De voortzetting van de behandeling van: Nota over het te voeren beleid ter zake van de collectieve voorzieningen en de werkgelegenheid - Handelingen Tweede Kamer 1975-1976 24 juni 1976 orde 16


Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: Nota over het te voeren beleid ter zake van de collectieve voorzieningen en de werkgelegenheid (13951); Nota over de uitvoering van de rijksbegroting 1976 (Voorjaarsnota) (13959); en de daarbij ingediende moties. De motie-Van Aardenne c.s. over de koppeling van de beleidsvoornemens op verschillende terreinen en die ter zake van de collectieve voorzieningen (13951, nr. 5) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de BP, de SGP, het GPV en DS'70 vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Van Aardenne c.s. over uitbreiding van de voorgestelde beleidsombuigingen bij het opstellen van de begroting 1977 en de meerjarenraming (13951, nr. 6) wordt bijzitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de BP, de SGP, het GPV en DS'70 vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Bakker c.s. over handhaving van de koopkracht door andere maatregelen dan door de Regering voorgesteld (13951, nr. 7) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de CPN en de PSP vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Verbrugh c.s. over het nemen van maatregelen ter vermijding van devaluatie (13951, nr. 8) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN, de PSP, de KVP, de CHU en de ARP, alsmede de leden Smit-Kroes en Huijsen tegen deze motie hebben gestemd.

De motie-Drees c.s. over financiële zelfstandigheid van jongeren (13951, nr. 9) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van DS'70, de PSP, de CPN, de SGP, het GPV en de BP, alsmede de leden Van der Heem-Wagemakersen Nooteboom vóór deze motie hebben gestemd.

De Voorzitter: Ik geef thans gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

©

D. (Dick)  DolmanDe heer Dolman (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! De fractie van de Partij van de Arbeid steunt het regeringsbeleid en zal zoals ten dele al is gebleken, tegen alle moties stemmen, met één uitzondering namelijk de motie, waarin om meer informatie wordt gevraagd. Dat is de motie-Drees-Staneke, op nr. 20. Wat de motie nr. 10 betreft, merk ik op, dat daarin staat, dat de voorstellen van het kabinet vooral de laag betaal-de ambtenaren treffen. Wij houden de Regering aan de mededeling in de nota, dat alle voorstellen zullen worden getoetst aan inkomensherverdelende maatstaven, dus ook deze. Wij hebben geen wantrouwen in de Regering. Wij kunnen deze motie derhalve niet steunen. Wat de motie van de heer Drees en mevrouw Van Veenendaal-van Meggelen betreft (stuk nr. 16) merk ik op dat wij het er over het algemeen mee eens zijn, dat geen onderscheid naar geslacht of huwelijkse staat moet worden gemaakt. Het onderscheid naar geslacht is door de Regering al uitgesloten. Wij vinden dat ook een onderscheid naar huwelijkse staat in de Nederlandse wetgeving moet worden vermmderd, maar dan in de gehele wetgeving. Wij vinden dat dit er te zeer uit is gelicht en wij zullen daarom tegen deze motie stemmen. De motie van de heer Jansen, voorkomende op stuk M. 21, bevat verschillende elementen die ons juist voorkomen, vooral de gewenste verbetering van het inkomensbeleid. Wij hebben wat de keuze betreft tussen ombuigingen in de collectieve voorzieningen en de groei van fjet totale vrij besteedbare inkomen ook doen blijken dat de ombuiging wat minder zou kunnen zijn, maar niet zoveel minder als bleek uit het gehele betoog van de heer Jansen. De samenhang met de motie, voorkomende op stuk nr. 22, waar wij ons, conform ons stemgedrag in het najaar, opnieuw tegen zullen uitspreken, noopt ons ertoe, onze stem ook tegen deze motie uitte brengen.

