Gewijzigd ontwerp van wet - Vervanging van kinderaftrek van de loon- en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 9

GEWIJZIGD ONTWERP VAN WET

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 kinderaftrek van de loon-en inkomstenbelasting te vervangen door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet om langs de weg van samenvoeging van kinderaftrek en kinderbijslag te komen tot een nieuwe regeling inzake belastingvrije kinderbijslag; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

  • In de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 519) wordt voor het kalenderjaar 1978 artikel 53, vierde lid, letter a, vervangen door:
  • kinderaftrek geniet voor

indien hij of zijn echtgenoot op het voor de kinderaftrek beslissende tijdstip recht heeft op kinderbijslag geen recht heeft op ingevolge de Kinderbijslag" kinderbijslag ingevolge wet voor loontrekkenden de Kinderbijslagwet (Stb. 1967,482)

voor loontrekkenden

1 kind

met f

815

met f 1745 2 kinderen

f 1234

f 3577 3 of meer kinderen

f 1653

f 3996

  • Voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht. A. In artikel 2, tweede lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

2 vel

Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

B. In artikel 5, vierde lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

C.1. In artikel 46, eerste lid, letter a, wordt «geen kinderaftrek wordt genoten» vervangen door: hij geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het vierde lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

D.1. In artikel 53, vierde lid, wordt letter a vervangen door: a. indien hij of zijn echtgenoot op het voor de kinderaftrek beslissende tijdstip geen recht heeft op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden (Stb. 1967,482), kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten voor:

1 kind

met f 1745; 2 of meer kinderen

met f 3577;

  • In letter c van dat lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 3. In letter d van dat lid wordt «en kinderaftrek geniet» vervangen door: , kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. Voorts wordt «zonder kinderaftrek te genieten» vervangen door: , en geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

E.1. In artikel 55, eerste lid, letter b, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het derde lid wordt de laatste volzin vervangen door: Alsdan wordt de verhoging van het bedrag van de belastingvrije som als is bedoeld in artikel 53, vierde lid, letter a, ten aanzien van haar toegepast en wordt haar man ingedeeld in tariefgroep 1.

F.1. In artikel 56, eerste lid, wordt in de aanhef «geniet kinderaftrek» vervangen door: geniet kinderaftrek of wordt geacht kinderaftrek te genieten. 2. In het tweede lid wordt «geniet mede kinderaftrek» vervangen door: geniet mede kinderaftrek of wordt geacht mede kinderaftrek te genieten. 3. In het vijfde lid wordt «kinderaftrek wordt genoten» vervangen door: de belastingplichtige kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 4. In het achtste lid wordt «voor een kind geen kinderaftrek wordt genoten» vervangen door: de belastingplichtige voor een kind geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 5. Het negende lid wordt vervangen door:

  • De vorige leden vinden geen toepassing ten aanzien van degene die wordt ingedeeld in tariefgroep 1.

ARTIKEL II

Inde Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 521) worden voor het vierde kalenderkwartaal 1978 en voor het kalenderjaar 1979 de volgende wijzigingen aangebracht. A. In artikel 9, derde lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

B.1. In artikel 18, eerste lid, letter a, wordt «geen kinderaftrek wordt genoten» vervangen door: hij geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het vierde lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

C.1. In artikel 20, vierde lid, wordt letter a vervangen door: a. indien hij of zijn echtgenoot op het voor de kinderaftrek beslissende tijdstip geen recht heeft op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden, kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten voor:

1 kind

met f 1745; 2 of meer kinderen

met f 3577;

  • In letter c van dat lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 3. In letter d van dat lid wordt «en kinderaftrek geniet» vervangen door:, kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. Voorts wordt «zonder kinderaftrek te genieten» vervangen door:, en geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 4. Na dat lid wordt, onder vernummering van het vijfde en zesde lid in zesde en zevende, lid, ingevoegd:
  • De verhoging als is bedoeld in het vierde lid, letter a, wordt, tenzij onze Minister anders bepaalt, slechts in aanmerking genomen voor zover bij beschikking is bepaald dat op een vermindering te dier zake aanspraak bestaat. Het verzoek om zodanige beschikking wordt gericht aan de inspecteur.

