Tweede nota van wijzigingen - Nadere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, een aantal sociale verzekeringswetten en enige andere wetten (herziening aanpassingsmechanismen en vaststelling regelen hoogte sociaal minimum)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

HOOFDSTUK XIV -KINDERBIJSLAG

Artikel XL

Indien het bij Onze Boodschap van 6 augustus 1979 ingediende ontwerp van wet houdende nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de loonbelasting 1964alsmede van enkele andere wetten (samenvoeging van de bestaande kinderbijslagregelingen tot een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte kinderbijslagverzekering van het eerste kind af en afschaffing van de kinderaftrek van de loon-en inkomstenbelasting) kracht van wet heeft verkregen, worden daarin de volgende wijzigingen aangebracht:

Tweede Kamer, zitting 1979-1980, 15900, nr. 13

A. Artikel XIII wordt vervangen door:

Artikel XIII

  • Na de inwerkingtreding van deze wet vervangt Onze Minister van Sociale Zaken met ingang van 1 januari 1980 de bedragen, genoemd in artikel 11, onder c, d, e, f en g, van de Algemene Kinderbijslagwet. Deze per 1 januari 1980 geldende bedragen worden, met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens de volgende leden, berekend door de in artikel I, onder H, genoemde bedragen voor tweede en volgende kinderen te verhogen of te verlagen overeenkomstig het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1979 en het indexcijfer der lonen op 30 april 1979. De alsdan verkregen bedragen worden naar boven afgerond op een veelvoud van een gulden. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald: a. wat onder indexcijfer der lonen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan; b. welke componenten van het procentuele verschil, bedoeld in het eerste lid, bij de berekening buiten beschouwing blijven. 3. In afwijking van het vorige lid wordt het indexcijfer der lonen op 30 april 1979 gesteld op 187.
  • Artikel XIV wordt vervangen door:

Artikel XIV

Gedurende de kalenderjaren 1980 en 1981 wordt artikel 11a van de Algemene Kinderbijslagwet gelezen als volgt:

Artikel 11a

  • De bedragen, genoemd in artikel 11, onder c, d, e, f en g, worden door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari en 1 juli. Bijeen herziening met ingang van 1 januari onderscheidenlijk 1 juli worden, met in-achtneming van het bij en krachtens het tweede lid bepaalde, deze bedragen verhoogd of verlaagd overeenkomstig het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober daaraan voorafgaande onderscheidenlijk op 30 april daaraan voorafgaande en het indexcijfer, dat bij de laatste herzie ning is gehanteerd. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: a. wat onder indexcijfer der lonen, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan; b. welke componenten van het procentuele verschil, bedoeld in het eerste lid, bij de herziening buiten beschouwing blijven. 3. De op grond van de vorige leden berekende bedragen worden naar boven afgerond op een veelvoud van een gulden. 4. De overeenkomstig de vorige leden herziene bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in arikel 11, onder c, d, e, f eng, met dien verstande, dat de afronding, bedoeld in het vorige lid, bij de eerstvolgende toepassing van het eerste lid buiten beschouwing blijft. 5. Indien daartoe naar Ons oordeel een bijzondere aanleiding bestaat, kunnen de bedragen, genoemd in artikel 11, onder c, d, e, f en g, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven datum worden herzien. De ingevolge de vorige volzin herziene bedragen treden in de plaats van de bedragen genoemd in artikel 11, onder c, d, e, f en g, met dien verstande, dat de herziening voor de eerstvolgende toepassing van het eerste lid geacht wordt niette hebben plaatsgevonden.

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15900, nr. 13

  • Indien een herziening als in het vorige lid bedoeld zou samenvallen met een herziening als bedoeld in het eerste lid, blijft laatstbedoelde herziening achterwege. 7. Een besluit van Onze Minister tot herziening van de bedragen, genoemd in artikel 11, onder c, d, e, f en g, overeenkomstig het eerste lid, wordt in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt.

