Lijst van vragen - Uitvoering van de Algemene Bijstandswet

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 2

LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 27 oktober 1983

Ter voorbereiding van een uitgebreide commissievergadering op 9 november 1983, stelde de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderstaande lijst van vragen op, waarvan zij de beantwoording door de regering gaarne tijdig vóór genoemde vergadering tegemoet ziet.

PLAATS EN FUNCTIE VAN DE ALGEMENE BIJSTANDSWET 1 In hoeveel plaatselijke adviescommissies voor de RWW en WWV zitten nog vertegenwoordigers op verouderde titel van NVV en NKV?

2 Op welke termijn zullen de in vraag 1 bedoelde vertegenwoordigers worden vervangen door één vertegenwoordiger van de FNV?

1 Samenstelling: Leden: Keja (VVD), Poppe (PvdA), Weijers (CDA), Kraaijeveld-Wouters (CDA), voorzitter, Beckers-de Bruijn (PPR), Spieker (PvdA), Moor (PvdA), De Korte (VVD), Gerritse (CDA), Buurmeijer (PvdA), ondervoorzitter, Toussaint (PvdA), Buikema (CDA), Rempt-Halmmans de Jongh (VVD), Leerling (RPF), Schutte (GPV), Groenman (D'66), Van der Vlies (SGP), Willems (PSP), Brouwer (CPN), Oomen-Ruijten (CDA), Ter Veld (PvdA), Paulis (CDA), Dales (PvdA), Ubels-Veen (EVP), Korthals (VVD), Linschoten (VVD). Plv. leden: De Grave (VVD), Worrell (PvdA), Hermsen (CDA), G. C. van Dam (CDA), Meijer (PvdA), Kombrink (PvdA), Van Erp (VVD), Cornelissen (CDA), M. P. A. van Dam (PvdA), Salomons (PvdA), Beinema (CDA), Hermans (VVD), Nypels (D'66), Eshuis (CPN), Woiters (CDA), Wöltgens (PvdA), Evenhuis-van Essen (CDA), Knol (PvdA), Kamp (VVD), Nijhuis (VVD).

Welke maatregelen worden overwogen om, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeentebesturen, aan de ongewenste -maar regelmatig voorkomende -situatie dat de wettelijke termijn waarbinnen een bijstandsaanvraag afgedaan dient te worden aanzienlijk wordt overschreden een einde te maken? (zie de brief aan de commissie dd. 1 augustus 1983)

Is het wel juist dat de allinnorm blijvend wordt gehanteerd in die gevallen, waarin aantoonbaar niet in zelfstandigheid huishuur hoeft te worden betaald, hoewel in deze norm een huurcomponent zit van f232,90 per maand? Worden op korte termijn voor bepaalde categorieën wijzigingen van de norm voorgesteld?

Bestaat het voornemen om in de loop van 1984 een evaluatieonderzoek in te stellen naar de gevolgen van de decentralisatie van de bijstandsverlening aan woonwagenbewoners en zullen daarbij dan ook betrokken worden de mogelijke effecten van de opheffing van de centrale, landelijke registratie ter zake?

6 Welke maatregelen worden op korte termijn overwogen om tot vereenvoudiging te komen van procedures en uitvoeringsbesluiten, respectievelijk tot herziening van de administratieregelen bijstand, opdat aanpassing aan gewijzigde omstandigheden zal ontstaan?

7 Hebben de recente kortingsmaatregelen (bij deeltijdarbeid een gedeeltelijke en bij een volledige werkweek een volledige korting) nog effecten veroorzaakt in de richting van een verminderde bereidheid om in voorkomende gevallen een volledige werkweek te accepteren? Zal, zo nodig, onderzoek worden gedaan naar deze effecten? Zullen, in geval van negatieve effecten, aanpassingen worden voorgesteld?

8 Op welke wijze is de Algemene Bijstandswet als sluitstuk afgestemd op sociale voorzieningen en de daarin zich voltrekkende wijzigingen, als bij voorbeeld de aanpassing van de individuele huursubsidie, de hoogte van de eigen bijdrage AWBZ en reiskostenmaatregelen in de sfeer van de TSMD? Hoe kan deze afstemming worden verbeterd?

9 Is de zogenoemde weglopersregeling, die gehandhaafd is na de wijziging van de RWW voor 16-en 17-jarigen, reeds geëvalueerd? Zo neen, zal dat gebeuren o.a. op het punt van onverhoopte effecten op het volume van het beroep op deze regeling? Zijn er op dit punt samenwerkingsafspraken met de Raad voor de Kinderbescherming? Zo ja, welke? Zo neen, zijn deze niet gewenst?

10 In welke fase verkeert de nadere evaluatie van de Algemene Bijstandswet -zoals verwoord in de brief aan de commissie van 2 april 1981 van staatssecretaris Kraaijeveld-Wouters -en tot welke conclusies heeft die evaluatie geleid?

11 Kan toegelicht worden wat verstaan moet worden onder een kernbegrip van de Algemene Bijstandswet, namelijk de «noodzakelijke kosten van bestaan»?

12 Hoe luiden op dit moment de -tentatieve -conclusies met betrekking tot de spanningsverhouding tussen objectivering en individualisering in de Algemene Bijstandswet?

13 Welke plaats neemt de gezinsbijstand in in een veranderend samenlevingspatroon?

14 Wat is het standpunt van de regering over het advies inzake belasting over bijstand van het College Algemene Bijstandswet van 2 januari 1983?

15 In hoeverre kan reeds nu uitwerking gegeven worden aan de splitsing van uitkeringsrechten, wel aangeduid met de term «verzelfstandiging», zoals beschreven in de adviesaanvrage over de herziening van het stelsel van sociale zekerheid (kamerstuk 17475, nr. 6, blz. 40)?

