De stemmingen in verband met het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Wet Werkloosheidsvoorziening (invoering gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen) - Handelingen Tweede Kamer 1984-1985 13 december 1984 orde 25

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Wet Werkloosheidsvoorziening (invoering gelijke uitkeringsrechten voor mannen en vrouwen) (18683) en over: -de gewijzigde motie-Dales c.s. over een werkloosheidsregeling zonder kostwinnersbepalingen (18683, nr. 15). In stemming komt het amendement-Willems c.s. (stuk nr. 14,1).

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties wan het CDA, de VVD, de SGP, de RPF en het GPV tegen dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is verworpen. Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 14 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd. In stemming komt het amendement-Dalesc.s. (stuk nr. 13,1).

De Voorzitter: Mevrouw Dales verlangt hoofdelijke stemming over het amendement. Tegen stemmen de leden: Paulis, Rempt-Halmmans de Jongh, Van Rey, Van Rossum, Van der Sanden, Schartman, Schutte, Terpstra, Te Veldhuis, Van der Vlies, Van Vlijmen, Voorhoeve, B. de Vries, Wagenaar, Weijers, Weisglas, Wiebenga, Wolters, Aarts, Andela-Baur, Van Baars, De Beer, Beinema, J. D. Blaauw, P. M. Blauw, De Boer, Borgman, Braams, Van der Burg, Cornelissen, Couprie, G. C. Van Dam, Van Dijk, Dijkstal, Van Dis, Van Erp, Evenhuis, Eversdijk, Franssen, Frinking, Gerritse, De Grave, Gualthérie van Weezel, Van Heemskerck Pillis-Duvekot, Van der Heijden, Hennekam, Hermans, Hermes, Hermsen, Van lersel, Jacobse, Jorritsma-Lebbink, Keja, De Kok, Van der Kooij, De Korte, Korthals, Krajenbrink, De Kwaadsteniet, Lansink, Lauxtermann, Leerling, Van der Linden, Linschoten, Lucassen-Stauttener, Mateman, Metz, Van Muiden, Nijhuis, Nijland, Nijpels, Van Noord, Oomen-Ruijten en Den Ouden-Dekkers. Voor stemmen de leden: Poppe, De Pree, Rienks, Scholten, Van der Spek, Spieker, Stemerdink, Stoffelen, Tazelaar, Van den Toorn, Toussaint, Ubels-Veen, Den Uyl, Ter Veld, Veldhoen, Vermeend, De Visser, Vos, K. G. de Vries, De Waart, Wallage, Wessel-Tuinstra, Wöltgens, Worrell, Zijlstra, Alders, Van den Bergh, De Boois, Brouwer, Buikema, Buurmeijer, Castricum, Dales, M. P. A. van Dam, Dijkman, Engwirda, Ernsting, Van Es, Eshuis, Evenhuis-van Essen, Faber, Groenman, Haas-Berger, Van der Hek, Herfkens, Hummel, Jabaaij, Janmaat, Knol, Kombrink, Konings, Kosto, Kraaijeveld-Wouters, Laning-Boersema, Lankhorst, Leijnse, Meijer, Mik, Moor, Niessen, Van Nieuwenhoven, Nypels, Van Ooijen en de Voorzitter.

De Voorzitter: Ik constateer, dat het amendement met 74 tegen 64 sternmen is verworpen. Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement de andere op stuk nr. 13 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd. Artikel I wordt zonder stemming aangenomen. Artikel II wordt zonder stemming aangenomen. In stemming komt artikel III.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, de RPF, het GPV en het CDA, met uitzondering van de leden Faber, Kraaijeveld-Wouters, Oomen-Ruijten, Laning-Boersema, De Kwaadsteniet, Evenhuis-van Essen, Buikema en Van den Toorn voor dit artikel hebben gestemd en de overige aanwezige leden ertegen, zodat het is verworpen. Artikel IV en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

De Voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Schutte, die het heeft gevraagd.

De heer Schutte (GPV): Mijnheer de Voorzitter! De staatssecretaris heeft tevoren kenbaar gemaakt hoe hij zou reageren op aanvaarding van het amendement-Dales c.s. Dit amendement is nu verworpen, maar ook artikel III -een centraal artikel -heeft dat lot ondergaan. Hoe reageert de staatssecretaris hierop?

Staatssecretaris De Graaf: Mijnheer de Voorzitter! De verwerping van dit artikel heeft voor ons dezelfde betekenis als het uiteindelijk verwerpen van het gehele wetsonwerp. Over die zaak dient het kabinet zich opnieuw te beraden.

De heer Den Uyl (PvdA): Dat is niet duidelijk. De staatssecretaris zegt dat het kabinet zich opnieuw wil beraden. Waarop dan? De Kamer heeft artikel III weggestemd. Materieel betekent dit voor de staatssecretaris hetzelfde als verwerping van het gehele wetsontwerp.

Staatssecretaris De Graaf: Ik bedoelde geen beraad over het wetsvoorstel, maar over de vraag wat het kabinet te doen staat, gezien de stand van zaken.

De heer Den Uyl (PvdA): Dat is veel duidelijker.

Staatssecretaris De Graaf: Ik dank u dat u mij deze hulp hebt aangeboden!

De Voorzitter: Ik stel voor, de behandeling van dit wetsvoorstel te schorsen, op verzoek van de regering.

Staatssecretaris De Graaf: Dat was niet mijn bedoeling. Ik wil graag een eindstemming over het wetsvoorstel.

De Voorzitter: Oh, en daarna wilt u zich beraden. Maar waarover dan?

Staatssecretaris De Graaf: Ik vraag na die stemming geen schorsing meer, want dan is de beslissing gevallen...

De Voorzitter: Over het artikel wel, maar nog niet over het wetsvoorstel. Maar goed, ik heb het kennelijk verkeerd begrepen. In stemming komt het wetsvoorstel, zoals gewijzigd door de verwerping van artikel III. Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, de RPF en het GPV, alsmede van de fractie van het CDA de leden B. de Vries, Van Noord, Van der Sanden, Van Vlijmen, Gualthérie van Weezel, Gerritse, Hennekam, Lansink, Schartman, Frinking, Weijers, Hermsen, Van der Linden, Van Dijk, Beinema, Paulis, Hermes, Van Baars, Andela-Baur, Aarts, Van der Burg, De Boer, De Kok, Van der Heijden, G. C. van Dam en Nijland voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de overige aanwezige leden ertegen, zodat het is verworpen.

©

De heer Den Uyl (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik begrijp dat dit wetsontwerp is verworpen en dat nu geldt wat de staatssecretaris zojuist zei, namelijk dat de regering zich wil beraden op wat zij nu heeft te doen. Ik wil wel vragen, of de Kamer erop mag rekenen dat de regering niet later dan dinsdag bij het begin van de vergade-Tweede Kamer 13 december 1984

ring mondeling of schriftelijk uitsluitsel geeft. Het is volstrekt duidelijk waarom hierbij de grootste spoed geboden is, en wel in verband met de data die wij allen kennen.

Staatssecretaris De Graaf: Het antwoord op die vraag kan 'ja' zijn. Uiteraard moet ik in laatste instantie het oordeel daarover aan het kabinet overlaten. Ik zal echter mijn uiterste best doen om de Kamer voor dinsdag aanstaande een antwoord te geven. In stemming komt de gewijzigde motie-Dalesc.s. (18683, nr. 15).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de VVD, de SGP, de RPF en het GPV en het lid Janmaat tegen deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is verworpen.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.