Voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp Nadere wijziging van de kinderbijslagwetten en enkele belastingwetten (beperking recht op meervoudige kinderbijslag en kinderaftrek ten aanzien van 16- en 17-jarige kinderen) (15344) en van de daarbij voorgestelde moties - Handelingen Tweede Kamer 1978-1979 21 december 1978 orde 18


Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp Na Tweede Kamer 21 december 1978

dere wijziging van de kinderbijslagwetten en enkele belastingwetten (be perking recht op meervoudige kinderbijslag en kinderaftrek ten aanzien van 16-en 17-jarige kinderen) (15344) en van de daarbij voorgestelde moties.

©

De Voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Van Kemenade, die het heeft gevraagd.

De heer Van Kemenade (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik wil via u de Kamer verzoeken om, voordat wij gaan stemmen over de amendementen en het wetsontwerp, te stemmen over motie nr. 16, omdat de uitslag van deze stemming van groot belang is voor onze oordeelsvorming bij de andere stemmingen.

De Voorzitter: Naar mij blijkt bestaat er geen bezwaar tegen, allereerst te stemmen over de motie-Van Kemenadec.s. (15344, nr. 16). Ik geef thans gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over deze motie.

De heer Hermsen (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Gelet op de indiening van het amendement-De Korte-Hermsen zal het u duidelijk zijn dat wij geen behoefte hebben aan het verlenen van steun aan de motie op stuk nr. 16.

De heer De Korte (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Wat de motie op stuk nr. 16 betreft, wil mijn fractie opmerken dat de verhoging van de leeftijdstoeslagen ook door haar wordt gewenst, maar dan wel op een andere wijze. Bovendien wordt de ophoging die in deze motie wordt gesuggereerd niet gecompenseerd door ombuigingen elders. Zij zal dus deze motie niet steunen.

De Voorzitter: Overeenkomstig het besluit dat de Kamer zoeven heeft genomen, gaan wij nu eerst stemmen over de drie moties, nl. de nrs. 15, 16 en 19.

De heer Van Kemenade (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Wij vinden dat de motie op stuk nr. 15 een onderdeel uitmaakt van de problematiek waarover ik zoeven sprak. Daarom wilden wij eerst stemming over de motie op nr. 16 om een beeld te krijgen op een voor ons essentieel punt.

De Voorzitter: Ik had begrepen dat de heer Van Kemenade vroeg om eerst over de moties te stemmen.

De heer Van Kemenade (PvdA): Eerst over motie nr. 16!

De Voorzitter: Inderdaad, maar dat wil toch niet zeggen dat wij niet eerst over de motie op stuk nr. 15 zouden kunnen stemmen.

Onderwijs en Wetenschappen Kinderbijslag

De heer Van Kemenade (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Bij voorbeeld het amendement op stuk nr. 12 heeft een verdere strekking dan de motie op stuk nr. 15.

De Voorzitter: In dat geval zullen wij eerst over de motie op stuk nr. 16 stemmen.

De heer Bakker (CPN): Mijnheer de Voorzitter! Ik ga hiermee van harte akkoord, maar wil toch wel even laten vastleggen dat wij hiermede de 'heilige volgorde' van moties naar indiening bij dezen andermaal doorbreken. Een volgende keer kunnen wij ons daarop dan ook niet meer nadrukkelijk beroepen.

De Voorzitter: Ik ben het niet met dit argument eens, want hier is sprake van een samenhang tussen een wet, een onderdeel van een wet of een amendement en een motie. Als die samenhang er is, kan er aanleiding zijn om een andere volgorde aan te nouden.

De heer Bakker (CPN): Mijnheer de Voorzitter! De vorige keer was er geen sprake van een samenhang, want er waren geen amendementen, maar een brieften aanzien waarvan moties waren ingediend. Het is gewoon de verstrekkendheid die op een gegeven moment de doorslag geeft, hetgeen ook bij moties het geval kan zijn. Als dat vanuit de Kamer gevraagd wordt, lijkt het mij redelijk om daaraan te voldoen.

