Brief van De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - De aanpassing van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen (Organisatiewet sociale verzekeringen)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 16 maart 1994

Tijdens de Regeling van Werkzaamheden op 15 maart jl. heeft mevrouw Schimmel (D66) vragen gesteld over de voortgang van de SER-adviesaanvrage inzake de overgang van een sectorale naar een regionale uitvoeringsorgansiatie van de werknemersverzekeringen. Mevrouw Schimmel heeft aangegeven binnen 24 uur schriftelijk te willen vernemen wanneer de adviesaanvrage naar de SER wordt verzonden, waarom de verzending zo lang op zich laat wachten en hoe ik denk te bewerkstelligen dat de SER nog vóór 3 mei a.s. advies uitbrengt. Aanvankelijk was het de bedoeling van vragensteller haar vragen aan de orde te stellen tijdens het wekelijkse vragenuur. Vanwege mijn verplichtingen elders was ik evenwel verhinderd, aldus mevrouw Schimmel. Ik wil er echter geen onduidelijkheid over laten bestaan dat mijn verplichtingen jegens de Staten-Generaal, vanzelfsprekend, voorrang hadden. Om die reden heb ik op 15 maart terstond na het bekend worden van haar voornemen telefonisch contact gezocht met mevrouw Schimmel en heb ik mij bereid verklaard mijn afspraak voor het houden van een toespraak in Utrecht om 13.30 uur af te zeggen. Tijdens dat gesprek is de mogelijkheid van een schriftelijke beantwoording van de vragen ter sprake gekomen. Ik heb vervolgens mijn vertrek naar Utrecht uitgesteld in afwachting van een reactie van mevrouw Schimmel. Nadat duidelijk werd dat mevrouw Schimmel genoegen kon nemen met een schriftelijke beantwoording ben ik naar Utrecht afgereisd. Tegen deze achtergrond zou mijn afwezigheid tijdens het vragenuur moeten worden beoordeeld.

In antwoord op de gestelde vragen deel ik u het volgende mede. Over het tijdsbeslag met betrekking tot het opstellen van de adviesaanvrage is in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel nOSV reeds het een en ander opgemerkt. De complexiteit van de materie vergt een gedegen en, naar is gebleken, uitvoerige voorbereiding. Mevrouw Schimmel merkt terecht op dat de strekking van de adviesaanvrage al sinds 23 november 412475F ISSN 0921 -7371 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's-Gravenhage 1994 bekend is. Oe in de aanvaarde moties neergelegde uitgangspunten laten evenwel een aantal belangrijke principiële vragen onbeantwoord.

De veronderstelling dat ons slechts een inventarisatie van technische aspecten zou resten, is een onderschatting van de problematiek. Bovendien heeft voortdurend een afweging plaatsgevonden of en in hoeverre technische maar ook principiële kwesties een uitwerking behoeven in de gerichte adviesaanvrage. Op tal van vragen moest richting worden gegeven mede om te voorkomen dat in feite van een open i.p.v. een gerichte adviesaanvrage sprake zou zijn. Dat heeft meer tijd gevraagd dan aanvankelijk was voorzien.

De stand van zaken is thans als volgt. Hedenmiddag wordt de adviesaanvrage naar de Ministerraad verzonden, alwaar het stuk zo spoedig mogelijk wordt afgedaan. De SER zal gevraagd worden haar advies zo snel mogelijk uit brengen, onder nadrukkelijke verwijzing naar de wens om het advies te betrekken bij de kabinetsformatie. Het is aan de SER om te bezien of dat ondanks het nu inderdaad zeer krappe tijdschema mogelijk is.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.Wallage

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.