Nader rapport - Opneming van strafbepalingen in de Algemene Bijstandswet

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

19237

Opneming van strafbepalingen in de Algemene Bijstandswet

B

NADER RAPPORT

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 28 juni 1985, nr. 144, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies betreffende bovenvermeld voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 7 augustus 1985, nr. W12.85.0330/25.5.31, moge ik U hierbij aanbieden. Met betrekking tot het door de Raad van Staten uitgebrachte advies merk ik het volgende op.

  • De Raad wijst er op dat er tussen de tekst van artikel 84e en de uitleg die daarvan in de memorie van toelichting wordt gegeven enig verschil bestaat. In de memorie van toelichting wordt de reikwijdte van het artikel beperkttot de bijstandscliënt of degene die voor hem optreedt bij het aanvragen van een uitkering. De tekst van artikel 84e is echter ruimer. De delictsomschrijving beperkt zich niet tot de aanvrager of tot zijn vertegenwoordiger of gemachtigde, maar strekt zich uit tot een ieder, dus bijvoorbeeld ook tot buren of familieleden van de aanvrager. De vraag rijst of dat bedoeld is en of dat niet te ver gaat. Het verdient -zo meent de Raad van State -aanbeveling in de tekst van het wetsvoorstel tot uitdrukking te brengen, dat de strafbepaling zich richt tegen degenen op wie ingevolge de wet de plicht rust om inlichtingen te verstrekken.

Aan de Koningin

'

s-Gravenhage, 10 september 1985

Naar aanleiding hiervan merk ik op dat met artikel 84e niet beoogd is andere personen dan degene die bijstand heeft gevraagd of degene die voor hem optreedt onder de werking van het artikel te laten vallen. In verband hiermede is, rekening houdende met de opmerking van de Raad, de reikwijdte van het artikel in de tekst zodanig omschreven, dat een betere aansluiting bij de memorie van toelichting wordt verkregen.

  • Aan de door de Raad gedane aanbeveling tot verbetering van het intitulé, door de woorden «Besluit van houdende» te vervangen door «Voorstel van wet tot», is in de tekst gevolg gegeven.
  • Met de redactionele kanttekening van de Raad is in de tekst van de memorie van toelichting rekening gehouden. Ik veroorloof mij u in overweging te geven het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de overeenkomstig het vorenstaande gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.