De voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp Vervanging van kinderaftrek van de loon-en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden ... - Handelingen Tweede Kamer 1977-1978 27 juni 1978 orde 6


Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp Vervanging van kinderaftrek van de loon-en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979(14184) en van: de motie-Hermsen c.s. om de stijging van de als gevolg van de afschaffing van de kinderaftrek optredende belastingdruk aan te wenden voor lastenverlaging elders (14184, nr. 18); de motie-Dolman c.s. om afschaffing van dubbele kinderbijslag voor 16-en 17-jarigen in heroverweging te nemen (14184, nr. 19).

©

De Voorzitter: Naar mij blijkt, bestaat er behoefte aan heropening van de algemene beraadslaging. Ik stel voor, daartoe de gelegenheid te bieden.

Daartoe wordt besloten. D

©

B.J.M. (Ben)  HermsenDe heer Hermsen (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb verleden week -zij het dat dit op een voor onze fractie wat ongewild vroeg moment kwam -een motie ingediend (stuk nr. 18), ertoe strekkende het gesaldeerde resultaat van de bij het wetsontwerp verkregen ombuiging duidelijk bestemd te krijgen voor lastenverlichting, overeenkomstig de doelstellingen van de ombuigingsoperatie. De Minister heeft in zijn antwoord gesteld dat, als die 300 min. in de schatkist zouden komen, zoals dat in de memorie van antwoord werd vermeld, zij daar niet bestemd waren om te dienen voor de plussen en minnen van de ombuigingsoperatie, die lastenverlichtende maatregelen eist willen de doelstellingen van die ombuigingsmaatregelen worden bereikt. Hoe dat zou moeten gebeuren, en hoe die 300 min. zouden moeten worden aangewend, stond voor hem nog niet helemaal vast, maar de Regering denktals ik de Minister tenminste goed begrepen heb -aan maatregelen in dezelfde geest, aan een mogelijke verlichting van de werkgeverslasten, eventueel aan fiscale tegemoetkomingen of aan de KWL-premie. Hij sluit dat alles niet uit, maar wilde zich toch niet gaarne zien vastgelegd door in te stemmen met het door ons beoogde 'earmarken' van dit bedrag. Zijn gedachten lopen min of meer parallel met de onze. In tweede instantie zei hij letterlijk: 'Wat u wilt, willen wij uiteraard ook', maar voor hem blijft het de vraag of dat via een per motie 'earmarken' van dit bedrag moet gebeuren. Ofschoon de zekerheidsstelling die wij met onze motie beoogden niet geheel wordt verkregen, zou ik toch met een beroep op de bewindslieden om het op dit punt verhandelde in dit debat beslist niet te vergeten en alles te doen wat mogelijk is om de intentieverklaring van de bewindsman ook in daden om te zetten, vanuit het vertrouwen dat er echt tussen ons en deze Regering dient te bestaan, mijn motie op stuk nr. 18 willen intrekken.

De Voorzitter: Aangezien de motie-Hermsen c.s. (14184 nr. 18) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

©

R.W. (Rudolf) de KorteDe heer De Korte (VVD): Mijnheer de Voorzitter! In aansluiting aan de woorden van de heer Hermsen wil ik nog wat zeggen over ons amendement nr. 14, waarin een bedrag van 80 min. wordt genoemd. Dat zou 100 min. moeten zijn. Ik zou het ook zeker veranderd hebben, maar wij hebben ons -ook in het licht van wat de heer Hermsen zoeven heeft gezegd -beraden aan de hand van wat de Minister op vragen onzerzijds min of meer heeft toegezegd.

Wij hebben steeds gesproken over het belastingverzwarende element van de eerste fase. Wij zaten met het probleem dat wij niet wisten wat met die gelden ging gebeuren. Wij hebben een amendement ingediend, dat beoogde het belastingverzwarende element te halveren tot f 150 min. Dan nog blijft er een bedrag van f 150 min. in 1980 over. Wij hebben gevraagd of deze middelen ten goede komen aan 's Rijks schatkist, of de kous met het verdwijnen van deze middelen in de schatkist af is. De Minister heeft zich op deze vragen van onze kant en ook van de kant van het CDA echter positief uitgelaten. Hij is ons zeer tegemoetgekomen wat betreft de 'earmarking'. Hij zei: 'Op een specifiek 'earmarken' van een deel van het ombuigingsbedrag voor vermindering van de KWL-premie' -dat hadden wij gevraagd -'zou ik mij thans nog niet geheel willen vastleggen, ook al wil ik in het geheel niet uitsluiten dat in het kader van de door het kabinet nog aan de Kamer voor te leggen voornemens voor de middellange termijn, vermindering van KWL-premie zal worden voorgesteld.'. Gezien deze tegemoetkomende nouding van de Minister trekken wij ons amendement op stuk nr. 14 in.