De Voorzitter: Ik wil de heer Bakker erop wijzen dat de Kamer zoeven al een beslissing in die trant had genomen tegen mijn voorstel in, maar daarmee ....

De heer Bakker (CPN): Dat weet ik en daarom vind ik het zo mooi dat het nu voor de tweede keer gebeurt. Daarme-de is de regel ' de nummering is heilig' doorbroken.

De Voorzitter: Er is bijna niets heiligs.

De heer Van der Spek (PSP): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb een ander bezwaar, namelijk dat gesteld wordt dat bepaalde amendementen verder gaan dan bepaalde moties. Naar mijn mening gaan amendementen nooit verder dan moties en moties nooit verder dan amendementen. Het zijn onvergelijkbare zaken en het op grond van dit soort interpretaties aanbrengen van een volgorde waarin afwisselend moties en amendementen ter stemming komen, vind ik een volstrekt onzinnige gang van zaken.

De Voorzitter: Ik zal niet op deze opmerking ingaan. De Kamer heeft al besloten om eerst te stemmen over de motie op stuk nr. 16 en dat gaan wij nu doen.

De motie-Van Kemenadec.s. (15344, nr. 16) wordt met 77 tegen 63 sternmen verworpen. Tegen hebben gestemd de leden: Veerman, Van de Ven, Verbrugh, Verkerk-Terpstra, De Voogd, B. de Vries, Vrijlandt-Krijnen, Waalkens, Weijers, Wisselink, Van Zeil, Aarts, Abma, Van Amelsvoort, Andela-Baur, B. Bakker, De Beer, Beinema, Berkhouwer, Beumer, Blaauw, J. J. P. de Boer, Bolkestein, Borgman, Braams, Braks, Bremen, Van der Broek, G. M. P. Cornelissen, P. A. M. Cornelissen, G. C. van Dam, Dees, Deetman, Van Dijk, Dijkman, Van Dis, Van Erp, Evenhuis, Evenhuis-Van Essen, Eversdijk, Faber, Frinking, Gerritse, Ginjaar-Maas, Gualthérie van Weezel, Van der Gun, Hennekam, Hermans, Hermsen, Van Houwelingen, Joekes, Kappeyne van de Coppello, Keja, Kleisterlee, Korte-Van Hemel, De Korte, De Kwaadsteniet, Lansink, Lauxtermann, Van Leijenhorst, Van der Linden, Lubbers, Mommersteeg, Van Muiden, Nijhof, Nijpels, Notenboom, Ploeg, Portheine, Rietkerk, Van Rooijen, Van Rossum, Van der Sanden, Schakel, Scherpenhuizen, Tolman en Tripels.

Vóór hebben gestemd de leden: Vellenga, Voogd, Voortman, K. G. de Vries, Waltmans, Wessel-Tuinstra, Wöltgens, Worrell, Zeevalking, M. Bakker, Beckers-De Bruijn, Ter Beek, Van den Bergh, De Boois, Brinkhorst, Castricum, M. P. A. van Dam, Dankert, Van der Doef, Dolman, Drenth, Duinker, Engwirda, Epema-Brugman, De Graaf, Haas-Berger, De Hamer, Hartmeijer, Van der Hek, Jansen, Van Kemenade, Klein, Knol, Kolthoff, Kombrink, Konings, Kosto, Krouwel-Vlam, Lambers-Hacquebard, Langedijk-De Jong, Meijer, Mertens, Molleman, Moor, Müller-Van Ast, Nypels, Van Ooijen, Patijn, Poppe, Pronk, Rienks, Roels, Salomons, Schaapman, Van der Spek, Spieker, Stemerdink, Van der Stoel, Stoffelen, Terlouw, Van Thijn, Den Uyl en de Voorzitter.

De Voorzitter: Thans gaan wij over tot de stemmingen in verband met het wetsontwerp. Het amendement-Van Kemenade c.s. (stuk nr. 12,1) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN en de PSP vóór dit amendement hebben gestemd.

