Inhoudsopgave

Tekst

2 juni 1976

De Kamer,

kennisgenomen hebbende van de beleidsvoornemens van de Regering terzake van de collectieve voorzieningen en de werkgelegenheid;

er tevens kennis van genomen hebbende, dat de Regering er bij het realiseren van haar beleidsvoornemens van uit gaat, dat wetgeving op het gebied van grondpolitiek, huurbeleid, vermogensaanwasdeling, ondernemingsraden en maatschappelijke beheersing van investeringen vůůr het einde van de kabinetsperiode een feit zal zijn en zij dusdoende een koppeling legt tussen haar beleidsvoornemens op deze terreinen en die ter zake van de collectieve voorzieningen;

van oordeel, dat in het belang van de werkgelegenheid en de inflatiebestrijding ombuiging van de groei van de collectieve voorzieningen noodzakelijk is;

voorts van oordeel, dat met de bovengenoemde beleidsvoornemens op andere terreinen geen nauwere samenhang bestaat dan met het totaal van het regeringsbeleid en dat derhalve een specifieke koppeling moet worden afgewezen; betreurt het, dat de Regering deze koppeling wil leggen, en gaat over tot de orde van de dag.

Van Aardenne Wiegel Rietkerk Koning Tweede Kamer, zitting 1975-1976,13951, nr. 5

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.