Nota van wijziging - Aanpassing van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Ontvangen 8 november 1993

In het voorstel van wet houdende de aanpassing van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen (Tweede Kamer, 1992-1993, 23141) worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. Aan artikel 30 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende: 4. De Bank stelt bij de uitoefening van haar taak de identiteit van degene die verzekerd of uitkeringsgerechtigd is vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taak.

B. In artikel 40, eerste lid, wordt onderdeel d vervangen door: d. in de statuten is bepaald dat het bestuur van de vereniging, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels, een werkgever op zijn verzoek toestemming verleent om het risico van de wettelijke ziekengeldverzekering zelf te dragen.

C. Aan artikel 43, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: De bedrijfsvereniging kan dit bestuur belasten met taken als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Ziektewet, onder door haar te stellen regels.

D. In artikel 44 wordt «bedoeld in artikel 47» vervangen door: bedoeld in artikel 43.

E. In artikel 57 wordt het eerste lid vervangen door:

  • De bedrijfsvereniging laat alle werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van beslissingen van de bedrijfsvereniging omtrent prestaties en verschuldigde premies, op grond van een schriftelijke overeenkomst, verrichten door ten hoogste één uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 51.

F. Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid wordt vervangen door: 1. De bedrijfsvereniging draagt er zorg voor dat ten behoeve van de 315383F ISSN09217371 Sdu Uitgeverij Plantijnstraat 's Gravenhage 1993 uitoefening van haar taak, met inachtneming van artikel 57, één uitvoeringsinstelling een administratie voert. 2. In het tweede lid vervalt «bedrijfsvereniging of de». 3. Na het tweede lid wordt, onder vernummering van het derde, vierde, vijfde en zesde lid tot onderscheidenlijk vierde, vijfde, zesde en zevende lid, een nieuw derde lid ingevoegd, luidende: 3. De in het tweede lid bedoelde instellingen stellen bij de uitoefening van hun taak de identiteit van verzekerden en uitkeringsgerechtigden vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taak. 4. In het vernummerde vierde, vijfde en zesde lid vervalt «bedrijfsvereniging of de».

G. Artikel 63 wordt vervangen door:

Artikel 63

  • De bedrijfsverenigingen en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie werken samen om de inschakeling van uitkeringsgerechtigden in het arbeidsproces te bevorderen. 2. De bedrijfsverenigingen zenden jaarlijks vóór een door Onze Minister vast te stellen tijdstip aan Onze Minister een rapportage van de wijze waarop zij met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie hebben samengewerkt. Onze Minister kan regels stellen omtrent de aard en inrichting van deze rapportage. 3. De bedrijfsverenigingen dragen zoveel mogelijk zorg voor samenwerking met elkaar, met gemeenten en met andere diensten en instellingen die werkzaamheden verrichten, verband houdende met werkzaamheden van de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen. 4. De bedrijfsverenigingen brengen afspraken die zij met elkaar, met gemeenten of met andere diensten of instellingen maken teneinde tot afstemming, samenwerking of anderszins tot een betere uitoefening van hun taken te komen, ter kennis van het Gemeenschappelijk instituut van bedrijfsverenigingen. H. In artikel 91, vierde lid, wordt «Wet op de identificatieplicht (Stb ...)» vervangen door: Wet op de identificatieplicht of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet.
  • In artikel 92, derde lid, wordt «de aard en het nummer» vervangen door: de aard, het nummer en een afschrift.

J. In artikel 97, eerste lid, onder a, wordt «de Ziekenfondsraad» vervangen door: degene aan wie op grond van artikel 31 a van de Arbeidsomstandighedenwet een certificaat als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die wet is verleend, de Ziekenfondsraad K. In artikel 102 wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende: 2. Het College, de Bank, de bedrijfsverenigingen en de uitvoeringsinstellingen verstrekken, na schriftelijke machtiging door degene op wie de gegevens betrekking hebben, op verzoek aan degene aan wie op grond van artikel 31 a van de Arbeidsomstandighedenwet een certificaat, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van die wet is verleend, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet.

Toelichting In de desbetreffende passages van de nota naar aanleiding van het eindverslag worden verschillende onderdelen van deze nota van wijziging toegelicht. Met betrekking tot de onderdelen A, F, H en I zij opgemerkt dat de voorgestelde wijzigingen van de artikelen 30, 59, derde lid, 91 en 92 overeenkomen met de bepalingen in de Wet op de identificatieplicht, zoals deze door de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn vastgesteld.