Ik neem aan dat als gevolg van de verwerping van dit amendement ook de overige op stuk nr. 12 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

Artikel I wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel II wordt zonder stemming aangenomen. Het amendement-De Korte c.s. (stuk 18, II) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN, de PSP en DS'70 tegen dit amendement hebben gestemd. Ik neem aan dat als gevolg van de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 18 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

Artikel III, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-De Korte c.s. (stuk nr. 18,11) wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen IV, V en VI, zoals deze zijn gewijzigd door de aanneming van de amendementen-De Korte c.s. (stuk nr. 18, III t/m V), worden zonder stemming aangenomen. De artikelen VII en VIII worden zonder stemming aangenomen. Artikel IX, [nieuw, ingevoegd door de aanneming van het amendement-De Korte c.s. (stuk nr. 18, VI)] wordt zonder stemming aangenomen. Artikel IX (oud) wordt zonder stemming aangenomen. Artikel X wordt zonder stemming aangenomen. Artikel XI, [nieuw, ingevoegd door de aanneming van het amendement-De Korte c.s. (stuk nr. 18, VII)] wordt zonder stemming aangenomen. De artikelen XI (oud), XII en XIII worden zonder stemming aangenomen. De beweegreden, zoals zij is gewijzigd door de aanneming van het amendement-De Korte (stuk nr. 18,1) wordt zonder stemming aangenomen.

Het wetsontwerp wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN en de PSP tegen dit wetsontwerp hebben gestemd.

Ik geef thans gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over bei-de overgebleven moties.

De heer Hermsen (CDA): Mijnheer de Voorzitter! De Ministervan Onderwijs en Wetenschappen heeft bij de behandeling van de nota 'Hoger onderwijs voor velen' enkele weken geleden nadrukkelijk toegezegd, zo enigszins mogelijk nog in 1979 met een nota over de studiefinanciering te zullen komen. Onze fractie zal hem aan die toezegging bepaald herinneren, maar gaat ervan uit, dat de Minister die toezegging zal nakomen. Onder deze omstandigheden heeft onze fractie geen behoefte aan motie nr. 19 van de heer Van Kemenade.

©

R.W. (Rudolf) de KorteDe heer De Korte (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Wij hebben de beleidsvoornemens van het kabinet op het punt van de studiefinanciering gemist bij deze discussie. Dit is door ons reeds gesignaleerd in het voorlopig en het eindverslag. Wij zijn blij met de toezegging van deze bewindslieden, maar met name de toezegging van Minister Pais om de omlijning van de studiefinanciering in 1979 aan te bieden. Wij hopen dat het niet in de loop van 1979 zal zijn of aan het eind van 1979, maar ruim daarvoor, zodat inderdaad die beleidsvoornemens mede betrokken kunnen worden bij de afronding van de derde fase. Aan de motie nr. 19 van de heer Van Kemenade hebben wij echter geen behoefte. De motie Hermsen c.s. (15344, nr. 15) wordt bij zitten en opstaan met algemene stemmen aangenomen. De motie-Van Kemenade c.s. over een regeling van de studiefinanciering (15344, nr. 19) wordt bijzitten en opstaan verworpen.

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, DS'70, de PPR, de PSP en de CPN vóór deze motie hebben gestemd. Geachte medeleden! Mag ik nog heel even uw aandacht vragen? Ik durf dat, omdat ik u nog al wat spreektijd heb bespaard in de afgelopen weken, als ik tenminste het ach en weegeroep van velen, de bewindslieden vooral niet uitgesloten, mag geloven. En ik ben, zoals u weet, nogal goedgelovig. Wij willen nogal eens graag kijken naar onze buren overzee, de Britten, als het over goede parlementaire gebruiken gaat. Als gast van Mr. Speaker mocht ik daar bij de Mother of Parliaments, dit voorjaar een kijkje nemen.

