Oorspronkelijke tekst - Nadere wijziging van de Werkloosheidswet (Wijziging enkele bepalingen inzake het recht op uitkering)

Inhoudsopgave

Tekst

OORSPRONKELIJKE TEKST

Tekstgedeelten uit de nota van wijzigingen en de toelichting, die naar aanleiding van het advies van de Raad van State zijn gewijzigd. 1. De te wijzigen tweede volzin van artikel 16 luidde aanvankelijk als volgt: Bij de bepaling van de helft van het aantal arbeidsuren bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van de eerste volzin mede in aanmerking genomen het aantal uren waarin de werknemer werkzaamheden heeft verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd. 2. Het nieuw voorgestelde achtste lid van artikel 16 luidde aanvankelijk als volgt: 8. Indien bij het intreden van het arbeidsurenverlies bedoeld in het eerste lid aan een van de overige in dat lid genoemde voorwaarden niet wordt voldaan, of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, of 19a, wordt in afwijking van het zevende lid voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als eerste werkloosheidsdag aangemerkt, de dag van de kalenderweek waarop aan de overige voorwaarden als bedoeld in het eerste lid wordt voldaan, of zich geen omstandigheid meer voordoet als bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, of 19a. 3. Het nieuw voorgestelde zesde lid van artikel 43 luidde aanvankelijk als volgt: 6. Het vijfde lid vindt geen toepassing voor zover het eerdere recht geheel of gedeeltelijk was geëindigd op een van de gronden genoemd in artikel 21, eerste lid, en niet voor herleving in aanmerking zou zijn gekomen wegens het overschrijden van de in dat lid bedoelde termijnen. 4. In de toelichting luidde de eerste alinea van de Inleiding (punt 1) aanvankelijk als volgt: Op 31 oktober jongstleden heeft de Sociale Verzekeringsraad (SVr) mij een spontaan advies doen toekomen met betrekking tot een aantal aspecten van het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Aanleiding hiertoe vormde een aantal uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) inzake onder meer het bepaalde in artikel 16, vijfde lid, WW en artikel 19, eerste lid, onderdeel a, WW), waarin de CRvB afstand neemt van hetgeen de wetgever met deze bepalingen heeft beoogd. In het advies komt de SVr tot de conclusie dat het gewenst is de wet-en regelgeving op een aantal punten aan te passen aan de uitspraken van de CRvB. 5. Aan het slot van punt 1 van de toelichting luidde het gedeelte tussen: «Deze worden ongedaan gemaakt» en «Nu hetgeen dat wordt beoogd» aanvankelijk als volgt: Aanleiding hiertoe is een brief van de SVr van 31 mei 1991 waarin de Raad terugkomt op zijn eerder uitgebrachte advies waarin deze omzetting was geadviseerd. Naar achteraf blijkt, bestaan hiertegen echter overwegende bezwaren van uitvoeringstechnische aard waarop de SVr door de Federatie van Bedrijfsverenigingen is geattendeerd. 6. De vierde alinea van punt 2 van de toelichting, beginnend met de woorden «Uit onder meer zijn uitspraak» luidde aanvankelijk als volgt: Uit onder meer zijn uitspraak van 24 juli 1990 (WW 1989/195; RSV 1990/350) -waaraan door de SVr in zijn advies aandacht wordt besteed -blijkt, dat de CRvB voorbij gaat aan de bedoeling van de wetgever met het bepaalde in artikel 16, vijfde lid WW en met zijn interpretatie van de wettelijke bepalingen in feite aansluit bij de oorspronkelijke wetssystematiek waaraan hiervoor werd gerefereerd. Het gevolg hiervan is, dat de bedrijfsverenigingen niet langer de wet overeenkomstig de bedoeling van de wetgever kunnen toepassen. 7. De eerste alinea van punt 3 (Artikel 19, eerste lid, onderdeel a, WW) van de toelichting luidde aanvankelijk als volgt: Voorts is van belang de uitspraak van de CRvB inzake de zieke werkloze (WW 1989/364; RSV 1991/98). In deze uitspraak gaat de CRvB voorbij aan hetgeen de wetgever met het bepaalde in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, heeft beoogd.

21045 0FISSN0921 -7371 Sdu Uitgeveri] Plantijnstraat 's Grawenhage 1992

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.