Stemmingen in verband met het wetsontwerp Wijziging van de Wet Sociale Werkvoorziening - Handelingen Tweede Kamer 1980-1981 17 maart 1981 orde 13

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn stemmingen in verband met het wetsontwerp Wijziging van de Wet Sociale Werkvoorziening (16429) en over: de motie-Knol over aanwending van de financiële opbrengsten voor werkgelegenheidsbevorderende maatregelen binnen de WSW (16527, nr. 11); de motie-Wessel-Tuinstra over in-houdingen op het loon (16429, nr. 13); de motie-Knol over het stellen van een limiet aan het jaarlijkse groeipercentage van hetWSW-bestand (16429, nr. 14); de motie-Knol over toetsing van de overgangsmaatregel van wetsontwerp 16429(16429, nr. 19).

©

De Voorzitter: Mij is verzocht om heropening van de beraadslaging. Ik stel voor, aan dat verzoek te voldoen. Daartoe wordt besloten.

©

Mevrouw Wessel-Tuinstra (D'66): Mijnheer de Voorzitter! Bij de herziening van de Wet Sociale Werkvoorziening heeft mijn fractie een amendement ingediend ten einde de democratisering te bevorderen van de sociale werkplaatsen. Bij nader inzien trekt mijn fractie dit amendement in, namelijk amendement nr. 15, ten behoeve van een motie die straks door de heer De Voogd zal worden ingediend ten einde de democratisering alsnog tot stand te brengen.

De Voorzitter: Aangezien het amendement-Wessel-Tuinstra (stuk nr. 15) is ingetrokken, maakt het geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Onderwijs en Wetenschappen Wetenschapsbudget Sociale werkvoorziening

©

De heer De Voogd (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Inhakend op het intrekken door de indienster van amendement nr. 15 wil ik het volgende opmerken. Mijn fractie hecht grote waarde aan het betrekken van personeel en cliënten bij het besturen van door de overheid gesubsidieerde welzijnsinstellingen. Bij de gedachtenwisseling over democratisering van die instellingen heeft mijn fractie zich daarover duidelijk uitgesproken. Wij zijn van mening dat analoog hieraan dient te worden bevorderd dat ook in verband met de sociale werkvoorziening de betrokkenheid van personeel en de tewerkgestelde WSW-werknemers wordt vergroot, door het doen opnemen van een vertegenwoordiger van elk van de categorieën in de stichtingsbesturen respectievelijk bestuurscommissies. Ik heb de Kamer hierover een motie voorgelegd. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om mede te delen dat in het dictum twee woorden, namelijk de woorden 'zo mogelijk' zijn geschrapt in overleg met de medeondertekenaars. Uiteraard houdt de bevordering van het betrekken van WSW-werknemers op wanneer het onmogelijk blijkt te zijn een vertegenwoordigerte doen aanwijzen.

De Voorzitter: Door de leden De Voogd, Wessel-Tuinstra en Paulis wordt de volgende motie voorgesteld: De Kamer, gehoord de beraadslaging; overwegende, dat het analoog aan de gedachtenwisseling over de democratisering van door de Overheid gesubsidieerde welzijnsinstellingen wenselijk is dat ook aan de betrokkenheid van het personeel en van de WSW-werknemers bij het bestuur van de sociale werkvoorzieningsverbanden gestalte wordt gegeven; verzoekt de Regering, te bevorderen, dat in de stichtingsbesturen c.q. in de bestuurscommissies van de sociale werkvoorzieningsverbanden personen als vertegenwoordigers worden opgenomen uit de kring van het personeel en uit de kring van de WSW-werknemers, en gaat over tot de orde van de dag. Naar mij blijkt, wordt deze motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 20(16429).

Heeft de Kamer er bezwaar tegen aanstonds ook over deze motie te sternmen

De heer Knol (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik stel voor, de stemming over deze belangrijke motie nog een week aan te houden, aangezien mijn fractie niet in staat is geweest, haar te bespreken.

De Voorzitter: Ik stel voor, aan dat verzoek te voldoen. Daartoe wordt besloten.

©

De heer Knol (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb nog een vraag over de motie-De Voogd. Erin wordt gesproken van 'stichtingsbesturen', c.q. 'bestuurscommissies'. Ik vraag mij af waarom daar niet eenvoudigweg wordt gesproken van 'schapsbesturen', omdat niet alle schapsbesturen stichtingsbesturen zijn. Wat wordt bedoeld met 'bestuurscommissies'? Ik heb een wijzigingsvoorstel met betrekking tot de door mij ingediende motie op stuk nr. 19. De strekking van deze motie is zo duidelijk dat het slot van het dictum, namelijk 'en indien blijkt dat de noodzaak zich daartoe voordoet, extra middelen aan de gemeentebesturen beschikhaar te stellen' kan worden weggelaten. Ik heb een motie die dat bewerkstelligt ingediend.