De Voorzitter: Aangezien het amendement-De Korte c.s. (stuk nr. 14) is ingetrokken, maakt het geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De Voorzitter: Naar mij blijkt, worden alle op het wetsontwerp voorgestelde amendementen, voor zover ze niet voldoende zijn ondertekend, alsnog voldoende ondersteund. Over de artikelen I tot en met IX wordt geen beraadslaging gevoerd. Beraadslaging over artikel X, waarop zijn voorgesteld: een amendement-De Korte c.s. (stuk nr. 15, II); een amendement-Van der Spek c.s. (stuknr. 16,1); een amendement-Van der Spek c.s. (stuknr. 16, II).

©

W. (Wil)  AlbedaMinister Albeda: Mijnheer de Voorzitter! Het amendement van de heer Van der Spek is naar mijn gevoel in strijd met de bedoeling van het wetsontwerp. Aanvaarding ervan lijkt mij onlogisch. Ik raad aanvaarding daarom af.

Hoge Raad der Nederlanden Kinderaftrek/kinderbijslag

Ik heb de vorige keer mijn bezwaren tegen de amendementen van de heren De Korte en Hermsen reeds uiteengezet. Het zijn bezwaren van inkomenspolitieke en esthetische aard. Ook het gebruik van de gemengde index vind ik minder fraai. Mijn bezwaar richt zich ten slotte tegen het gat dat valt in 1979. Dat ie voor ons wel een zeer ernstig bezwaar tegen het amendement.

©

R.W. (Rudolf) de KorteDe heer De Korte (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Wij hebben tijdens dit debat van het kabinet verschillende bezwaren met betrekking tot amendement nr. 15 gehoord. Daarover hebben wij ook van gedachten gewisseld. De Minister noemde vooral zijn derde punt als reden om ernstige bezwaren te hebben tegen ons amendement. Ook wij zien het probleem dat zich nü voordoet. Wel vinden wij dat dit probleem is ontstaan -daarover moet duidelijkheid bestaan -doordat voortijdig een bedrag is ingebouwd in de begroting voor de komende jaren. Nu wij een verandering in de regeringsvoorstellen beogen geeft dat, met name op korte termijn, een budgettair probleem. De Minister sprak van een gat, maar het is eerder omgekeerd. Door de voorstellen van het wetsontwerp is een duidelijke bult gecreëerd en die is door ons amendement wat afgegraven. Omdat die bult voortijdig werd in-gebouwd in het gehele heuvellandschap van de ombuigingen zijn er problemen ontstaan. Wij zien die problemen wel en daarom willen wij het kabinet op korte termijn over deze problemen heen heipen. Ik stel dan ook voor ons amendement zo te wijzigen dat het ingaat op 1 april. Daardoor ontstaat voor het kabinet een budgettaire situatie die, ons in-ziens, aanzienlijk minder problemen geeft. Ik benadruk echter nogmaals dat niet wij een gat laten vallen. Hier is sprake van een afvlakking van een bult.

De Voorzitter: De heer De Korte heeft de amendementen voorkomende op stuk nr. 15 gewijzigd. De gewijzigde amendementen staan op stuk nr. 22. Ik geef het woord aan de heer Dolman, die het heeft gevraagd.

De heer Dolman (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Wij krijgen zojuist vier nieuwe amendementen, in totaal zes pagina's, onder ogen. Ik heb daar absoluut geen voorkennis van gehad; ik heb dat in de fractie niet kunnen bespreken. Ik verzoek u dan ook de behandeling van dit wetsontwerp te verdagen tot morgen.

De Voorzitter: Gaat het u om de behandeling van het hele wetsontwerp of uitsluitend van dit artikel?