De onderdelen B, C, J en K komen in de plaats van wijzigingen van de huidige Organisatiewet sociale verzekeringen die zijn aangebracht door middel van het voorstel van wet Terugdringing ziekteverzuim. Met betrekking tot het onderdeel E zij het volgende opgemerkt. Ten aanzien van het uitbesteden van de administratie door bedrijfsverenigingen aan uitvoeringsinstellingen heeft het kabinet besloten om een verdere stap te zetten in de richting van een zekere uniformering binnen de bestaande uitgangspunten, namelijk door de mogelijkheid van het zogenaamde zelfadministreren geheel uit het wetsvoorstel te schrappen. Dit betekent dat er -anders dan nu -steeds een uitvoeringscontract moet bestaan tussen enerzijds de bedrijfsvereniging en anderzijds een uitvoeringsinstelling. Deze verplichting tot uitbesteding betekent dat alle bedrijfsverenigingen voortaan aan eenzelfde bestuurlijk stramien beantwoorden, zodat, wanneer in de toekomst de plaats van de bedrijfsverenigingen op grond van nadere besluitvorming zou wijzigen of zelfs verdwijnen, het veranderingstraject ook op uniforme wijze kan worden ingezet. Voorts maakt deze wijziging het makkelijker om -indien daartoe zou worden besloten -te zijner tijd de «bestuurlijke kop» van de uitvoeringsorganisatie af te halen. De in de oorspronkelijke tekst van artikel 57 opgenomen keuzemogelijkheid met betrekking tot het uitbesteden kan niet eenvoudigweg in een verplichting worden omgezet, gezien de formulering «geheel of gedeeltelijk». Bij een verplichting om de taken «geheel» uit te besteden zouden de bedrijfsverenigingen geen enkele taak meer zelf mogen uitoefenen, hetgeen uiteraard niet de bedoeling is van dit wijzigingsvoorstel.

In het voorgestelde nieuwe eerste lid van artikel 57 wordt de term «administratie», die wordt gehanteerd in paragraaf 3 van de huidige Organisatiewet sociale verzekeringen, verduidelijkt. Tot uitdrukking is gebracht dat de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen omtrent prestaties (uitkeringen en voorzieningen) en verschuldigde premies blijft voorbehouden aan de bedrijfsverenigingen, die daarvoor ook de volle verantwoordelijkheid blijven dragen, en dat alle werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van die beslissingen moet worden opgedragen aan een uitvoeringsinstelling door middel van een overeenkomst die goedkeuring van de toezichthouder behoeft. In deze overeenkomst zal de uitvoeringsinstelling zodanige verplichtingen jegens de bedrijfsvereniging op zich moeten nemen dat de bedrijfsvereniging haar verantwoordelijkheid ook volledig kan dragen. De bedrijfsvereniging kan overigens haar bevoegdheid tot het nemen van beslissingen mandateren aan de uitvoeringsinstelling. De bedrijfsvereniging blijft dan bevoegd de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen. Een door de gemandateerde (de uitvoeringsinstelling) binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit, geldt dan als een besluit van de mandaatgever (de bedrijfsvereniging). De zinsnede «alle werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van beslissingen van de bedrijfsverenigingen omtrent prestaties en verschuldigde premies» in het voorgestelde artikel 57, eerste lid, moet ruim worden opgevat. Daaronder vallen ook werkzaamheden die niet rechtstreeks met die voorbereiding en uitvoering verband houden, zoals bijvoorbeeld onderzoeksactiviteiten en het vervaardigen van statistieken. Hierbij moet worden opgemerkt dat in artikel 57, eerste lid, is bepaald welke werkzaamheden bedrijfsverenigingen moeten laten verrichten door een uitvoeringsinstelling. Daarnaast bestaat uiteraard de mogelijkheid dat een bedrijfsvereniging in haar naam en onder haar verantwoordelijkheid, op grond van een overeenkomst, door een uitvoeringsinstelling werkzaamheden laat verrichten die geen verband houden met de voorbereiding en uitvoering van beslissingen van de bedrijfsvereniging omtrent prestaties en verschuldigde premies, maar die wel behoren tot de uitoefening van taken van de bedrijfsvereniging.

Met betrekking tot onderdeel G zij opgemerkt dat met artikel 63 wordt beoogd de bedrijfsverenigingen expliciet te verplichten samen te werken met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie om de inschakeling van uitkeringsgerechtigden in het arbeidsproces te bevorderen. Hieraan gekoppeld is voor de bedrijfsverenigingen tevens voorzien in een rapportageplicht aan de minister met betrekking tot de wijze waarop zij met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie hebben samengewerkt.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Wallage

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.