Kinderbijslag Toespraak

De ondervonden gastvrijheid overtrof die welke wij in vergelijkbare gevallen plegen aan te bieden. Als er al over En-gelse ziekte gesproken kan worden, dan zeker niet op dit belangrijke punt. Het zal u niet verbazen, dat ik opnieuw met enige jaloezie kennis nam van de bevoegdheden van mijn collega. Ik zal de verschillen met hier niet opsommen, met één uitzondering: bij verkiezingen worden tegenover hem geen tegenkandidaten gesteld. Hij is zeker van zijn zetel. Wat een land! Maar er staan tegenover zulke vóór-rechten ook ongezellige nadelen. De afzijdigheid van de voorzitter is daar zover doorgevoerd, dat hij de koffiekamer en de wandelgangen pleegt te mijden. Hij zou eens door deze of gene beïnvloed kunnen worden! In de afgelopen jaren hebben wij hier nogal eens bezoek gehad van Britse collega's en van vertegenwoordigers van de media om zich op de hoogte te stellen van de verhoudingen tussen pers en parlement in ons land. Hun oordeel over ons was zeer gemengd: De journalisten, maar vooral de radio-en tv-mensen likkebaardden en voor zover ze clean shaven waren, likten ze zich de lippen en traanden hun ogen van ontroering. Daartegenover waren de Good Heaven's -een goed parlementair woord daar -van onze collega's niet van de lucht. Onze kiezers, zo zeiden zij, zouden het niet begrijpen als ze ons zó aan het werk zouden zien en horen. In onze oren meer Grootmoeders dan Moeders woorden. In het afgelopen jaar en vooral in de laatste maanden, heeft één van de Britse parlementaire voorrechten mij wel eens door het hoofd gespeeld. Ik bedoel de bevoegdheid van het Lagerhuis om te oordelen over 'beledigingen' van het Huis of van leden daarvan door de pers. De overzichten die in het derde rapport van de voorrechtencommissie zijn vermeld, zijn èn voor onze vaderlandse pers èn voor ons, politici, erg interessant. Het zou mij niet de minste moeite kosten binnen één dag zo'n overzicht uit de Nederlandse pers samen te stellen, op basis van dezelfde normen als daar worden aangelegd. Bovendien oordeelt de rechter in geval van onjuiste berichten over parlementariërs niet mals. Er worden in onze ogen wel heel forse boetes en vergoedingen uitgedeeld. Ik zeg niet, dat wij ook in die richting zouden moeten koersen. Maar het gemak waarmee de laatste tijd over personen wordt gesproken en ongecontroleerde beweringen worden afgedrukt en uitgesproken, moet ons toch wel allemaal verontrusten. Ik ben de mening toegedaan, dat wij niet langer alles over ons heen moeten laten gaan, hoezeer ik begrijp dat vooral politici de pers graag willen behagen en er als de dood tegen opzien ruzie te hebben, laat staan te maken met de keizerinnen en keizers van de wereld. Juist om die reden vind ik dat wij een voorbeeld moeten stellen. Het Presidium heeft zich daarover beraden en ik neem aan dat wij binnenkort daarvan blijk zullen geven. Deze korte toespraak mag natuurlijk niet somber eindigen. Hoewel..., neen niet somber, maar toch spijtig. Ik verzoek de heer Van Berkel hier even voor het front van de troepen te verschijnen. Waarom? Niet alle leden zullen misschien weten, dat de heer Van Berkel met ingang van 1 januari aanstaan-de bij ons ander werk gaat doen, werk dat hem in verband met zijn gezondheid beter past. De heer Van Berkel is hier pionier geweest. Vóór 1968 -dat is slechts tien jaar geleden -kenden wij geen afdeling Voorlichting bij deze Kamer. Nu kunnen wij ons dat bijna niet voorstellen. Ik wil de heer Van Berkel, die in zijn functie daarvoor als parlementair journalist sinds 1946 de gang van zaken hier kent als weinig anderen, bedanken voor zijn grote toewijding en zijn bijna pijnlijke zorgvuldigheid bij zijn werk toen al -als journa-list-en nu. Wij hopen dat hij nog veel voor ons zal kunnen doen. De capaciteiten en de ervaring heeft hij in ruime mate. Ik wens iedereen mooie Kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar. (Applaus)

Ik stel voor, het verslag van de vorige vergadering goed te keuren. Daartoe wordt besloten. Sluiting: 23.43 uur. Lijst van ingekomen stukken met de door de Voorzitter ter zake gedane voorstellen 1°. een Koninklijke boodschap, ten geleide van het wetsontwerp Wijziging van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919(15408). Deze Koninklijke boodschap, met de er bij behorende stukken, is al gedrukt en rondgedeeld; 2°. een brief van de Minister van Economische zaken, over het prijsbeleid 1979(15420). Deze brief is al gedrukt en rondgedeeld;