©

M.W.J.M. (Rinus)  PeijnenburgDe heer Peijnenburg (KVP): Mijnheer de Voorzitter! Ik wil over een enkele motie iets zeggen. De motie van de heer Drees op nr. 12 kan eigenlijk als overbodig worden beschouwd. Dat zou aanleiding kunnen zijn, ertegen te stemmen. Niettemin zullen wij in grote meerderheid tegen dat gedrag ingaan en voor deze motie stemmen, omdat het tegenstemmen de indruk zou kunnen wekken, dat het tegendeel waar is, hetgeen niet zou stroken met de opvattingen, zoals mevrouw Van Leeuwen die namens ons heeft verwoord. Het zal duidelijk zijn , dat de motie op stuk nr. 23 van de heer Nypels ons zeer aanspreekt. Veel van wat in de overwegingen en in het dictum is te vinden, is terug te vinden in het ontwerp-CDA-programma, dat overigens nog ter discussie is. Op enkele punten wijkt de motie ervan af. Het resultaat van de opvattingen, die uit deze interne discussie resulteren zullen wij stellig inbrengen voor een komende periode. Wij kunnen echter niet heen langs de actuele situatie waaromtrent wij onze opvattingen hebben verwoord in een eigen motie. Onder die omstandigheden kiezen wij daarvoor en zullen wij aan deze motie onze stem onthouden. Wij zullen ook niet stemmen voor de motie van de heer Van Dis, omdat wij in onze eigen motie onze zorgen hebben weergegeven, welke overigens zijn toegenomen door de wijze waarop de Ministervan Financiën daarop heeft gereageerd.

©

G.M.V. (Gijs) van AardenneDe heer Van Aardenne (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Ik zal mijn sternverklaring tot drie moties beperken omdat ik meen dat onze stem, wat de andere moties betreft, voldoende in het debat tot uitdrukking is gekomen. Wat de motie-Nypels betreft, menen ook wij dat een koppeling moet worden aangebracht. Wij zijn voor stabili satie van de overheidsuitgaven. Wij menen dat blijkens de considerans met name de overheid zich toch te sterk gaat begeven op het terrein van de sociale partners en dat, wat dit betreft, de motie tot onvoorzienbare consequenties zou kunnen leiden. Wij kunnen haar dan ook niet steunen. De motie van de heer Van Dis is ons in haar strekking buitengewoon sympathiek, maar onze overwegingen, die hun weerslag hebben gevonden in ons alternatieve plan, hebben ons tot de conclusie geleid, dat het acceptabel is dat het financieringtekort in 1980 nog niet terug is op 4%. Zuiver om die reden zullen wij onze stem aan die motie van de heer Van Dis moeten onthouden. Ik zeg dit met enige spijt, omdat het jaartal 1980 er zo duidelijk in staat. Ten slotte wil ik iets zeggen over de motie van de heer Van der Mei c.s. Naar onze mening dient het beleid, zoals dat door het kabinet is voorgesteld, al in de huidige omstandigheden te worden bijgesteld en niet alleen als de groei eventueel zou achterblijven. Wij achten dat noodzakelijk in het belang van de bestrijding van de werkloosheid en van de inflatie en wij wensen geen verantwoordelijkheid te aanvaarden voor het beleid van het kabinet, dat niet in voldoende mate tot bestrijding van de werkloosheid zal bijdragen. Wij verschillen daarin van de in het CDA samenwerkende partijen, die deze verantwoordelijkheid kennelijk wel wensen te nemen en alleen een uitzondering maken voortegenvallen-de omstandigheden, waarvan de Regering zelve heeft gezegd dat zij dan uiteraard -dat kan ook van dit kabinet worden gezegd -het beleid zal bijstellen. Uit de woorden van de heer Van der Mei mocht, toen hij de motie indiende, wellicht worden opgemaakt dat men kon lezen dat reeds in 1977 het kabinetsbeleid meer zou moeten worden bijgesteld. Als dat de bedoeling was geweest, was mijn motie, voorkomend op stuk nr. 6, gesteund door de heer

Collectieve voorzieningen/ werkgelegenheid

Van der Mei c.s. Dat is niet gebeurd, ik meen mij nu te moeten aansluiten bij het oordeel van het kabinet, dat deze motie overbodig is, naar de letter gelezen: bijstelling in geval van volstrekte wijziging van omstandigheden. Overbodige moties -ik herhaal de woorden van collega De Boer in juni 1975 hier geuitsteunen wij niet.