De heer Dolman (PvdA): Ik wil de leden nu niet ophouden door om een schorsing voor bestudering te vragen. Het lijkt mij veel correcter de stemmingen morgen te houden. Wij zouden dan nu de behandeling van het wetsontwerp wel kunnen voortzetten.

De heer De Korte (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Het betreft hier toch werkelijk een technische wijziging, die het niet noodzakelijk maakt de gehele discussie te verdagen. Het effect van deze wijziging laat zich alleen zien in het komende jaar.

De heer Dolman (PvdA): In de discussie van donderdagavond heb ik de heer De Korte een bepaald probleem in zes instanties voorgehouden. Hij begreep het toen niet. Nu moet hij van mij aannemen dat ik een uurtje nodig heb om dit amendement te bestuderen.

De Voorzitter: De heer Dolman stelt dus voor, nu niet over deze amendementen te beslissen, maar wel de behandeling ervan voort te zetten.

©

M. (Marcus)  BakkerDe heer Bakker (CPN): Mijnheer de Voorzitter! Ik wilde u eigenlijk voorstellen deze amendementen nu helemaal niet te behandelen. Het is niet alleen een kwestie van stemmen. Het gaat erom dat wij niet weten wat ze precies inhouden en welke financiële gevolgen ze kunnen hebben. Of is de samenwerking zo gesmeerd dat de Regering onmiddelijk kan produceren welke besparingen deze amendementen voor de begroting van volgend jaar kunnen opleveren? U staat nu wel met het stuk in uw handen, mijnheer De Korte, maar ik heb het nog niet gezien.

De heer De Korte (VVD): Ik wil het u wel zeggen.

De heer Bakker (CPN): Dat is ontzettend vriendelijk van u maar ik wil het graag eerst zelf kunnen lezen. Daarvoor heeft u het ook laten drukken als ik het goed begrijp.

©

D. (Dick)  DolmanDe heer Dolman (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Mij is net gebleken dat er bij deze amendementen in tegenstelling tot de voorgaande geen toelichting is. Naar aanleiding van de discussie over de oorspronkelijke amendementen, voorkomende op stuk nr. 15, is de Regering zo vriendelijk geweest om op mijn verzoek de inkomenseffecten te doen uitrekenen en die aan ons te doen toekomen op stuk nr. 21. Is de Regering in staat om ook de inkomenseffecten van de nieuwe amendementen voor het laatste kwartaal van 1978 en voor de jaren 1979,1980 en 1981 aan ons voor te leggen? Ik zou die gegevens graag op schrift voor mij hebben alvorens over de gewijzigde amendementen te oordelen.

De Voorzitter: Is de Regering in staat, direct op die vraag te antwoorden?

Minister Albeda: Mijnheer de Voorzitter! De Regering kan erg veel, maar zo vlug zal het denk ik niet gaan.

©

De Voorzitter: Dan lijkt het mij inderdaad beter om nu de beraadslaging te schorsen, mede in verband met het feit dat de Staatssecretaris van Financiën nog slechts een kwartier in ons midden zal kunnen zijn omdat hij om 16 uur weer in de Eerste Kamer moet zijn. Naar mij blijkt, gaat de Kamer hiermee akkoord. De beraadslaging wordt geschorst. De behandeling van het wetsontwerp wordt geschorst. De vergadering wordt van 17.45 uur tot 16.04 uur geschorst.

De Voorzitter: Ik neem aan dat de eerste termijn van de kant van de Kamer in het URENCO-debat vier tot vierenhalf uur in beslag zal nemen en dat de Regering morgen om één uur zal kunnen antwoorden. Ik stel voor, na dat antwoord de behandeling van de brief over het ultracentrifugeproject te schorsen en dan eerst het wetsontwerp Wijziging van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst (11155) te behandelen. Daarna zal het wetsontwerp inzake de kinderaftrek. kunnen worden afgehandeld. Aannemende dat dit alles in de loop van de middag kan geschieden, zouden wij morgenavond de behandeling van de brief inzake het ultracentrifugeproject kunnen voortzetten, eventueel met een vervolg op donderdag. Verder stel ik voor, de behandeling van de wetsontwerpen Gemeentelijke herindeling van het Eemsmondgebied (13001) en Toevoeging van het Bijlmermeergebied aan de gemeente Amsterdam (14992) te doen plaatsvinden donderdagmiddag, met onderbreking van de agenda, onmiddellijk na de middagpauze.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.