Inhoudsopgave

Tekst

, Dit deel van de raad erkent wel, dat het Stb. 753, is het recht op kinderbijslag recht op kinderbijslag voor partieel geopend voor partieel leerplichtige leerplichtige kinderen niet in overkinderen. Deze kinderen voldeden echeenstemming is met het geldende onter niet aan het voor het recht op kinderwijscriterium. Naar het oordeel van derbijslag geldende onderwijscriteridit deel van de raad mag niet uit het um. Immers de voor werkzaamheden oog worden verloren, dat het recht op beschikbare tijd van die kinderen werd kinderbijslag is toegekend in de verniet voor meer dan de helft in beslag wachting, dat de partiŽle leerplicht zou genomen door of in verband met het uitgroeien tot een volledige leerplicht, volgen van onderwijs of van een be-Dat deze uitgroei niet wordt geŽffecturoepsopleiding. Toch is destijds geko-eerd kan de partieel leerplichtigen niet zen voor de kinderbijslag als instruworden verweten. Daarom is het naar ment om een tegemoetkomingsregehet oordeel van dit deel van de raad ling voor deze kinderen te realiseren.

niet rechtvaardig, dat (de ouders van) De reden voor de keuze van kinderbij-de partieel leerplichtigen hiervan de fislag als instrument was gelegen in de nanciŽle gevolgen moeten dragen, destijds bestaande verwachting, dat te Het spreekt vanzelf, dat het achterzijner tijd na uitbreiding van de partiŽ-wege blijven van de verdere ontwikkele leerplicht tot drie dagen per week ling van de partiŽle leerplicht noch aan wel aan het onderwijscriterium zou deze kinderen noch aan hun ouders worden voldaan.

kan worden verweten. Dit mag echter Nu aan de plannen tot uitbreiding naar mijn oordeel geen reden zijn om van de partiŽle leerplicht geen vorm een oneigenlijk element in de AKW te zal worden gegeven ben ik van melaten voortbestaan, ning, dat het recht op kinderbijslag Vervolgens wijst dit deel van de raad voor deze kinderen moet worden afgenog op het cumulatief effect van de schaft.

voorgenomen maatregelen voor deze In zijn advies van 21 november 1980

groep van jeugdige werknemers. Ook over de beperking van de groei van de op dit punt ben ik van mening, dat cu-uitgaven voor sociale zekerheid heeft mulatie van effecten in de inkomens-de Sociaal-Economische Raad (SER) sfeer geen reden is om een oneigenlijk ook over dit voornemen advies uitge-element in de kindei bijslag te handhabracht. Uit dit advies blijkt, dat een ven. deel van de raad zich met dit voorstel De opbrengst van de hier voorgekan verenigen.

stelde maatregel bedraagt ca. f 30 min. Een ander deel van de raad kan echper jaar. ter niet met dit voorstel instemmen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken, L. de Graaf Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16534, A-C

I

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.