3". de volgende adressen: een, van mevrouw J. Snelleman-Kraayenbrink te Goor, met betrekking tot haar belastingen; een, van F. M. Bevers te Zandvoort, met betrekking tot handelwijze van de politie. Deze adressen zijn gesteld in handen van de Commissie voor de Verzoekschriften;

4°. de volgende brieven e.a.: een, van Asca-Groningen, over de voorgenomen bezuinigingen in het onderwijs; een, van het gemeentebestuur van Enschede, over de voorgenomen bezuinigingen voor het muziekvakonderwijs; een, van de P.v.d.A.-gewest Friesland, over de voorgenomen sluiting van een aantal postagentschappen en

Toespraak Ingekomen stukken

e£n, namens de stuurgroep van de Christelijke Scholengemeenschap Rijswijk, in verband met een actie voor «De DerdeWereld»; een, van W.L.C, de Weger, over de WAO-uitkering; een, van M. M. van Pol, over de zaak-Menten; een aantal, over abortus provocatus; een, van rabbijn A. Soetendorp, over de mensenrechten in de Sovjet-Unie en over de positie van enkele gedetineerden; een, van de voorzitter van het Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond, over de prijsmaatregelen 1979. Deze brieven e.a. liggen op de griffie ter inzage; voor zoveel nodig is kopie gezonden aan de betrokken commissies; 5°. een afschrift van een brief van de Minister van Sociale Zaken, gericht tot de SER, met een adviesaanvrage betreffende de bedrijfscommissies, bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden. Dit afschrift ligt op de griffie ter inzage;

6°. het academisch proefschrift van N. M. E. Neuwahl: «Het IBO gevolgd; een onderzoek naar het individueel beroepsonderwijs en zijn leerlingen».

Dit proefschrift is opgenomen in de bibliotheek der Kamer.

Ingekomen stukken

Noot 4 (zie blz. 2529)

De vragen van het lid Scholten luiden:

1 Kan de Regering meedelen welke de resultaten zijn geweest van het reeente bezoek van de Ministers van Buitenlandse Zaken van de vijf Westerse landen aan Pretoria, die getracht hebben de Zuidafrikaanse Regering ertoe te brengen verkiezingen in april 1979 onder VN-toezicht te accepteren?

2 Is het waar, dat de Minister van Buitenlandse Zaken van Zuid-Afrika P. R. Botha de secretaris-generaal van de VN, de heer Waldheim, heeft meegedeeld, dat voor 31 december 1978 overeenstemming over de alsnog onder toezicht van de VN te houden verkiezingen bereikt moet zijn en dat bij gebreke daarvan de onafhankelijkheid van Namibië op die datum een feit zal zijn?

3 Kan de Regering bevestigen, dat nu er 'verkiezingen' in Namibië zijn gehouden, de Democratische Turnhalle Alliantie kan bepalen of er een tweede verkiezingsronde onder toezicht van de Verenigde Naties komt, zoals is meegedeeld door de Zuidafrikaanse gouverneur in Namibië, de heer Steyn (zie onder meer Trouw van 16 december1978)?

4 Deelt de Regering de bezorgdheid van ondergetekende, dat in het laatste geval een dreigende situatie ontstaan zal en voert dit de Regering tot nader overleg met de landen van de Europese Gemeenschap en met de Verenigde Staten?

5 Heeft de Regering kennis genomen van ingebrachte bezwaren tegen de gang van zaken bij de voorbereiding en bij de gehouden verkiezingen zelve, zoals onder meer naar voren gebracht door de SWAPO en kerkelijke leiders in Namibië, die erop neerkomen, dat de verkiezingen niet vrij kunnen worden genoemd (zie onder meer Trouw van 29 november 1978) en wil zij haar mening hierover geven?