©

G. (Govert)  NooteboomDe heer Nooteboom: Mijnheer de Voorzitter! De motie, voorkomende op stuk nr. 10, bevat vele sympathieke elementen, maar zal mijn steun niet krijgen, omdat de overwegingen half onjuist zijn, want de ambtelijke pensioenregeling berust essentieel ook op overheveling van inkomens van laagnaar hoogbetaalden. Ik zal voor de motie, voorkomende op stuk nr. 12, stemmen, hoewel niet elke variatie in het uitgavenpatroon als gevolg van gezinsomstandigheden die in beginsel draagkrachtbeïnvloedend zijn behoeft te leiden tot aftrekregelingen. Tegen de motie, voorkomende op stuk nr. 15, zal ik stemmen op meer gronden dan die welke door de heer Dolman zijn genoemd, omdat mijn vertrouwen in de onuitputtelijke en gegarandeerde wijsheid van de Staat minder groot is dan dat der indieners. Ik zal tegen de motie stemmen, die voorkomt op nr. 21, omdat de overwegingen ten onrechte suggereren dat er slechts een keuze is tussen collectieve voorzieningen en vrij besteedbaar persoonlijk inkomen, terwijl er een derde alternatief is, namelijk het persoonlijk inkomen dat niet valt onder het begrip vrij besteedbaar inkomen. Ik zal voor de motie, voorkomende op stuk nr. 23, stemmen, omdat het betoog van de heer Nypels overeenkomstig mijn verwachting in een zodanige mate mede mijn opvatting vertegenwoordigde dat dit de hoofdreden was voor mij om aan dit debat als luisteraar en niet als geluidproducent deel te nemen.

©

E. (Erwin)  NypelsDe heer Nypels (D'66): Mijnheer de Voorzitter! Wij zullen onze stem geven aan twee moties, voorkomende op de stukken nrs. 11 en 16, van de heer Drees c.s. Het zijn in onze ogen bescheiden moties, waarin wordt gesproken over de wenselijkheid om geen onderscheid te maken tussen verschillende bevolkingsgroepen. Die wenselijkheid onderschrijven wij, maar wij stellen daar meteen bij, dat het heel goed mogelijk is dat het onderzoek van de Regering naar de aanpassingen in het sociale zekerheidsstelsel helaas inbreuk zal moeten maken op deze wenselijkheden. Over de uitslag en over de aard van de beperkingen zegt dat onzes inziens zeer weinig. De motie van de heer Jansen c.s. (stuk nr. 17) zullen wij niet steunen, omdat wij zeer ernstige twijfels hebben over het blijvend effect van loonkostensubsidies. De motie van de heer Jansen c.s. (stuk nr. 21) zal ook onze steun niet krijgen, al vinden wij dat een verbeterd instrumentarium voor inkomenspolitiek op zich zelf noodzakelijk is, maar dat is iets wat de Regering ook erkent. Wij hebben vooral bezwaar tegen de opvatting dat bij de bestrijding van de werkloosheid maatregelen in de collectieve sector meer nadruk zouden moeten krijgen. Dat is voor ons zeker geen uitgemaakte zaak. Over de motie van de heer Van der Mei c.s. (stuk nr. 18) hebben wij enige aarzeling gehad. Uiteindelijk hebben wij besloten onze stem niet aan deze motie te geven, omdat wij in de tekst van deze motie onze eigen benadering onvoldoende terugvinden. Erontbreekt -dat is zeer essentieel -het verzoek aan de Regering om nu direct al over te gaan tot een nieuw nader onderzoek van de doelstelling van economische groei, terwijl daarnaast verder geen richtlijn wordt gegeven over wat moet worden gedaan, als blijkt, dat er andere economische groei noodzakelijk is.

©

J. (Coos)  HuijsenDe heer Huijsen: Mijnheer de Voorzitter! De motie van de heer Jansen, voorkomende op de stukken nrs. 13 en 17, zijn mij op zichzelf sympathiek, maar zij zijn qua aanpak nogal ver verwijderd van de huidige economische orde. Ik meen dat het regeringsbeleid, met name de nota-Lubbers, een voorzichtige aanpak van heroriëntatie geeft en dat wij het effect daarvan in de eerste plaats moeten bezien. Ik zal er daarom tegen stemmen, ondanks mijn sympathie ervoor. Met de motie-Drees, voorkomende op stuk nr. 16, met betrekking tot een gelijke behandeling van gehuwden en ongehuwden en het maken van geen verschil in geslacht voor wat de wetgeving aangaat, ga ik in principe akkoord. Ik zal ervoor stemmen. De moties-Van der Mei en Nypels, voorkomende op de stukken nrs. 18 en 23, waaruit op zichzelf zorg blijkt, althans een zekere voorzichtigheid ten opzichte van toekomstige ontwikkelingen, zal ik niet steunen, omdat de Regering naar mijn mening zelf duidelijk blijk geeft van de nodige voorzichtigheid. Ik meen dat de moties op dit moment overbodig zijn. Ik zal er dus tegen stemmen.