D.1. In artikel 21, eerste lid, letter b, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het tweede lid wordt de laatste volzin vervangen door: Alsdan wordt de verhoging van het bedrag van de belastingvrije som als is bedoeld in artikel 20, vierde lid, letter a, ten aanzien van haar toegepast en wordt haar man -zo hij eveneens werknemer isingedeeld in tariefgroep 1, E.. In artikel 22, eerste lid, wordt in de aanhef «geniet kinderaftrek» vervangen door: geniet kinderaftrek of wordt geacht kinderaftrek te genieten. 2. In het tweede lid wordt «geniet mede kinderaftrek» vervangen door: geniet mede kinderaftrek of wordt geacht mede kinderaftrek te genieten. 3. In het vijfde lid wordt «kinderaftrek wordt genoten» vervangen door: de werknemer kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 4. Het achtste lid wordt vervangen door:

  • De vorige leden vinden geen toepassing ten aanzien van degene die wordt ingedeeld in tariefgroep 1.

F. In artikel 25, tweede lid, wordt «letters a, c, e, en f» vervangen door: letters c, e en f.

ARTIKEL III

  • In de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1965,429) wordt voor het kalenderjaar 1978 in artikel 26, tweede lid, onder vervanging van de letteraanduiding b door c, na letter a ingevoegd: b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die geen recht heeft dan wel voor de in-komstenbelasting geacht wordt geen recht te hebben op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en voor de inkomstenbelasting kinderaftrek geniet voor:

1 kind

met f 931; 2 of meer kinderen

met f 2344;

  • Voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

A. In artikel 26, tweede lid, wordt, onder vervanging van de letteraanduiding b door c, na letter a ingevoegd:

  • voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die voor de inkomstenbelasting recht heeft op een verhoging van de belastingvrije som als is bedoeld in artikel 53, vier-de lid, onder a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964: met het bedrag van die verhoging;

B.1. In artikel 31, tweede lid, wordt «geen kinderaftrek geniet» vervangen door: geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het derde lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 3. Voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. In artikel 3, vierde lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

B. In artikel 26, vierde lid, onder b, wordt «onder b en d» vervangen door: onder a, b en d.

ARTIKEL IV

  • In de Algemene Weduwen-en Wezenwet (Stb. 1965,429) wordt voor het kalenderjaar 1978 in artikel 41, tweede lid, onder vervanging van de letteraanduiding b door c, na letter a ingevoegd: b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die geen recht heeft dan wel voor de in-komstenbelasting geacht wordt geen recht te hebben op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en voor de inkomstenbelasting kinderaftrek geniet voor:

1 kind

met f 931; 2 of meer kinderen

met f 2344;

  • Voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht. A. In artikel 41, tweede lid, wordt, onder vervanging van de letteraanduiding b doorc, na letter a ingevoegd: b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die voor de inkomstenbelasting recht heeft op een verhoging van de belastingvrije som als is bedoeld in artikel 53, vier-de lid, onder a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964: met het bedrag van die verhoging;

B.1. In artikel 45, tweede lid, wordt «geen kinderaftrek geniet» vervangen door: geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het derde lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 3. Voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. In artikel 3, vierde lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

B. In artikel 41, vierde lid, onder b, wordt «onder b en d» vervangen door: onder a, b en d.

Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

ARTIKEL V

In artikel 3, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1968, 24) wordt voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

ARTIKEL VI

In artikel 3, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967,655) wordt voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

ARTIKEL VII

In artikel 3, vierde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (Stb. 1975, 674) wordt voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

ARTIKEL VIII

In artikel 1 van de Wet Bezitsvormingsfonds (Stb. 1971,418) wordt voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

ARTIKEL IX

In artikel 4, letter c, en in artikel 6, derde lid, van de School-en Cursusgeldwet 1972 (Stb. 624) wordt voor het kalenderjaar 1979 «kinderaftrek zou genieten» telkens vervangen door: kinderaftrek zou genieten of geacht zou worden te genieten.

ARTIKEL X

  • Het in artikel 11, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet bedoel-de kinderbijslagbedrag voor een derde kind, zoals dit met ingang van na 30 juni 1978 gelegen data geldt of zal gelden, wordt voor het derdeen vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 verhoogd met f 37,44. 2. In afwijking van het vorige lid geldt de aldaar bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag voor een derde kind niet voor een kind als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder e, van de Algemene Kinderbijslagwet. 3. Het ingevolge het eerste lid verhoogde kinderbijslagbedrag voor een derde kind treedt onverminderd het bepaalde in het vorige lid in de plaats van het in artikel 11, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet bedoelde kinderbijslagbedrag voor een derde kind, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde verhoging voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 11 a van de Algemene Kinderbijslagwet, geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden. 4. De in het eerste lid bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag voor een derde kind wordt van rechtswege niet gerekend tot de kinderbijslag die op grond van een overeenkomst of rechterlijke uitspraak betreffende

Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

levensonderhoud aan een ander dan de rechthebbende moet worden afgedragen, indien deze voor de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, tot stand zijn gekomen en na dit tijdstip niet zijn gewijzigd. 5. In afwijking van artikel 20 van de Algemene Kinderbijslagwet worden de middelen tot dekking van de uitgaven, verbonden aan de verhoging, bedoeld in het eerste lid, gevonden door een bijdrage van het Rijk, die in het in artikel 21 van de Algemene Kinderbijslagwet bedoelde Algemeen Kinderbijslagfonds wordt gestort. 6. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Financiën kunnen ter zake van het bepaalde in het vorige lid nadere regelen stellen. Bij die regelen kan tevens worden bepaald op welke wijze de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt vastgesteld.

ARTIKEL XI

  • Het in artikel 21, eerste lid, van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden bedoelde kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste en een tweede kind, zoals dit met ingang van na 30 juni 1978 gelegen data geldt of zal gelden, wordt voor het derde en vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 verhoogd met onderscheidenlijk f 72,54 en f 37,44. 2. In afwijking van het vorige lid geldt de aldaar bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste kind en een twee-de kind niet voor een kind als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder e, van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden. 3. Het ingevolge het eerste lid verhoogde kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste kind en een tweede kind treedt onverminderd het bepaalde in het vorige lid inde plaats van het in artikel 21, eerste lid, van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden bedoelde kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste kind en een tweede kind, met dien verstande, dat de in het eerste lid bedoelde verhoging voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 22 van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden, geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden. 4. De in het eerste lid bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste kind en een tweede kind wordt van rechtswege niet gerekend tot de kinderbijslag die op grond van een overeenkomst of rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud aan een ander dan de rechthebbende moet worden afgedragen, indien deze voor de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, tot stand zijn gekomen en na dit tijdstip niet zijn gewijzigd. 5. In afwijking van de artikelen 31, eerste lid, en 34, eerste tot en met vier-de lid, van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden worden de middelen tot dekking van de uitgaven, verbonden aan de verhogingen, bedoeld in het eerste lid, gevonden door een bijdrage van het Rijk die in het in artikel 31 van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden bedoelde Kinderbijslagfonds voor loontrekkenden wordt gestort. 6. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Financiën kunnen ter zake van het bepaalde in het vorige lid nadere regelen stellen. Bij die regelen kan tevens worden bepaald op welke wijze de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt vastgesteld.

ARTIKEL XII

  • Bij het beginvan het kalenderjaar 1979 vervangt Onze Ministervan Financiën de in artikel I, tweede lid, onderdeel D 1, en in artikel II, onderdeel C 1, vermelde bedragen door de voor die gevallen op de voet van artikel 54 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 berekende bedragen.

Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

  • Na de inwerkingtreding van deze wet vervangen Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Ministervan Financiën met ingang van 1 juli 1978 of een nader te bepalen datum de bedragen genoemd in de artikelen X, eerste lid, en XI, eerste lid. Zij berekenen deze bedragen zodanig dat aan de in die leden bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag mede ten grondslag liggen de opgrond van artikel 54 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 door Onze Minister van Financiën te berekenen bedragen die, onverminderd het bepaalde in artikel I, de in artikel 53, vierde lid, letter a, van die wet vermelde bedragen bij het begin van het kalenderjaar 1979 vervangen. Zij brengen vervolgens de door hen nodig geachte afrondingen aan. 3. Voor de berekening als is bedoeld in artikel 54, eerste lid, derde volzin, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden de in de artikelen X, eerste lid, en XI, eerste lid, bedoelde verhogingen van het kinderbijslagbedrag niet tot de kinderbijslag gerekend.

ARTIKEL XIII

  • Deze wet treedt in werking met ingang van 1 oktober 1978. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treden de artikelen I, eerste lid, III, eerste lid, IV, eerste lid, X, XI en XII, tweede en derde lid, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen I, eerste lid, III, eerste lid, en IV, eerste lid, terugwerken tot 1 januari 1978 en de artikelenX, XI, XII, tweede en derde lid, tot 1 juli 1978.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Sociale Zaken,

De Ministervan Financiën,

De Staatssecretaris van Sociale Zaken, De Staatssecretaris van Financiën, Tweede Kamer, zitting 1977-1978, 14184, nr. 9

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.