6 Heeft de Regering kennis genomen van de opmerkingen van Dr. Lukas de Vries, President van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Namibië tegenover de informatiedienst van de Lutherse Wereldfederatie in Genève, dat hij verwacht dat Zuid-Afrika de te vormen 'Regering' van Namibizal dwingen de noodtoestand te verscherpen, de SWAPO te verbieden en de kerken onder strikt toezicht te plaatsen (zie onder meer Trouw van 14 december 1978)?

7 Tot welke activiteiten brengt de situatie in Namibië-mede gelet op de mogelijk ernstige gevolgen -de Nederlandse Regering behalve de reeds genoemde en tot welk stemgedrag zal dit alles de Regering in de Algemene Vergadering der Verenigde Naties brengen dan wel tot welk stemgedrag haar dit reeds heeft gebracht?

Noot 5 (zie blz. 2532)

De vragen van het lid Lambers-Hacquebard luiden:

1 Is er thans nader inzicht te geven in de ernst van de ecologische gevolgen van aanleg van de Dollardhaven en de daarbij voorziene omlegging van de Eems voor het Eems-Dollardgebied? Kan uit het voortgezette onderzoek worden opgemaakt, dat inderdaad sprake zou zijn van ernstige aantastingen, zoals aangegeven in een rapport van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer van oktober van dit jaar'?

2 Wanneer valt over de geomorfologische en sedimentologische gevolgen en de milieuhygiënische consequenties uitsluitsel te geven? Is het waar, dat over de resultaten van onderzoek op dit punt nog verdere studies en besprekingen moeten plaatsvinden?

3 Kan uit de mededelingen van de Regering, dat naar Nederlandse zowel als naar Duitse opvatting de LNG-aanlanding in de Eemshaven en het Dollardhavenproject twee verschillende vraagstukken zijn die los van elkaar dienen te worden behandeld, worden geconcludeerd dat er wat Nederland betreft geen dringende redenen zijn om koste wat het kost vóór een bepaald tijdstip in de Dollardhavenonderhandelingen tot overeenstemming te komen?

4 Mag tevens worden geconcludeerd, dat als komt vast te staan dat de consequenties van het Dollardhavenproject als een ernstige aantasting van het Nederlandse gedeelte van het Eems-Dollardestuarium zouden moeten worden beschouwd, dit vooral ook tegen de achtergrond van de Nederlandse betrokkenheid bij de nog op te lossen grenskwestie een zwaarwegende factor zou zijn?

5

' De ecologische consequenties van het omleggen van de Eems door de Dollard, uitg. Rijks Instituut voor Natuurbeheer, Texel 1978. Elementen hieruit zijn onder meer: -het verloren gaan van 12% van de oppervlakte van het natuurgebied; -veranderingen in het zoutgehalte met daaruit voortvloeiende ecologische consequenties -aanzienlijke afname van aantallen van bepaalde vogelsoorten; -verdwijnen van de zeehonden tijdens de bouw en de onzekerheid of ze later zullen terugkeren. 2 In de beantwoording van mondelinge vragen op 14 december 1978. 3 Openbare Commissievergadering over het Grensoverschrijdend Pro-Tweede Kamer 21 december 1978

Noten

gramma voor de Eems-Dollardregio (14800, XII, nr. 29 en 15155), Z. 1978-1979, Handelingen Openbare Commissievergadering 2; blz. 16, midden eerste kolom. 4-het beleidsvoornemen ten aanzien van een Planologische Kernbeslissing Waddenzee; -de uitspraak in het regeerakkoord, dat bij nog te nemen beslissingen met betrekking tot de Waddenzee het behoud als onvervangbaar natuurgebied zowel uitgangspunt als einddoel blijft; -de aanwijzing van de Dollard als beschermd natuurmonument; -het bij de goedkeuring van de Ramsarconventie geuite voornemen, de Waddenzee (dus ook de Dollard) aan te wijzen als watergebied van internationale betekenis in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels (antwoord Staatssecretaris CRM en aangenomen motie-De Boois); -de bescherming van de in het Waddengebied voorkomende zeehonden als bedreigde diersoort; -de Nederlandse deelname aan het overleg met Denemarken en Duitsland over bescherming van het internationale Waddengebied als onvervangbaar natuurgebied.

