Nota van wijzigingen - Vervanging van kinderaftrek van de loon- en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet voor het jaar 1977

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr.8 Herdruk

NOTA VAN WIJZIGINGEN Ontvangen 21 april 1978

In het ontwerp worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. In de beweegreden wordt «voor het jaar 1977» vervangen door: voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979.

B 1. In artikel I wordt ondar nummering van het enige lid als tweede lid, ingevoegd: 1. In de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 519) wordt voor het kalenderjaar 1978 artikel 53, vierde lid, letter a, vervangen door:

  • kinderaftrek geniet voor

indien hij of zijn echtgenoot op het voor de kinderaftrek beslissende tijdstip recht heeft op kinderbijslag geen recht heeft op ingevolge de Kinderbi|slagkinderbijslag ingevolge wet voor loontrekkenden de Kinderbijslagwet (Stb. 1967,482)

voor loontrekkenden

1 kind

met f

815

met f 1745 2 kinderen

f 1234

f 3577 3 of meer kinde ren

f 1653

f 3996

  • In het als tweede lid genummerde enige lid wordt de aanhef vervangen door: Voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangevracht. Voorts worden in onderdeel D 1 «f 1624» en «f 3316» vervangen door: f 1745 en f 3577.

C. In artikel II wordt in de aanhef «voor het kalenderjaar 1977» vervangen door: voor het vierde kalenderkwartaal 1978 en voor het kalenderjaar 1979. Voorts worden in onderdeel C 1 «f 1624» en «f 3316» vervangen door: f 1745 en f 3577.

1 i.v.m. foutieve plaatsing van de tabel.

D. Artikel III wordt vervangen door:

Tweede Kamer,zitting 1977-1978, 14184, nr.8

ARTIKEL III

  • Inde Algemene Ouderdomswet (Stb. 1965,429) wordt voor het kalenderjaar 1978 in artikel 26, tweede lid, onder vervanging van de letteraanduiding b door c, na letter a ingevoegd: b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die geen recht heeft dan wel voor de in-komstenbelasting geacht wordt geen recht te hebben op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en voor de inkomstenbelasting kinderaftrek geniet voor:

1 kind: metf 931; 2 of meer kinderen: met f 2344.

  • Voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht. A. In artikel 26, tweede lid, wordt onder vervanging van de letteraanduiding b door c, na letter a ingevoegd: b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die voor inkomstenbelasting recht heeft op een verhoging van de belastingvrije som als is bedoeld in artikel 53, vierde lid, onder a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964: met het bedrag van die verhoging.

B 1. In artikel 31, tweede lid, wordt «geen kinderaftrek geniet» vervangen door: geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het derde lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 3. Voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A.ln artikel 3, vierde lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

B. In artikel 26, vierde lid, onder b, wordt «onder b en d» vervangen door: ondera, ben d.

E. Artikel IV wordt vervangen door:

ARTIKEL IV

  • In de Algemene Weduwen-en Wezenwet (Stb. 1965, 429) wordt voor het kalenderjaar 1978 in artikel 41, tweede lid, onder vervanging van de letteraanduiding bdoorc, na letter a ingevoegd: b. voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die geen recht heeft dan wel voor de in-komstenbelasting geacht wordt geen recht te hebben op kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en voor de inkomstenbelasting kinderaftrek geniet voor:

1 kind: metf 931; 2 of meer kinderen: met f 2344.

  • Voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht. A. In artikel 41, tweede lid, wordt, onder vervanging van de letteraanduiding bdoorc, na lettera ingevoegd:

Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 8

  • voor de verzekerde van wie de premie geheel of gedeeltelijk bij wijze van inhouding wordt geheven en die voor de inkomstenbelasting recht heeft op een verhoging van de belastingvrije som als is bedoeld in artikel 53, vier-de lid, onder a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964: met het bedrag van die verhoging.

B 1. In artikel 45, tweede lid, wordt «geen kinderaftrek geniet» vervangen door: geen kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 2. In het derde lid wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten. 3. Voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 worden de volgende wijzigingen aangebracht.

A. In artikel 3, vierde lid, wordt «kinderaftrek geniet» vervangen door: kinderaftrek geniet of geacht wordt te genieten.

B. In artikel 41, vierde lid, onder b, wordt «onder b en d» vervangen door: onder a, bend.

F. In de artikelen V, VI, VII en VIII wordt «voor het kalenderjaar 1977» vervangen door: voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979.