C. Artikel XV, eerste lid, wordt vervangen door:

  • Voor de eerste maal na de inwerkingtreding van deze wet, dat artikel 11a van de Algemene Kinderbijslagwet, zoals dat artikel ingevolge artikel XIV gedurende de kalenderjaren 1980 en 1981 wordt gelezen, toepassing vindt, wordt in het tweede lid van artikel 11a van de Algemene Kinderbijslagwet onder «het indexcijfer, dat bij de laatste herziening is gehanteerd» verstaan: het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1979. Voorts wordt bij die toepassing de in artikel XIII, eerste lid, bedoelde afronding buiten beschouwing gelaten.

De Minister van Sociale Zaken, W.AIbeda Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15900, nr. 13

TOELICHTING

Onderdeel I

In de artikelsgewijze toelichting bij het ontwerp van Wet is aangegeven dat de voorgestelde wijziging van het bruto aanpassingsmechanisme de noodzaak met zich mee brengt om voortaan van onafgeronde indexcijfers uit te gaan. Bij nader inzien lijkt het niet juist om ten aanzien van eind april 1979 het onafgeronde indexcijfer 187,3 te hanteren. De bruto aanpassing per 1 juli 1979 was immers gebaseerd op afgeronde indexcijfers. Voorde bruto aanpassing per 1 januari 1980 uitgaan van het onafgeronde indexcijfer 187,3 en niet van het afgeronde cijfer 187, zou betekenen dat de minimumloners en de uitkeringstrekkers ten onrechte 0,3 punt stijging zou worden onthouden.

De onderdelen II, V, VII en IX In de WAO en enige andere wetten is de mogelijkheid opgenomen om, in-dien daartoe bijzondere aanleiding bestaat, de daglonen enz. bij algemene maatregel van bestuur te herzien. Deze bevoegdheid werd in het verleden vooral gehanteerd om voorindexering mogelijk te maken. Nu de indexering van de daglonen zelf kan worden toegerekend naar niveau en dus per dagloonhoogte kan verschillen is het wenselijk om ook een eventuele voorindexering op vergelijkbare wijze te kunnen laten verschillen. De bestaande bevoegdheid voorziet niet in die mogelijkheid, reden waarom deze alsnog bij nota van wijziging wordt ingebracht.

De onderdelen III, VI onder 2e, VIII en V In de informele besprekingen met de diverse uitvoeringsorganen is gebleken dat met name de wijze van berekening van de vereveningsbijdrage administratieftechnische en juridische problemen oplevert. In verband daarmee is verzocht de mogelijkheid te scheppen door de minister nadere en afwijkende regelen te laten stellen. De aangebrachte wijzigingen strekken daartoe. De op grond van deze bevoegdheid eventueel te stellen regelen zullen overigens geen wijziging inhouden in het principe van de vereveningsbijdrage. Het gaat er slechts om ten aanzien van enkele punten de neergelegde overeenkomst met de premieheffing door werkgevers te kunnen doorbreken.

Onderdeel IV

De in dit onderdeel voorgestelde wijziging strekt ertoe te voorkomen dat door een te late publikatie van het maximumdagloon een stijging van het maximumloonbedrag waarover premie kan worden geheven achterwege blijft. Het betreft hier overigens geen probleem dat alleen door dit wetsontwerp wordt veroorzaakt. Ook in het verleden heeft het probleem zich herhaalde malen voorgedaan.

Onderdeel VI, onder 1° en onderdeel XI De in onderdeel VI, onder 1 ° vervatte wijziging is van redactionele aard, terwijl in onderdeel XI een typefout wordt hersteld.

Onderdeel XII

In het op 4 december jl. door de Tweede Kamer aanvaarde ontwerp van wet inzake nadere wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de loonbelasting 1964 alsmede van enkele andere wetten (nr. 15683) is bij de vierde nota van wijzigingen Tweede Kamer, zitting 1979-1980, 15900, nr. 13

Voorgesteld de kinderbijslagbedragen voor tweede en volgende kinderen gedurende de jaren 1980 en 1981 de ontwikkeling van de loonindex te laten volgen. Aanvankelijk was hier binding aan de prijsindex voorgesteld. Zoals in de toelichting op die Nota van wijzigingen reeds is aangekondigd, dient deze binding plaats te vinden met de geschoonde, niet naar niveau toegerekende loonindex. Onderdeel XII strekt hiertoe.

De Minister van Sociale Zaken, W. Albeda Tweede Kamer, zitting 1979-1980, 15900, nr. 13

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.