd die door de globaliteit van de ramingen niet kan worden gedragen. De genoemde cijfers waren sterker te motiveren dan wel aan te passen.
  • In artikel I, onder 3, ware te volstaan met de voorgestelde wijziging van de aanhef en onderdeel a van artikel 17, vijfde lid, WW, daar met betrekking tot onderdeel b geen sprake is van een wijziging.

brengen. De regering is van mening dat met een keuze voor een aantal weken dat precies ligt tussen de 52 en de 26, namelijk 39, het best recht wordt gedaan aan beide gezichtspunten. In paragraaf 2 van de memorie van toelichting is, conform de wens van de Raad, bovenstaande afweging opgenomen. 2. Zoals de toelichting in paragraaf 5 in de inleidende alinea stelt, hebben de weergegeven ramingen over de financiële gevolgen van de voorstellen een tentatief karakter. Tegen die achtergrond is het de Raad van State opgevallen dat enerzijds factoren in de berekening worden betrokken die kennelijk zeer globaal zijn geraamd (10%, 25%) maar anderzijds ook factoren die, zonder dat daarvoor een ramingsbasis wordt aangegeven, een meer exact niveau vertonen (6%, f 15750,-). Mede als gevolg hiervan komen uitkomsten tot stand als 252 miljoen gulden respectievelijk 181 miljoen gulden. Daarmede wordt, aldus de Raad, een exactheid gesuggereerd die door de globaliteit van de ramingen niet kan worden gedragen. De Raad vraagt om een sterkere motivatie dan wel aanpassing van de genoemde cijfers. In de eerste alinea van paragraaf 5 van de memorie van toelichting wordt nadrukkelijk op het tentatieve karakter van de ramingen gewezen. De in het wetsvoorstel genoemde bedragen zijn de rekenkundige uitkomst van een op globale veronderstellingen gebaseerde raming van de financiële gevolgen. Om deze reden zie ik geen aanleiding om de in het wetsvoorstel genoemde bedragen aan te passen. Wel worden, conform het advies van de Raad, in de betreffende paragraaf de veronderstelde effecten van de voorgestelde verscherping van de wekeneis op het WW-volume uitgebreider gemotiveerd.

  • De Raad merkt op dat in artikel I, onder 3, ware te volstaan met de voorgestelde wijziging van de aanhef en onderdeel a van artikel 17, vijfde lid, WW, daar met betrekking tot onderdeel b geen sprake is van een wijziging. Inderdaad wordt in het aan de Raad gezonden wetsvoorstel geen materiële wijziging van artikel 17, vijfde lid, onder b, WW, voorgesteld. Ik heb artikel I, onder 3, van het wetsvoorstel dan ook overeenkomstig het advies van de Raad aangepast.
  • In de toelichting op artikel IV, tweede alinea, eerste zin, ware de tussen streepjes ingevoegde zinsnede te schrappen en zakelijk te vermelden, dat op grond van de jurisprudentie van de hier bevoegde rechter als eerste werkloosheidsdag moet worden aangemerkt de dag, waarop de werkloosheid intreedt, dat wil zeggen het moment waarop aan de vereisten van artikel 16, eerste lid, WW is voldaan. De bedoelde jurisprudentie ware te concretiseren door vermelding van enkele vindplaatsen.
  • Voor enkele redactionele kanttekeningen moge het college verwljzen naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State, W. Scholten

  • De Raad van State beveelt aan in de toelichting op artikel IV, tweede alinea, eerste zin, de tussen streepjes ingevoegde zinsnede te schrappen en zakelijk te vermelden, dat op grond van de junsprudentie van de hier bevoegde rechter als eerste werkloosheidsdag moet worden aangemerkt de dag, waarop de werkloosheid intreedt, dat wil zeggen het moment waarop aan de vereisten van artikel 16, eerste lid, WW is voldaan. Tevens stelt de Raad dat de bedoelde jurisprudentie door vermelding van enkele vindplaatsen ware te concretiseren. Aan beide opmerkingen is in het betreffende gedeelte van de memorie van toelichting tegemoet gekomen. In april 1993 verscheen een nieuw Trendrapport van de Stichting Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (Trendrapport Aanbod van de Arbeid 1993, OSA-rapport nr. 17, april 1993). In paragraaf 3.2 van dat rapport (pp. 19 e.v.) worden voor 1992 percentages met betrekking tot de aard van het dienstverband naar geslacht en leeftijd gegeven. De percentages die ten grondslag lagen aan paragraaf 3 van de memorie van toelichting zoals deze aan de Raad van State is verzonden, dateerden van 1990. Nu tijdig nieuwe cijfers beschikbaar waren, is de betreffende paragraaf aan de nieuwe percentages aangepast. Ten slotte deel ik U nog mede dat het wetsvoorstel is aangepast naar aanleiding van de door de Raad van State gemaakte redactionele kanttekeningen. Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Wallage Lijst van redactionele kanttekeningen, behorende bij het advies no. W12.93.0473 van de Raad van State van 30 augustus 1993

-In de memorie van toelichting waren de afkortingen SVr en TW de eerste maal voluit te schrijven met de afkorting tussen haakjes -In de memorie van toelichting waren de afkortingen OSA, CBA en ca. voluit te schrijven (aanwijzing 60 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)). -Ten aanzien van de in paragraaf 3 van de memorie van toelichting genoemde rapporten ware in acht te nemen aanwijzing 219, eerste lid, Ar. -In de memorie van toelichting, paragraaf 3, ware in acht te nemen aanwijzing 63 Ar. -In de toelichting bij artikel I, derde alinea, ware de eerste volzin te herformuleren. -In de toelichting bij artikel III ware «teruggewijzigd in» te wijzigen in: teruggebracht tot. -In de toelichting bij artikel IV ware na «Centrale Raad van Beroep» toe te voegen: CRvB.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.