De motie-Drees c.s. over pensioenen van ambtenaren (13951, nr. 10) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van DS'70, de PSP, de CPN, de RKPN, de BP en het GPV alsmede het lid Huijsen vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Drees c.s. over de kinderaftrek (13951, nr. 12) wordt bijzitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van DS'70, de CPN, de VVD, de BP, de RKPN, de SGP, het GPV, de CHU en de KVP (met uitzondering van het lid Krosse), alsmede de leden Nooteboom, Schakel, Van Dam, De Koning en Van Leeuwen vóór deze motie hebben gestemd.

De motie-Van der Lek c.s. over verwezenlijking van fundamentele structurele hervormingen in het beleid (13951, nr. 15) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de PSP vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Drees c.s. over onderscheid naar geslacht en burgerlijke staat (13951, nr. 16) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van DS'70, de PSP, de CPN, D'66, de PPR en de VVD, alsmede de leden Nooteboom en Huijsen vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Jansen c.s. om bij de besteding van de beschikbare middelen het hoofdaccent te leggen op de loonkostensubsidie (13931, nr. 17) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de PPR vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Van der Mei c.s. over het tijdig voorbereiden van aanvullende ombuigingsvoorstellen met betrekking tot de collectieve uitgaven bij een ongunstiger situatie in 1980(13951, nr. 18) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de CHU, de KVP, de ARP, de BP, de

Collectieve voorzieningen/ werkgelegenheid

SGP, het GPV en DS'70, alsmede de leden Huijsen en Nooteboom vóór deze motie hebben gestemd. De gewijzigde motie-Van Disc.s. om het structurele financieringstekort in 1980 niet groter te doen zijn dan 4procent van het nationale inkomen (13951, nr. 19) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, het GPV, de BP, DS'70 en de RKPN vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Dreesc.s. over publikatie van het rapport over herziening van het stelsel van sociale zekerheid (13951, nr. 20) wordt bij zitten en opstaan aangenomen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de KVP, de ARP en de CHU tegen deze motie hebben gestemd. De motie-Jansen c.s. over het ontwikkelen van het instrumentarium voor een doelmatig inkomensbeleid (13951, nr. 21) wordt bijzitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PPR en de PSP vóór deze motie hebben gestemd.

De gewijzigde motie-Jansen c.s. over beperking van de beleidsombuigingen in de sector van de sociale voorzieningen (13951, nr. 22) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PPR en de PSP voor deze motie hebben gestemd. De motie-Nypels c.s. over een nader onderzoek met betrekking tot de trendmatige groei in de periode tot 1980 en koppeling van een bepaald percentage drukstijging van de collectieve lasten per jaar aan deze groei (13951, nr. 23) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van D'66, alsmede het lid Nooteboom vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Van Aardenne c.s. over het niet uitvoeren van de motie Andriessen c.s., aangenomen op 9 oktober 1975 (13959, nr. 2) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de BP en DS'70 vóór deze motie hebben gestemd.

Ik stel voor de beide nota's (13951 en 13959) voor kennisgeving aan te nemen.

Daartoe wordt besloten. D

De Voorzitter: Geachte medeleden! Dat was dat. Het zit er weer op. Of zit het er in, of misschien net niet, of niet meer? Of zat het er helemaal niet in? Ik geef het op; de Voorzitter moet trouwens niet over politieke dingen van de dag denken en zeker niet hardop daarover praten. Daar is hij niet voor. Maar hij mag van U vandaag wel even omkijken en even over het reces heen. Deze week zijn er hier naast mij heel wat klaagliederen gezongen. Ik vond ze niet allemaal even mooi, maar ze klonken wel ontroerend echt als de aria 'Help, wij verdrinken in het papier; help wij hebben geen tijd', werd aangeheven. Als tegenprestatie van mij voor hen een woord van troost. De eerste woordvoerder deze week was de heer Van Aardenne, die zich al in de eerste minuut ontplooide als een groot agrarisch deskundige. Hij serveerde ham, zó vers van het varken. Dat bracht mij op een idee. Er zijn nóg nuttiger dieren. Het allernuttigste is de Bos taurus, in de oude tijd al het symbool van de vruchtbaarheid. Welnu, daér zou ik ons -in tegenstelling tot de heer Van Aarden ne -liever mee vergelijken. Zoals U natuurlijk weet, hebben alle herkauwers en eeltpotigen een aantal voormagen. De Bos taurus heeft een pens, een netmaag en een boekmaag. In de eerste maag wordt de cellu lose afgebroken. Zover zijn wij nu pas met de parlementaire voedselvoorziening gevorderd. Het papier zit in de eerste voormaag, maar het herkauwen op een rustig plekje moet nog helemaal beginnen. Na augustus, bij de begrotingen vindt de indikking in de twee andere magen plaats en pas als de wetsontwerpen aan de beurt zijn, komt de lebmaag in actie. Daar gebeurt het fijne werk, daar worden de bouwstoffen, de eiwitten verteerd om weer als bouwstof te kunnen dienen. Die, laatste, maag heeft pas klieren. Ik zeg dit woord van troost aan het adres van mijn collega's, maar het is tegelijkertijd een waarschuwend woord aan het adres van de Regering: kom alsjeblieft op tijd met uw wetsvoorstellen en breng onze spijsvertering niet in de war. Het kan ü raar opbreken. Geachte medeleden! U weet dat de ministers zitting hebben in de beide kamers en dat zij als zodanig een raadgevende stem hebben, 't Is geen gewoonte dat zij van dat recht vaak gebruik maken, zeker niet als het de werkwijze van de Kamer betreft. Toch is het natuurlijk van belang te weten of wij goede gastvrouwen en gastheren zijn. Ik heb geprobeerd daarachter te komen. Daarom heb ik mij tot alle bewindslieden gewend met het verzoek een aantal vragen te willen beantwoorden. Op een later tijdstip hoop ik van die antwoorden een volledig verslag te geven, maar ik geef nu alvast een kleine bloemlezing.