©

De Voorzitter: De heer Knol heeft zijn motie op stuk nr. 19 in die zin gewijzigd, dat het dictum thans luidt: 'verzoekt de Regering, met het oog daarop medio 1984 de resultaten van de overgangsmaatregel te toetsen aan het met de maatregel beoogde doel'. Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 21 (16429). Ik stel voor, aanstonds over deze motie te stemmen. Daartoe wordt besloten.

©

De heer De Voogd (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Ik ga graag akkoord met uw voorstel, volgende week te stemmen over mijn motie. Dat geeft mij de gelegenheid, na te denken over het voorstel van de heer Knol ten aanzien van de schapsbesturen.

©

Staatssecretaris De Graaf: Mijnheer de Voorzitter! Nu de laatst ingediende motie tot volgende week wordt aangehouden, wil ik ook graag mijn oordeel daarover tot dan aanhouden, opdat ik mij er nog enigermate op zal kunnen bezinnen. Als ik het wel heb, gaat het hierbij ook om een toetsing van deze motie aan het Regeringsstandpunt met betrekking tot de resultaten van het werk van de commissie-Van der Burg over de democratisering en het doelmatig functioneren van gesubsidieerde instellingen. De motie op stuk nr. 17 heeft de heer Knol enigermate aangepast. Over het toetsen van de overgangsmaatregel herhaal ik hetgeen ik in de schriftelijke voorbereiding al heb opgemerkt, namelijk dat het niet mogelijk is, na enkele jaren nog na te gaan welke gevolgen de wijziging van hetfinancieringsstelsel voor de gemeenten precies heeft gehad. Ik acht het dan ook erg moeilijk, de motie in die, letterlijke, zin uit te voeren. Overigens blijf ik van mening, zoals ik ook bij mijn antwoord in tweedetermijn tot uitdrukking heb gebracht, dat het wenselijk is, de effecten van het wetsontwerp voortdurend te toetsen aan veranderende omstandigheden. Voor zover dat mogelijk en nodig is, zal ik daarbij het met de overgangsmaatregel beoogde doel betrekken. Mag ik de motie in die zin verstaan, dan verklaar ik graag dat ik ermee kan leven. De beraadslaging wordt gesloten.

©

De Voorzitter: Het is mij gebleken, dat de ingediende amendementen voldoende worden ondersteund. Ik merk op, dat de fractie van de BP nog steeds afwezig is. Het begin van artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel A van artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Het amendement-Wessel-Tuinstra (stuk nr. 17) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van D'66, de PPR, de CPN en de PSP voor dit amendement hebben gestemd. Het amendement-Wessel-Tuinstra (stuk nr. 18) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat dit amendement is verworpen met dezelf-de stemverhouding als het vorige.

Onderdeel B wordt zonder stemming aangenomen. De onderdelen C en D en het begin van onderdeel E worden zonder stemming aangenomen. Artikel 40 van onderdeel E wordt zonder stemming aangenomen. Het amendement-Knol (stuk nr. 12) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de PPR, de CPN en de PSP voor dit amendement hebben gestemd. Artikel 41 wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen 42 en 42a worden zonder stemming aangenomen. Het amendement-Wessel-Tuinstra (stuk nr. 16) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van D'66, de PPR en de PSP voor dit amendement hebben gestemd. Artikel 42b wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen 43, 43a, 44 en 45 worden zonder stemming aangenomen. Onderdeel E wordt zonder stemming aangenomen. Artikel I wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen II t/m V en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen. Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN en de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. De motie-Knol (16527, nr. 11) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN, de PSP en DS'70 voor deze motie hebben gestemd. De motie-Wessel-Tuinstra (16429, nr. 13) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van D'66, de PPR, de CPN en de PSP voor deze motie hebben gestemd.

Sociale werkvoorziening

Minister Wiegel voert het woord Voorzitter De motie-Knol (16429, nr. 14) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de PPR, de CPN en de PSP voor deze motie hebben gestemd.

De gewijzigde motie-Knol (16429, nr. 21) wordt bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen.

De Voorzitter: Ik stel voor, nu eerst de verdere behandeling van het wetsontwerp inzake de Raad van State aan de orde te stellen.

Daartoe wordt besloten.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.