De stemmingen in verband met het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (houdende de wijziging van de financieringsstructuur AKW) - Handelingen Tweede Kamer 1988-1989 01 december 1988 orde 10

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (houdende de wijziging van de financieringsstructuur AKW) (20892).

De artikelen I t/m V en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

©

De voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PPR, de PSP en het GPV tegen dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over de onderwerpen waarover zojuist is gestemd.

Sociaalfiscaal nummer

©

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA): Mijnheer de voorzitter! De toezegging van de staatssecretaris met betrekking tot mijn motie op stuk nr. 22 is meer dan niks. Principieel blijven wij echter van mening dat het onjuist is dat de WPR niet in werking is getreden, als dit wetsvoorstel in werking treedt. Daarom hebben wij ook voor het amendement van mevrouw Van Es gestemd. Ik bevind mij met die mening in het goede gezelschap van de staatssecretaris zelf die met de Raad van State en tot en met de indiening van het wetsvoorstel hetzelfde vond. De toezegging van de staatssecretaris heeft ertoe kunnen leiden dat mijn fractie voor dit wetsvoorstel heeft gestemd. De procedurele problemen zijn daarmee verhuisd naar de overkant, de Eerste Kamer. Voorzitter, u hoort niet iedere dag dat mijn fractie uitspreekt dat zij blij is dat de Eerste Kamer er is.

De voorzitter: Bedoelt u deze of die Kamer?

Mevrouw Van Nieuwenhoven (PvdA): Dè!

De voorzitter: Die Kamer dus.

©

Mevrouw Groenman (D66): Voorzitter! Formeel en principieel gezien had de fractie van D66 tegen het wetsvoorstel moeten stemmen, zolang de WPR niet in werking is getreden. De Eerste Kamer heeft daar namelijk nog niet over beslist. Het wetsvoorstel inzake het sofi-Aan het woord is mevrouw Groenman (D66) nummer is echter gebaseerd op de uitgangspunten van de WPR, waar het de bescherming van de persoonlijke levenssfeer betreft, en gaat hier en daar zelfs verder. Ook is het zo dat een juridisch beroep op het privacyreglement, opgesteld door de uitvoeringsorganen, nu al mogelijk is. Er is dus bescherming genoeg van de privacy. Daarom hebben wij voor dit wetsvoorstel en tegen het amendement van mevrouw Van Es op stuk nr. 19 gestemd.

©

De heer Leerling (RPF): Mijnheer de voorzitter! Ook ik wil een stemverklaring afleggen vanwege mijn stemgedrag in verband met de invoering van het sofinummer. Alles tegen elkaar afwegend, heb ik uiteindelijk toch mijn steun gegeven aan het invoeren van het sofinummer. Een zwaarwegend argument vormde de uitdrukkelijke toezegging van de staatssecretaris dat het sofinummer binnen strikt afgepaalde sectoren mag worden gebruikt en dat de privacyaspecten zijn beschermd door bepalingen die zijn afgestemd op de inhoud van de WPR. Mijn fractie acht het sofinummer helaas nodig vanwege de fraudebestrijding. De andere argumenten die de staatssecretaris heeft genoemd, wegen bij mij minder zwaar. Ik heb dat zowel in eerste als in tweede termijn heel nadrukkelijk naar voren gebracht. Dat geldt voor mijn gereserveerdheid in totaliteit ten opzichte van het wetsvoorstel. Ik zeg echter nogmaals dat de fraudebestrijding ook bij mij zo'n hoge prioriteit heeft dat ik in dit geval mijn stem aan dit voorstel heb gegeven, hopend dat daarmee inderdaad de effecten worden bereikt die de staatssecretaris beoogt.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.