De behandeling van het wetsontwerp Vervanging van kinder aftrek van de loon en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kind... - Handelingen Tweede Kamer 1977-1978 20 juni 1978 orde 4


Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de behandeling van het wetsontwerp Vervanging van kinder aftrek van de loon en inkomstenbelasting door verhoging van kinderbijslag ingevolge de Kinderbijslagwet voor loontrekkenden en de Algemene Kinderbijslagwet voor het vierde kalenderkwartaal van het jaar 1978 en voor het kalenderjaar 1979 (14184).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

©

B.J.M. (Ben)  HermsenDe heer Hermsen (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Enige ogenblikken geleden heeft u melding gemaakt van het overlijden van het hooggeachte oud-lid van de Kamer de heer Andriessen senior. U zult zich wellicht nog persoonlijk herinneren dat hij vanaf deze plaats namens de toenmalige KVP-fractie zich enige malen -ik denk bij voorbeeld aan de vergadering van 15 november 1946, waarin de minister van Sociale Zaken de heer Drees de toekenning van kinderbijslagen aan eerste en tweede kinderen verdedigde -bijzonder heeft in-gespannen om de kinderbijslagregelingen zoals zij destijds golden, verbeterd en aangevuld te krijgen. Nu wij juist op dit moment de gedachtenwisseling aanvangen met de bewindslieden over een wetsontwerp, waarbij wel onder geheel andere omstandigheden en met een geheel andere bedoeling die regelingen hier opnieuw aan de orde worden gesteld, meende ik daarop, in alle bescheidenheid, even te mogen attenderen. Mijnheer de Voorzitter! De omstandigheid dat het niet mogelijk is gebleken voor de Regering ons bij de aanvang van deze behandeling de stukken Achter de regeringstafel v.l.n.r. Staatssecretaris De Graaf, Minister Albeda en Staatssecretaris Nooteboom te doen toekomen waarin een actueel overzicht van die problematiek wordt geschilderd, de doelstellingen van het in verband daarmee te voeren beleid en het voor de realisering daarvan totaalpakket van concrete maatregelen, maakt de behandeling van het voorliggende wetsontwerp voor ons niet eenvoudiger. Ook al duiden talloze gegevens erop dat hard aankomende, over een breed terrein gespreide en, met uitzondering van de laagstbetaalde groepen, ons gehele volk duidelijk beperkingen opleggende maatregelen noodzakelijk zullen zijn. Ik kan nu nog nauwelijks de hoop uitspreken dat dat pakket van maatregelen op tafel zal lig -gen voordat wij bij de stemmingen zo mogelijk ons fiat aan dit wetsontwerp gaan hechten. Wij hebben onder meer om die open duidelijkheid gevraagd, opdat niet de schijn zou worden gewekt dat, zonder dat duidelijk vaststaat wat op andere terreinen gaat gebeuren, de grote inleveringsronde maar vast begint met van de gezinnen en verzorg(st)ers van kinderen alvast 1 miljard bijdrage aan de ombuigingsoperatie te vragen, zonder dat voorts duidelijk is, wat er aan offers van andere groepen zal worden gevraagd en zonder dat duidelijk is, wat de concrete beleidsvoornemens zijn met betrekking tot andere onderdelen van het pakket sociale voorzieningen. Toch willen wij de behandeling niet opschorten. Ondanks dat hebben wij toch geen voldoende aanleiding kunnen vinden om te trachten de behandeling van dit wetsontwerp uitgesteld te krijgen. Im-mers, al bij de behandeling van de '1 %-nota' van de vorige regering in juni 1976, heeft de Kamer in ruime meerderheid zich uitgesproken voor een terugdringen van de stijging van de kosten van de sociale voorzieningen met ± f 4 miljard in 1980. Daarbij werd tevens als doelstelling vastgelegd, dat in de sfeer van de kinderregelingen een bedrag van één miljard gulden als bijdrage daarin zou worden nagestreefd. De eerste fase van de herstructurering van de kinderregelingen thans nog niet behandelen, betekent bovendien dat het technisch vrijwel onmogelijk wordt dat zij nog per 1 oktober 1977 kan in-gaan, waarmee, wat dit deel der ombuigingen betreft, ook het jaar 1978 geheel verloren zou gaan. Waarom zulk een groot bedrag uit de kinderregelingen? Hard en stevig vasthouden aan het uitgangspunt dat bij de gehele ombuigingsoperatie, dus ook bij de doorwerking daarvan in de sociale voorzieningen, de positie van de laagstbetaalden niet mag worden aangetast, betekent tegelijkertijd dat belangrijke delen van wat wel genoemd kan worden het sociale zekerheidspakket niet op de weegschaal kunnen worden gelegd. Ik denk bij voorbeeld aan de AOW-uitkeringen die een minimumbasisuitkering zijn. Het karakter van deze basisuitkering brengt met zich mee dat deze grote post in de sociale voorzieningen zich niet voor herwegen leent, ook al is er een gelukkig wat groeiend aantal be-

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.