Amendementen van de leden de korte en hermsen - Vervanging van kinderaftrek van de loon- en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 15

AMENDEMENTEN VAN DE LEDEN DE KORTE EN HERMSEN

Ontvangen 20 juni 1978

De ondergetekenden stellen de volgende amendementen voor:

I In de beweegreden wordt na «een nieuwe regeling inzake belastingvrije kinderbijslag» ingevoegd:, voorts de kinderbijslagbedragen voor het vierde en elk daarop volgend kind te verhogen alsmede voor de kalenderjaren 1979,1980 en 1981 het aanpassingssysteem van de kinderbijslagbedragen te wijzigen.

In artikel X, eerste lid, wordt in plaats van «f 37,44» gelezen: f 46,80.

III In artikel XI, eerste lid, wordt in plaats van «f37,44» gelezen: f44,46.

IV Na artikel XII worden vijf nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIII

  • De in artikel 11, eerste lid, onder b, eend, van de Algemene Kinderbijslagwet bedoelde kinderbijslagbedragen, zoals die met ingang van na 31 de cember 1978 gelegen data gelden of zullen gelden, worden voor het kalenderjaar 1979 verhoogd met f 21,06. 2. De ingevolge het vorige lid verhoogde kinderbijslagbedragen treden in de plaats van de in artikel 11, eerste lid, onder b, c en d, van de Algemene Kinderbijslagwet bedoelde kinderbijslagbedragen, met dien verstande, dat de in het vorige lid bedoelde verhoging voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 11 a van de Algemene Kinderbijslagwet geacht wordt niette hebben plaatsgevonden.

Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 15

  • In afwijking van artikel 20 van de Algemene Kinderbijslagwet worden de middelen tot dekking van de uitgaven, verbonden aan de verhoging, bedoeld in het eerste lid, gevonden door een bijdrage van het Rijk, die in het in artikel 21 van de Algemene Kinderbijslagwet bedoelde Algemeen Kinderbijslagfonds wordt gestort. 4. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Financiën kunnen ter zake van het bepaalde in het vorige lid nadere regelen stellen. Bij die regelen kan tevens worden bepaald op welke wijze de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt vastgesteld.

ARTIKEL XIV

Gedurende de kalenderjaren 1979,1980 en 1981 wordt artikel 11a van de Algemene Kinderbijslagwet gelezen als volgt:

Artikel 11a

  • De bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onder a, b, c en d, worden al naar gelang de ontwikkeling van het algemene loonniveau en het algemene prijsniveau verhoogd of verlaagd. 2. De bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onder a, b, c en d, worden door Onze Minister steeds herzien met ingang van 1 januari en 1 juli. Bij een herziening met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli worden de bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid,onder a, b, een d, verhoogd of verlaagd: a. enerzijds met de helft van het percentage, waarmede het indexcijfer der lonen op 31 oktober daaraan voorafgaande onderscheidenlijk op 30 april daaraan voorafgaande, naar boven of naar beneden afwijkt van het indexcijfer der lonen, waarop de laatste herziening is gebaseerd, en b. anderzijds met de helft van het percentage, waarmede het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober voorafgaande aan de datum van herziening onderscheidenlijk over de maand april voorafgaande aan de datum van herziening, naar boven of naar beneden afwijkt van het prijsindexcijfer, waarop de laatste herziening is gebaseerd. Een herziening per 1 januari onderscheidenlijk per 1 juli blijft achterwege, indien de som der percentages als bedoeld in de vorige volzin, onder a en b, geen aanleiding geeft tot wijziging van de bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onder a, b, c en d. 3. Bij een herziening als bedoeld in het vorige lid worden de bedragen naar boven afgerond op een veelvoud van 78 cent. 4. De overeenkomstig de vorige leden herziene bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onder a, b, c en d, met dien verstande, dat de afronding, bedoeld in het vorige lid, bij de eerstvolgende herziening op grond van het tweede lid buiten beschouwing blijft. 5. Indien daartoe naar Ons oordeel een bijzondere aanleiding bestaat, kunnen de bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onder a, b, een d, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven datum worden verhoogd. De ingevolge het bepaalde in de vorige volzin verhoogde bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in artikel 11, eerste lid, onder a, b, eend, met dien verstande, dat de verhoging voor de eerstvolgende herziening op grond van het tweede lid geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden. 6. Indien een verhoging als in het vorige lid bedoeld zou samenvallen met een herziening als bedoeld in het tweede lid blijft laatstbedoelde herziening achterwege. 7. Hetgeen onder indexcijfer der lonen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan, wordt nader bij algemene maatregel van bestuur geregeld. 8. Hetgeen onder prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan, wordt nader bij algemene maatregel van bestuur geregeld.

Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 15

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.