Brief van de staatssecretaris van sociale zaken - Vervanging van kinderaftrek van de loon- en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 24

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 11 september 1978

Ingevolge de toezegging bij de behandeling van het wetsontwerp 14184, op 22 juni 1978, doe ik u bijgaand de door het lid der Kamer de heer Jansen gevraagde gegevens toekomen. Berekend zijn de effecten van een stelsel, waarin de kinderbijslagen zoals die na de eerste fase gelden, worden belast en tegelijkertijd zodanig worden verhoogd dat een gezin met een bruto inkomen van f 40 000 geen voor-of nadeel ondervindt. Omtrent de aard van de gegevens heeft tussen de heer Jansen en medewerkersvan mijn departement nader overleg plaatsgevonden. Ik onthoud mij thans van commentaar op het systeem dat aan deze gegevens ten grondslag ligt. Ongetwijfeld is daartoe de gelegenheid bij de behandeling van het (nog in te dienen) wetsontwerp betreffende de tweede fase inzake de herstructurering van de kinderbijslag en kinderaftrek. Wel plaats in een aantal kanttekeningen bij de berekeningen als zodanig. a. Bij de berekeningen zijn dezelfde veronderstellingen gebruikt als bij de met betrekking tot het wetsontwerp 14184 verstrekte gegevens. b. Verondersteld is dat de kinderbijslagen deel zullen uitmaken van het belastingplichtig inkomen, doch niet van het premieplichtig inkomen. c. Verondersteld is dat als gevolg van brutering en het belastbaar maken van de kinderbijslagen voor de betrokkenen het marginale belastingtarief gemiddeld zal stijgen met 4 punten. Deze veronderstelling kan nog niet «hard» worden gemaakt omdat zij niet getoetst is aan de inkomensverdeling. Wellicht ten overvloede zij opgemerkt, dat deze veronderstelling van doorslaggevende invloed is op de omvang van de ombuigingen. d. Mede op grond van voorgaande veronderstellingen zijn de uitkomsten van de berekening met onzekerheden behept. Niettemin geven zij naar mijn oordeel een redelijk inzicht in de kwantitatieve effecten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken, L. de Graaf Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 24

Bijlage

Inkomenseffecten belaste kinderbijslag, inclusief effect integratie met kinderaftrek, in 1979 (op basis van cijfers 1978) in guldens per jaar Tussen haakjes de mutaties in procenten van het belastbaar inkomen minus belasting Draaipunt f 40 000 bruto Gezinnen met:

f 21750 min. ink.

f 29900 modaal ink.

f 40 000

f 50 000

f 75 000

1 kind 2 kinderen 3 kinderen 5 kinderen 8 kinderen + 155 (+ 1,0) + 510 (+ 3,2) + 865 (+ 5,4) + 1 540 (+ 9,6) + 2985 (+18,7) 0 + 110 (+0,5) + 440 (+2,1) + 770 (+ 3,7) + 1330 (+6,4)

0 0 0 0 0

-205 (-0,7) -490 (-1,6) -700 (-2,3) -1165 1-3,8) -1865 (-6,0) -690 (--1770 (--1985 (--3030 (--4780 (-1,6) 4,1) 4,6) 7,1) 11,2)

Ombuigingen in min. guldens en in lopende prijzen Draaipunt f 40 000

1978

1979

1980

1981

Transactiebasis meeropbrengst belastingen meerkosten bijslagen ombuigingen

1450 1300 150

6300 5540 760

6800 5900 900

7400 6350 1050

Begrotingsbasis meeropbrengst belastingen meerkosten bijslagen ombuigingen

495 1140 -640

6205 4560 1645

6715556 5 1150

7300 6240 1060

Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 24

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.