De stemmingen in verband met de wetsontwerpen: Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (afschaffing recht op kinderbijslag voor partieel leerplichtige kinderen) - Handelingen Tweede Kamer 1980-1981 05 maart 1981 orde 15

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de wetsontwerpen: Nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet (afschaffing recht op kinderbijslag voor partieel leerplichtige kinderen) (16534); Nadere wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten (opneming in de Werkloosheidswet van werknemers in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening) (16527); Nadere wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet Werkloosheidsvoorziening (Wijziging van het aantal dagen werken, vereist voor het recht op uitkering) (16542) en over de motie-Knol over aanwending van de financiële opbrengsten voor werkgelegenheidsbevorderende maatregelen binnen de WSW (16527, nr. 11).

©

De Voorzitter: Mij is verzocht om heropening van de beraadslaging. Ik stel voor, aan dat verzoek te voldoen. Daartoe wordt besloten.

©

Mevrouw Bischoff van Heemskerck (D'66): Mijnheer de Voorzitter! Gisteren is van meerdere zijde de zorg uitgesproken dat bij een aantal wetsontwerpen een stel groepen tussen wal en schip zouden vallen. Dit gold onder andere de groep van de gehuwde vrouwen. Mijn fractie heeft de Staatssecretaris om een aantal garanties gevraagd. Voorzichtig als hij is, heeft de Staatssecretaris die garanties niet willen geven. Ons oordeel over dit wetsontwerp hangt hiervan af. Daarom wil ik nu een motie indienen die het rechttrekken van deze onrechtvaardigheid moet waarborgen.

©

De Voorzitter: Door de leden Bischoff van Heemskerck, Hermsen en De Korte, wordt de volgende motie voorgesteld:

MO-opleidingen Sociale verzekeringen

De Kamer, gehoord de beraadslaging; overwegende, dat dit wetsontwerp vooruitloopt op de integratie van werkloosheidsregelingen, zoals die wordt voorbereid door een ambtelijke projectgroep; overwegende, dat bij deze integratie de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen nu reeds een der uitgangspunten is; overwegende, dat de ingangsdatum van een geïntegreerde regeling moet worden bepaald op uiterlijk 1 januari 1985; van oordeel, dat het voorliggend wetsontwerp 16542 tot gevolg heeft dat naar schatting 5 000 a 7 000 vrouwen elk recht op uitkering bij werkloosheid kunnen verliezen; verzoekt de Regering: 1. de grootst mogelijke spoed te betrachten met de uitvoering van de der-de EG-richtlijn inzake gelijkberechtiging van mannen en vrouwen in de sociale zekerheidswetgeving, en daarbij voorrang te geven aan gelijkberechtiging in de werkloosheidsuitkeringen; 2. in de komende bezuinigingsmaatregelen te voorkomen dat de positie van de gehuwde werkende vrouw er relatief op achteruit gaat, en gaat over tot de orde van de dag. Naar mij blijkt, wordt deze motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 14(16542). Mag ik mevrouw Bischoff vragen of zij die motie heden nog in stemming wil zien gebracht?

Mevrouw Bischoff van Heemskerck (D'66): Nee, maar ik wil wel graag vóór de stemming over de wetsontwerpen het oordeel van de Staatssecretaris over deze motie vernemen.

De Voorzitter: Ik stel voor, over deze motie volgende week te stemmen. Daartoe wordt besloten.

©

De heer Knol (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik verzoek u de motie, voorkomende op stuk nr. 16527, nr. 11, heden van de agenda af te voeren en ze weer aan de orde te stellen bij het debat dat binnenkort zal worden gehouden over het wetsontwerp Wijziging van de Wet Sociale Werkvoorziening. Hetgeen in de motie is gesteld heeft direct te maken met de eventueel uit dat wetsontwerp voortvloeiende gevolgen

voor de werkgelegenheidssituatie binnendeWSW.

©

De Voorzitter: Overeenkomstig het verzoek van de heer Knol stel ik voor, zijn motie op stuk nr. 11(16527) van de agenda af te voeren en toe te voegen aan de behandeling van wetsontwerp Wijziging van de Wet Sociale Werkvoorziening (16429). Daartoe wordt besloten.

©

Staatssecretaris De Graaf: Mijnheer de Voorzitter! Ik ben graag bereid mee te werken aan een zo groot mogelijke bespoediging van de gelijkberechtiging van man en vrouw in de sociale verzekeringen en daarbij voorrang te geven aan de werkloosheidsvoorzieningen. Op dit moment wordt daaraan ook hard gewerkt. Ik kan er wel mee leven, als de Kamer meent deze motie te moeten aannemen.

