Brief van De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Herziening van het stelsel van sociale zekerheid

Inhoudsopgave

Tekst

BIJLAGE

's-Gravenhage, 18 oktober 1984

Aan de Minister-President. In afschrift aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Namens de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal moge ik het volgende onder Uw aandacht brengen. Tijdens de Algemene politieke en financiële beschouwingen hebt U, in antwoord op vragen van het lid Leerling, de Kamer toegezegd dat op korte termijn een samenhangende visie op de komende stelselwijziging van de sociale zekerheid zal worden voorgelegd, in ieder geval voordat maatregelen getroffen worden die op die herziening vooruitlopen (zie bijgevoegd stenogram). De commissie heeft geconstateerd dat op 17 oktober jl. een voorstel van wet is ingediend (verlaging van het uitkeringspercentage tot 70 van de WAO, WW en WWV), dat, zoals bekend, vooruitloopt op de stelselherziening. Gaarne wenst de commissie te vernemen wanneer bovenbedoelde visie aan de Kamer kan worden aangeboden, ervan uitgaande dat Uw toezegging een eerder gedane toezegging teniet doet (zie kamerstuk 18600, hoofdstuk XV, nr. 10). Zij dringt er bij U op aan de beleidsvisie op de kortst mogelijke termijn in te zenden, doch uiterlijk vóór de plenaire behandeling (voorzien in de week van 20 november a.s.) van eerdergenoemd voorstel van wet.

De griffier der commissie, D. B. van der Windt

Vervolgens is er het punt van de concrete suggestie om een grens te leggen bij zestig uur in één huishouden. Het concrete antwoord op deze suggestie is dat wij van mening zijn dat wij dit niet moeten doen. Door middel van een voorwaardenscheppend beleid streven wij er wel naar, sterk in de richting te gaan waarin het aspect van de deeltijdbaan een grote rol speelt bij de tweeverdieners. Dat levert feitelijk op wat de heer Leerling op het oog heeft. Het is echter een voorwaardenscheppend beleid. Ons staat ter zake geen wettelijke regeling voor ogen. Ten slotte sprak de heer Leerling over de discussie over de integrale stelselwijziging. Ik kan daarop het volgende antwoorden. Bij de stelselwijziging rond de sociale zekerheid zullen de standpunten van de SER betrokken worden. Als wij in de loop van de jaren wetsvoorstellen tot wijziging van het stelsel aan de orde krijgen, dan zal het standpunt van de regering er materieel bij zitten.

De heer Leerling (R.P.F.): Dat was de vraag niet. De vraag was, of het kabinet een eigen standpunt zal bepalen naar aanleiding van het binnengekomen SER-advies. Zal het kabinet dan het hele stelsel integraal aan de Kamer aanbieden? Als dat het geval is, kan daarover in deze Kamer worden gediscussieerd voordat het kabinet op ad hoc basis allerlei maatregelen neemt. Als de regering het laatste doet, past de puzzel weliswaar in elkaar, maar dan committeert de Kamer zich zonder dat zij het totaal kan overzien. Mijn vraag is dan ook, of wij op korte termijn de integrale stelselwijziging in de nieuwe vorm hier op tafel krijgen.

Minister Lubbers: Ja!

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.