G. Artikel IX wordt vervangen door:

ARTIKEL IX

In artikel 4 letter c, en in artikel 6, derde lid, van de School-en cursusgeldwet 1972 (Stb. 624) wordt voor het kalenderjaar 1979 «kinderaftrek zou genieten» telkens vervangen door: kinderaftrek zou genieten of geacht zou worden te genieten.

H1. In artikel X wordt het eerste lid vervangen door: 1. Het in artikel 11, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet bedoel-de kinderbijslagbedrag voor een derde kind, zoals dit met ingang van na 30 juni 1978 gelegen data geldt of zal gelden, wordt voor het derde en vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 verhoogd met f 37,44. 2. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde lid en het vijfde lid in vijfde en zesde lid, ingevoegd: 4. De in het eerste lid bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag voor een derde kind wordt van rechtswege niet gerekend tot de kinderbijslag die op grond van een overeenkomst of rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud aan een ander dan de rechthebbende moet worden afgedragen, indien deze voor de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, tot stand zijn gekomen en na dit tijdstip niet zijn gewijzigd.

I 1. In artikel XI wordt het eerste lid vervangen door: 1. Het in artikel 21, eerste lid, van de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden bedoelde kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste en een tweede kind, zoals dit met ingang van na 30 juni 1978 gelegen data geldt of zal gelden, wordt voor het derde en vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 verhoogd met onderscheidenlijk f 72,54 en f 37,44. 2. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde lid en het vijfde lid in vijfde en zesde lid, ingevoegd: 4. De in het eerste lid bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag voor onderscheidenlijk een eerste kind en een tweede kind wordt van rechtswege niet gerekend tot de kinderbijslag die op grond van een overeenkomst Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 8

of rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud aan een ander dan de rechthebbende moet worden afgedragen, indien deze voor de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, tot stand zijn gekomen en na dit tijdstip niet zijn gewijzigd.

J. Artikel XII wordt vervangen door:

ARTIKEL XII

  • Bij het beginvan het kalenderjaar 1979 vervangt Onze Ministervan Financiën de in artikel I, tweede lid, onderdeel D 1, en in artikel II, onderdeel C 1, vermelde bedragen door de voor die gevallen op de voet van artikel 54 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 berekende bedragen. 2. Na de inwerkingtreding van deze wet vervangen Onze Ministervan Sociale Zaken en Onze Ministervan Financiën met ingang van 1 juli 1978 of een nader te bepalen datum de bedragen genoemd in de artikelen X, eerste lid, en XI, eerste lid. Zij berekenen deze bedragen zodanig dat aan de in die leden bedoelde verhoging van het kinderbijslagbedrag mede ten grondslag liggen de op grond van artikel 54 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 door Onze Minister van Financiën te berekenen bedragen die, onverminderd het bepaalde in artikel I, de in artikel 53, vierde lid, letter a, van die wet vermelde bedragen bij het begin van het kalenderjaar 1979 vervangen. Zij brengen vervolgens de door hen nodig geachte afrondingen aan. 3. Voor de berekening als is bedoeld in artikel 54, eerste lid, derde volzin, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden de in de artikelen X, eerste lid, en XI, eerste lid, bedoelde verhogingen van het kinderbijslagbedrag niet tot de kinderbijslag gerekend.

K. Na artikel XII wordt ingevoegd:

ARTIKEL XIII

  • Deze wet treedt in werking met ingang van 1 oktober 1978. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treden de artikelen I, eerste lid, III, eerste lid, IV, eerste lid, X, XI en XII, tweede en derde lid, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen I, eerste lid, III, eerste lid, en VI, eerste lid, terugwerken tot 1 januari 1978 en de artikelen X, XI, XII, tweede en derde lid, tot 1 juli 1978.

Toelichting In verband met de gewijzigde invoeringsdatum van het onderhavige wetsontwerp dient in de citeertitel 'voor het jaar 1977'te worden vervangen door: voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar1979.

De Minister van Sociale Zaken, W. Albeda De Ministervan Financiën, F. H. J. J. Andriessen De Staatssecretaris van Sociale zaken, L. de Graaf De Staatssecretaris van Financiën, A. Nooteboom Tweede Kamer, zitting 1977-1978,14184, nr. 8

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.