16 Wat houdt de «taakvermindering door de beëindiging van de financiering via bijstandsverlening van medische en maatschappelijke dienstverlening door instellingen» in? Wie heeft deze financiering overgenomen, of is deze beëindigd? (zie blz. 49 van de memorie van toelichting op de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 18100, hoofdstuk XV, nr. 2).

ONTWIKKELINGEN RONDOM DE GEMEENTELIJKE SOCIALE DIENST Werkbelasting voor het personeel en de gevolgen daarvan voor de cliënt 17 Welke resultaten geven de beleidsgesprekken te zien tussen de Rijksconsulenten bijstandszaken en de gemeenten met betrekking tot onderdelen van het minimumtakenpakket van de gemeentelijke sociale dienst?

18 Kan inzicht gegeven worden in de problemen rondom de personeelsbezetting van de gemeentelijke sociale diensten?

19 Welke beleidsconclusies zijn getrokken uit het rapport over de ontwikkelingen rondom de gemeentelijke sociale dienstverlening?

20 Hebben de achtereenvolgende extra tegemoetkomingen van rijkszijde aan het Gemeentefonds ten behoeve van de personeelskosten van de gemeentelijke sociale diensten inderdaad geleid tot indienstneming van medewerkers?

21 Worden regulerende en sanerende maatregelen overwogen ten aanzien van het takenpakket van de sociale diensten in het licht van het takenpakket, zoals dat in het IVA-onderzoek is omschreven?

Relatie bijstandsmaatschappelijk werk -algemeen maatschappelijk werk 22 Op welke wijze kan een betere afstemming worden bevorderd en bereikt van het bijstandsmaatschappelijk werk met het algemeen maatschappelijk werk? Geeft het mogelijk niet invoeren van de Kaderwet Specifiek Welzijn nog aanleiding deze afstemming nader te regelen?

FINANCIËLE ASPECTEN

Ontwikkeling van de bijstandskosten 23 Hoe groot zijn de inkomsten voor de overheid uit de zogenoemde vermogenstoets?

24 Welke budgettaire consequenties voor de Algemene Bijstandswet zouden zich voordoen, indien de middelentoets van (werkende) partners zou worden losgelaten?

25 Welke omvang heeft de groei van de bijstandsuitgaven, welke groei veroorzaakt wordt door toenemende schulden of andere lasten? (zie blz. 49 van de memorie van toelichting op de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 18100 hoofdstuk XV, nr. 2)

26 Wat zijn de voornaamste problemen die het doen uitvoeren van een budgetonderzoek als grondslag voor herziening van bijstandsuitkeringen zo ingewikkeld maken? Hoe zou anders de toereikendheid van de bijstand als bestaansminimum kunnen worden vastgesteld? (zie blz. 50 van de memorie van toelichting op de begroting voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 18100, hoofdstuk XV, nr. 2) 27 Betekent het uitstel van nader budgetonderzoek, dat op korte termijn geen uitsluitsel valt te verkrijgen over de 90%-norm voor éénoudergezinnen? (blz. 50) 28 Wat wordt in de zinsnede «alleenstaanden, die met een of meer anderen de huishouding delen» verstaan onder «de huishouding delen»? (blz. 50) 29 Bij wie ligt de bewijslast om al dan niet voor de alleenstaandennorm van 70% in aanmerking te komen? Moet de bijstandsgerechtigde aantonen alleen te wonen of toont de gsd aan dat sprake is van een gezamenlijke huishouding? Op basis van welke gegevens is de opbrengst van deze verlaging van de alleenstaandennorm geraamd?

30 Waaruit bestaat de voorgenomen wijziging van de RWW en welke vermindering van collectieve lasten zal hier naar verwachting uit voortvloei-en? Betekent het brengen van de categorie «gerepatrieerden en ambonezen» onder het besluit landelijke normering een extra verlaging van de uitkering aan betrokkenen? Zo ja, hoe groot is deze? (blz. 51)

Sanctiebeleid

31 In hoeverre wordt het wenselijk geoordeeld strafbepalingen op te nemen in de Algemene Bijstandswet?

Sociale recherche en fraudebestrijding 32 Wordt omkering van de bewijslast ingeval van schijnverlating wenselijk geoordeeld door de regering?

33 Welke opvatting bestaat er binnen het kabinet ten opzichte van het idee om te komen tot een eenduidige sociale recherche?

34 Hoe voltrekt zich het periodieke onderzoek, volgens de nadere (administratieve) regelen aan de gemeentebesturen gesteld, naar de omstandigheden van de bijstandscliënten?

35 Worden nadere maatregelen overwogen, ten einde het helaas voorkomende misbruik van bijstand tegen te gaan? Zo neen, waarom niet? Zo ja, welke?

36 Hoe wordt de structurele vergoeding via het Gemeentefonds aan de gemeentebesturen voor het juridische toezicht op de uitvoering van de Algemene Bijstandswet werkelijk besteed? Is recent uitbreiding gegeven, in het kader van deze vergoeding, aan het aantal medewerkers voor de juridische toetsing, dan wel aan de aanstelling van sociale rechercheurs?

Verhaalsmogelijkheden

37 Hoe ver is de uitvoering gevorderd van de motie-Van der Vlies (kamerstuk 17600, hoofdstuk XV, nr. 67) over de wijziging van het verhaalsrecht? Wordt nog in dit kalenderjaar een wetsvoorstel ingediend, zoals in de aanvaarde motie is verzocht?

38 Acht de regering het wenselijk artikel 58 Algemene Bijstandswet zodanig te wijzigen dat toepassing kan plaatsvinden met betrekking tot verhaal op de samenwonende partner?

De voorzitter van de commissie, Kraaijeveld-Wouters De griffier van de commissie, Van der Windt

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.