Noot 6 (zie blz. 2534)

De vragen van het lid Castricum luiden:

1 Heeft de Staatssecretaris kennis genomen van publikaties in 'Het Nieuwsblad van het Zuiden' van 8 december jl. over bepaalde medische praktijken in Huize Assisië in Udenhout?

2 Is de Staatssecretaris bereid een diepgaand onderzoek in te stellen naar de juistheid van in bedoelde publikaties genoemde feiten en de Kamer over de resultaten in te lichten?

3 Is het waar dat de Inspecties voor de Volksgezondheid en de Geestelijke Volksgezondheid inmiddels een onderzoek zijn begonnen en is de Staatssecretaris bereid -mede gegeven de voortdurende stroom van nieuwe publikaties (met name in de bladen van de Brabant Pers) -thans reeds mededelingen te doen over de voorlopige resultaten van het onderzoek als genoemd en over de maatregelen die naar aanleiding van deze resultaten genomen zijn?

De vragen van de leden Faber en Lansink luiden:

1 Is het waar, dat de Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid in s'-Hertogenbosch een onderzoek instelt naar bepaalde medische praktijken in het zwakzinnigeninstituut van jongeren 'Huize Assisië' in Udenhout? Zo ja, sinds wanneer?

2 Wanneer kan bedoeld onderzoek afgerond worden? Is de Staatssecretaris bereid de resultaten openbaar te maken? Zo neen, waarom niet?

3 Welke klachten zijn wanneer binnengekomen over de in vraag 1 bedoelde praktijken?

4 Is het waar, dat er inmiddels een tussentijds rapport is uitgebracht door de regionaal inspecteur voor de Geestelijke Volksgezondheid in Noord-Brabant? Zo ja, bevestigt dit rapport de vermoedens dat er in Huize Assisië op onoirbare wijze medische ingrepen zijn uitgevoerd? Kan dit antwoord nader toegelicht worden?

Noot 7 (zie blz. 2546)

Bijzondere Commissie 15402 (Regelen voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen van produkten (Wet overheidsopdrachten voor leveringen van produkten)).

Leden:

Plv. leden:

Portheine (VVD) Rienks(PvdA) Dolman (PvdA) Van Dis (SGP) Van Zeil (CDA) Ploeg (VVD) Hartmeijer (PvdA) Dees (VVD) Kombrink (PvdA) Aarts (CDA) Van der Hek (PvdA) Beumer (CDA) Engwirda (D'66) Klein (PvdA) J. de Boer (CDA) Van Muiden (CDA) Wöltgens (PvdA) Van der Linden (CDA) Castricum (PvdA) VanErp(VVD) Deetman (CDA) 5 In hoeverre zijn de ouders en het oudercomité op de hoogte gesteld van wat er in medisch opzicht met de pupillen plaatsvond?

6 Is het waar, dat onder andere van orthopedagogische zijde al in 1975 aangedrongen is op een onafhankelijk onderzoek, maar dat dit afgestuit is op gebrek aan medewerking van de kant van directie en bestuur?

7 Hoe beoordeelt de Staatssecretaris het verrichten van biomedisch onderzoek bij pupillen van een zwakzinnigeninstituut, uitgaande van het recht op persoonlijke levenssfeer en de zeggenschap over het eigen lichaam?

8 Wat is volgens de Staatssecretaris met betrekking tot de gebeurtenissen in Huize Assisië de betekenis van het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 1974 (Ned. Jurisprudentie nr. 436), waarin werd uitgesproken, dat een arts als regel niet gerechtigd is een patiënt een door deze niet gewenste behandeling te doen ondergaan?

Kappeyne van de Coppello (VVD) Salomons (PvdA) Vellenga (PvdA) Verbrugh (GPV)

Konings (PvdA) Evenhuis (VVD) Kolthof (PvdA) Bakker (CDA) Drenth (PvdA) P.A.M. Cornelissen (CDA) Nypels (D'66)

Dijkman (CDA) Weijers (CDA) Epema-Brugman (PvdA) Notenboom (CDA) Spieker (PvdA) Blaauw(VVD) Frinking (CDA)

Noten

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.