Brief van De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Nadere wijziging van de Wet Werkloosheidsvoorziening (invoering gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 7

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGE-

LEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 23 november 1984 Bijgaand doe ik u toekomen, als toegezegd in de memorie van antwoord op het wetsvoorstel tot invoering van gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen in de Wet Werkloosheidsvoorziening (kamerstukken II, zitting 1984-1985, 18683), een brief van Commissaris Richard van 21 november 1984. Deze brief bevat een reactie op mijn brief van 6 november 1984.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

Aan de Heer Drs. J. de Koning Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Excellentie, Gaarne zeg ik U dank voor de toezending van de ontwerpwetgeving inzake wijziging van de Wet Werkloosheidsvoorziening, die de Commissie bij schrijven van Uw Permanente Vertegenwoordiging van 9-11-1984 mocht bereiken. Inmiddels heeft de Commissie een klacht onvangen van de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), gedateerd 2-11-1984, waarin de FNV stelt, dat naar haar mening het wijzigingsvoorstel in kwestie niet voldoet aan de Europese richtlijnen inzake gelijke behandeling. Ten eerste stelt zij dat de invoering van een sexeneutrale kostwinnerseis, in plaats van de thans alleen aan gehuwde vrouwen opgelegde kostwinnerseis, de thans bestaande directe discriminatie vervangt door een indirecte discriminatie tegenover deze categorie, en ten tweede wijst zij erop, dat richtlijn 76/207 waarvan richtlijn 79/7 een uitwerking is, gelijke behandeling voorschrijft: 'voor zover hierdoor met name de onderlinge aanpassing op de weg van de vooruitgang van de levensstandaard en de arbeidsvoorwaarden van de werknemers wordt bevorderd'. Van bevordering zou geen sprake zijn, daarentegen wel van achteruitgang. De FNV verzoekt de Commissie dringend het wetsvoorstel aan de betreffende richtlijnen te willen toetsen en te willen bezien of zij aanleiding ziet tot het starten van een infractieprocedure tegen de Nederlandse staat, eventueel nadat een en ander kracht van wet heeft gekregen. De Commissie wil -na kennisname van de thans tot haar beschikking staande documentatie en informatie terzake van beoogde wetswijziging -de volgende opmerkingen maken, waarbij zij tevens verwijst naar haar Tussentijds Verslag over de toepassing van richtlijn 79/7 (doe. COM/83/793 Def van 6.1.1984).

  • Richtlijn 79/7/EEG dient uiterlijk 22-12-84 in de nationale wetgevingen ten uitvoer te zijn gelegd. 2. Voor wat betreft het kostwinnerschap herinnert de Commissie aan haar standpunt zoals neergelegd in bovenaangehaald Tussentijds Verslag (bl. 8), eropneerkomende dat het haars inziens onmogelijk is om het begrip gezinshoofd/kostwinner op neutrale wijze te definiëren en dat dit begrip bijgevolg onverenigbaar is met het beginsel van gelijke behandeling en afschaffing van discriminatie. Ingevolge dit beginsel is de Commissie van oordeel dat geen van beide echtgenoten als gezinshoofd/kostwinner dient te worden beschouwd, aldus uitgaande van enigerlei rangorde tussen de echtgenoten; deze moeten op voet van gelijkheid worden geplaatst. De Commissie is eveneens van mening dat de aan de toekenning van de sociale uitkeringen die vallen onder richtlijn 79/7 verbonden voorwaarden moeten kunnen worden vervuld door werknemers van beiderlei geslacht, onafhankelijk van hun echtelijke status. 3. Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 31-3-81 (zaak 96/80: Jenkins tegen Kingsgate) kan een vermoeden van indirecte discriminatie worden aangenomen ingeval ogenschijnlijk neutrale maatregelen in feite in overwegende mate werknemers van één geslacht betreffen; het is aan degene die de maatregel treft om te bewijzen dat objectief gerechtvaardigde gronden hieraan ten grondslag hebben gelegen, waaraan elke gedachte van discriminatie vreemd is. 4. Tijdelijkheid van wettelijke maatregelen mag niet worden aangevoerd als rechtvaardiging voor daarbij in het leven geroepen dan wel gehandhaafde discriminatie. De Commissie acht het haar taak, mede gezien de grote ongerustheid die er in Uw land blijkt te bestaan over de voorgenomen wijziging van de WWV U, met het oog op de verdere besluitvorming, tijdig van bovenstaande opmerkingen harerzijds in kennis te stellen.

Met gevoelens van de meeste hoogachting, Ivor Richard

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.