De beraadslaging wordt gesloten. In stemming komt het wetsontwerp nr. 16534.

©

De Voorzitter: Het is mij gebleken, dat het op dit wetsontwerp ingediende amendement voldoende wordt ondersteund. Ik constateer, dat de fractie van de BP afwezig is.

Artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Het amendement Hermsen en Van Dis (stuk nr. 7) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen dit amendement hebben gestemd. Artikel II, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement Hermsen en Van Dis (stuk nr. 7), wordt zonder stemming aangenomen. De beweegreden wordt zonder stenv ming aangenomen. Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN en de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd. In stemming komt het wetsontwerp nr. 16527. De artikelen I tot en met VII en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen. Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

Sociale verzekeringen Werkgelegenheid Taiwan Huurbeleid MO-opleidingen

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PPR, de CPN en de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd.

In stemming komt het wetsontwerp nr. 16542.

De Voorzitter: Het is mij gebleken, dat de op dit wetsontwerp ingediende amendementen voldoende worden ondersteund.

Het begin van artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Het amendement-Meijer en Van der Doef (stuk nr. 12,1) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, met uitzondering van het lid Moor, de PPR, de CPN en de PSP voor dit amendement hebben gestemd. Ik neem aan, dat als gevolg van de verwerping van dit amendement de andere op stuk nr. 12 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd. Het amendement-Meijer en Van der Doef (stuk nr. 13) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, met uitzondering van het lid Moor, D'66, de PPR, de CPN en de PSP voor dit amendement hebben gestemd.

Onderdeel A van artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Onderdeel B van artikel I, de artikelen I tot en met IV en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen. Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de PPR, de CPN en de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over de onderwerpen, waarover zojuist is gestemd.

©

De heer Nypels (D'66): Mijnheer de Voorzitter! Wat motie nr. 16550, nr. 10 betreft, merk ik op dat wij daarvoor hebben gestemd om onze kritiek tot uitdrukking te brengen op het voorgestelde huurharmonisatie systeem in het algemeen, waarin geen maximering van de huuraanpassing is opgenomen, uitgedrukt in een percentage 3748

van de bestaande huur. Wij hebben bezwaar tegen de formulering van het dictum, waar staat, dat er helemaal geen huurharmonisatie zal moeten plaatsvinden. Dat gaat ons te ver.Wij hebben tot uitdrukking willen brengen, dat in onze ogen de beperkte huurharmonisatie op zich zelf wel degelijk aanvaardbaar is.

©

De heer Moor (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Het voorstel van het kabinet om het aantal gewerkte dagen, vereist voor het recht op een uitkering, op 130 dagen te stellen, heeft zeer in-grijpende gevolgen. Mijn fractiegenoot Meijer heeft dat tijdens het debat al naar voren gebracht. Grote groepen mensen zullen in de nabije toekomst aangewezen zijn op de ABW of geen enkele uitkering genieten. De toenemende werkloosheid, me-de veroorzaakt door het gevoerde sociaaleconomische beleid van deze Regering, afwentelen op mensen; die buiten hun schuld de gevolgen van dit beleid moeten ondervinden, is voor mij principieel onaanvaardbaar. Voor het financieringstekort van de sociale zekerheid kan en mag maar één oplossing worden gekozen en dat is dat werkenden en niet-werkenden naar draagkracht de kosten van de sociale zekerheid moeten opbrengen. Vanuit dit uitgangspunt heb ik zojuist tegen de voorstellen van de Regering gestemd, evenals de overige leden van mijn fractie. Ik erken dat de wijzigingsvoorstellen van mijn fractiegenoot Meijer minder ver gaan dan de voorstellen van de Regering. Globaal bekeken brengen ze ongeveer de helft op van wat er via de regeringsplannen wordt verkregen. Bijzondere groepen, zoals vrouwen, jongeren en buitenlandse werknemers, worden minder hard getroffen. Toch voldoen ook deze voorstellen niet aan mijn uitgangspunt dat werkenden en niet-werkenden naar draagkracht de gevolgen van de economische crisis moeten dragen. Ook deze voorstellen leiden tot een afwenteling van de problemen op mensen die buiten hun schuld buiten het arbeidsproces terecht zijn gekomen. Verlenging van de periode -130 dagen in het voorstel van de Regering of 110 dagen, zoals door mijn fractie is bepleit -is voor mij principieel onaanvaardbaar. Om deze reden heb ik ook tegen de wijzigingsvoorstellen van mijn fractie gestemd.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.