Eindverslag - Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (houdende wijziging van de financieringsstructuur AKW)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 6

1 Samenstelling: Leden: Nypels (D66), Weijers (CDA), voorzitter, Beckers-de Bruijn (PPR), Spieker (PvdA), Moor (PvdA), Gerritse (CDA), Buurmeijer (PvdA), ondervoorzitter, Rempt-Halmmans de Jongh (VVD), Wolters (CDA). Groenman (D66), Oomen-Ruijten (CDA), Ter Veld (PvdA), Van Nieuwenhoven (PvdA), Linschoten (VVD), Alders (PvdA), Kamp (VVD), Nijhuis (VVD), Leijnse (PvdA), Doelman-Pel (CDA), G. Terpstra (CDA), Van Gelder (PvdA), De Leeuw (CDA), Biesheuvel (CDA). Plv. leden: Tommei (D66), Van Es (PSP), Worrell (PvdA), Kok (PvdA), Van lersel (CDA), Hageman (PvdA), Korthals (VVD), Engwirda (D66), De Kok (CDA), Van der Vlies (SGP), Melkert (PvdA), De Grave (VVD), Wöltgens (PvdA), Franssen (VVD), Schutte (GPV), Knol (PvdA), Paulis (CDA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Vliegenthart (PvdA), Tuinstra (CDA), Leerling (RPF).

EINDVERSLAG Vastgesteld 29 november 1988

Na kennisneming van de memorie van antwoord zijn in de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog enkele vragen gesteld en opmerkingen gemaakt. Onder het voorbehoud dat de regering deze tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

De leden van de P.v.d.A.-fractie hadden nog enkele vragen met betrekking tot het onderhavige wetsvoorstel. Uit de memorie van antwoord hadden zij begrepen dat het effect voor de rijksbegroting van per saldo f 3,2 mld. in feite meer dan gedekt wordt door het beëindigen van de WIR.. Voor werknemers heeft de beëindiging van de premieplicht voor de AKW voor de werkgever noch negatieve noch positieve effecten, zo hadden zij begrepen. Bij lezing van het eindverslag met betrekking tot het wetsvoorstel 20595 (vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon-en inkomstenbelasting) hadden zij begrepen dat de wijziging van de financieringsstructuur van de AKW wel effecten zal hebben in de Oortstructuur. Dat de premie AKW niet wordt meegenomen in de overhevelingstoeslag -waar deze ook «na Oort» via de rijksbegroting zal blijven lopen -zou een negatief netto inkomenseffect bij werknemers teweeg moeten brengen, aldus de memorie van antwoord bij wetsvoorstel 20595. Deze leden hadden steeds begrepen dat de overhevelingstoeslag nu juist zal worden verstrekt om geen negatieve -maar toch ook geen positieve? -inkomenseffecten als gevolg van de overheveling van de opslagpremies te bewerkstelligen. Hoe kan dan het niet meer bestaan van een premie -die dus ook niet gecompenseerd wordt -leiden tot een negatief inkomenseffect als het afschaffen van de premie leidt tot een neutraal inkomenseffect? Indien de AKW-premie van de werkgever overgaat naar het Rijk zonder dat daarvoor extra belastingmiddelen behoeven te worden opgebracht door de werknemers -omdat immers de AKW-premie en de WIR-premie tegen elkaar zijn uitgeruild -dan kan het toch geen effect hebben op de

berekening van de koopkracht van de werknemers in «voor-en na-Oortse» situatie?

De leden van de P.v.d.A.-fractie zouden het op prijs stellen hierover een nadere toelichting te verkrijgen.

De voorzitter van de commissie, Wolters De griffier van de commissie, Van der Windt

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.