Nota naar aanleiding van het eindverslag - Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (houdende de wijziging van de financieringsstructuur)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 7

NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET EINDVERSLAG Ontvangen 30 november 1988

De leden van de P.v.d.A. fractie hadden nog enige vragen met betrekking tot het onderhavige wetsvoorstel.

Zij leggen een verband tussen de inkomensgevolgen van het onderhavige wetsvoorstel en de inkomensgevolgen die optreden onder invloed van de wetsvoorstellen inzake de vereenvoudiging van de belasting-en premieheffing (Oort). Hierbij merk ik op dat de inkomensgevolgen van dit wetsvoorstel betrekking hebben op de situatie in 1989 in welk jaar de voorstellen inzake de vereenvoudiging van de belasting-en premieheffing nog niet zullen zijn geëffectueerd. De gevolgen van de wijziging voor de financieringsstructuur van de AKW kunnen in beginsel dan ook los van de wetsvoorstellen inzake de vereenvoudiging van de belasting-en premieheffing worden bezien. Het is overigens wel zo dat de totstandkoming van het onderhavige wetsvoorstel de inkomenseffecten van de wetsvoorstellen tot vereenvoudiging van de belasting-en premieheffing beïnvloedt. In het advies van de Commissie tot vereenvoudiging van de loon-en inkomstenbelasting is bij de berekening van de inkomenseffecten voor de onderscheiden categorieën uitgegaan van AKW-premieheffing in zowel de vóór-Oortseals na-Oortsesituatie. In de berekeningen welke zijn gepresenteerd in de memorie van antwoord bij het wetsvoorstel 20595 (vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon-en inkomstenbelasting) is daarentegen aangenomen dat de premieheffing voor de AKW zowel in de vóór-als in de na-Oortsesituatie zal zijn vervallen. Ten opzichte van de eerder berekende inkomensgevolgen van de maatregelen inzake de vereenvoudiging van de belasting-en premieheffing treden door het wegvallen van de AKW-premieheffing enige verschuivingen in inkomensgevolgen op tussen enkele categorieën premieplichtigen. De inkomensgevolgen voor werknemers verslechteren en die voor bejaarden met een aanvullend pensioen en voor zelfstandigen verbeteren. In de nota naar aanleiding van het eindverslag inzake het wetsvoorstel vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon-en inkomstenbelasting (20595) is de verklaring hiervoor gegeven. Er is daar gewezen op het verschijnsel, dat tegenover de verlaging van het tarief

van de eerste schijf in verband met het wegvallen van de AKW-premie, enige stijging van de overige premies en van het belastingtarief van de eerste schijf staat, vanwege het wegvallen van de AKW-premie uit de overhevelingstoeslag en daarmee uit de heffingsgrondslag voor de overige volksverzekeringspremie en de belasting. Voor werknemers valt per saldo de combinatie van een lagere overhevelingstoeslag en het lagere tarief van de eerste schijf negatief uit. Dit negatieve inkomenseffect voor werknemers is de tegenhanger van de positieve inkomenseffecten die optreden voor bejaarden (in 1990) en zelfstandigen (in 1989). Op het punt van de inkomensgevolgen van de wetsvoorstellen inzake de vereenvoudiging van de belasting-en premiewetgeving komen kabinet en volksvertegenwoordiging overigens nog nader te spreken in het kader van de parlementaire behandeling van de desbetreffende wetsvoorstellen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.