De stemmingen in verband met het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Wet werkloosheidsvoorziening (voorzieningen tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid met het oog op de intred... - Handelingen Tweede Kamer 1987-1988 19 april 1988 orde 4

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Nadere wijziging van de Wet werkloosheidsvoorziening (voorzieningen tot behoud, herstel of bevordering van de arbeidsgeschiktheid met het oog op de intreding of herintreding in het arbeidsleven) (20006) en over: -de motie-Nijhuis over invulling van de in de NWW gereserveerde artikelen (20006, nr. 10); • de motie-Spieker over verhoging van het budget (20006, nr. 11); -de motie-Spieker over een systeem van objectsubsidies (20006, nr. 12).

(Zie vergadering van 13 april 1988.)

©

De Voorzitter: Op verzoek van de fractie van de VVD stel ik voor, eerst de motie-Nijhuis (20006, nr. 10) in stemming te brengen.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Nijhuis (20006, nr. 10).

De Voorzitter: Ik constateer, dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De artikelen I t/m III en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat het wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Spieker (20006, nr. 11).

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D66, de PPR en de PSP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Spieker (20006, nr. 12).

De Voorzitter: Ik constateer, dat deze motie is verworpen met dezelfde stemverhouding als de vorige.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

Werkloosheidsvoorziening

©

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA): Voorzitter! De CDA-fractie heeft voor de motie-Nijhuis (stuk nr. 10) gestemd, onder de aantekening dat zij het eens is met de intentie van de motie, maar dat zij zich wel afvraagt of de termijn die in het dictum is aangegeven, niet te kort is. Wij hebben tegen de motie-Spieker (stuk nr. 11) gestemd, omdat wij vinden dat het op dit moment een overbodige motie is. De staatssecretaris heeft tijdens het debat toegezegd dat op het moment dat er extra gelden nodig zijn, hij bereid is om te bekijken welke mogelijkheden hij heeft.

Waterstaatswet

©

De heer Te Veldhuis (VVD): Voorzitter! De VVD-fractie heeft voor de motie-Biesheuvel (stuk nr. 10) kunnen stemmen, omdat de heer Biesheuvel in een interruptiedebat over dit onderwerp uitdrukkelijk heeft verklaard dat het niet de bedoeling is dat de minister van Verkeer en Waterstaat bij elke overdracht de onderhandelingen met een open portemonnee in moet gaan. Afhankelijk van de onderhandelingen kan een overdracht dus ook zonder betaling van de vergoeding plaatsvinden, aldus de uitleg van de heer Biesheuvel. In deze nuancering van de letterlijke tekst van de motie kan de VVD-fractie zich wel vinden. Immers, de minister wordt dan niet op voorhand met gebonden handen op pad gestuurd. Mede om deze reden acht de VVD-fractie het amendement-Rienks (stuk nr. 12) onnodig en overbodig. Daarom heeft zij tegen dit amendement gestemd. De minister van Verkeer en Waterstaat heeft bovendien tamelijk harde toezeggingen aan de Kamer gedaan, die nog eens zijn bevestigd in de brief van 7 april 1 988 van de minister. Verder zou een stem voor dit amendement betekenen dat alle huidige 20 a 30 overdrachtzaken die Voorzitter

Mevrouw Oomen-Ruijten (CDA) nu op de plank klaar liggen, toch weer bij wet zouden moeten worden afgehandeld, hetgeen in tijd en geld een enorme belasting zou zijn. Bovendien zou het min of meer haaks staan op de bedoeling van het wetsontwerp.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.