Na afloop van de vergadering van vandaag begon voor de Kamer het zomerreces. Voorzitter Vondeling werd een prettige vakantie toegewenst

Collectieve voorzieningen/ werkgelegenheid Toespraak

Het doet mij erg veel plezier te kunnen melden, dat mij geen enkele klacht bereikte over het personeel. Integendeel, ik haal één antwoord aan: 'lof voor grote bereidwilligheid in alle opzichten'. Min of meer verrassend was de reactie op de vraag of men hinder ondervond van de fotografen en televisiemensen. Vrijwel iedereen zei: nee, enkelen! soms. Eén stelde de vraag, of de visuele pers ongelimiteerd toegang heeft, ongeacht de rubriek, de kleur en andere variaties. Het antwoord geef ik nu: ja. Althans zo lang ons werk er niet wezenlijk door gehinderd wordt. Meer verscheidenheid in de antwoorden kwam er op de vraag of er andere storende omstandigheden zijn voor het werk dat bewindslieden hier hebben te doen. De antwoorden waren o.a. niet meer dan elders, te veel lawaai achter de groene gordijnen, de lange wachttijd en onzekere agendaplanning, een korte 5-minutenonderbreking na elke twee uur 'makes all the difference' (zou alle bruine bonen zoet maken). De meest storende factor was naar het oordeel van één van de Ministers: de lege banken. Een groot aantal opmerkingen, beter gezegd, aanmerkingen kreeg ik over de ministerskamer. Die kamer is veel te klein en dat is waar. 'Hij heeft de charme van een rouwkamer met zeer gedempt licht, waar je als vanzelf zachtjes gaat praten' was een van de antwoorden. Wezullen zien wat we daaraan kunnen doen. Natuurlijk vroeg ik naar hun oordeel over de wijze waarop van het vragenrecht gebruik wordt gemaakt. 'Veel te veel details, die vaak niet meer zijn dan reacties op door journalisten verricht spit-en graafwerk (meestal niet al te diep)'; 'Te veel vragen worden alleen voor het thuisfront gesteld; als het echt om een antwoord ging zou een eenvoudig telefoontje naar het ministerie genoeg zijn geweest. De vragensteller zou de betrokken Minister of Staatssecretaris kunnen machtigen de pers desgewenst in te lichten.' Een ander zei: 'Over de vragen zou meer vooroverleg met de ministeries kunnen plaatsvinden. Dat zou vermoedelijk leiden tot minder, maar betere vragen'. Hoe denken onze 'tegenvoeters' over het vragenuurtje? "t Zou minder voorgebakken en daardoor f litsender kunnen zijn', of, 'Vaker, maar dan ook Engelser (bijvoorbeeld: the answer is no|'. 'Nuttig en nodig', zei een ander. 'Alleen, het door kamerleden voorlezen van eikaars vragen om bepalingen van het Reglement van Orde te omzeilen is een farce'.

Ik neem aan dat de Kamer belangstelling heeft voor het oordeel dat de bewindslieden hebben over de begrotingsbehandeling van vorig jaar. Die kenmerkte zich door: a) het vóór het reces al vastleggen van de data, b) met Kerstmis klaar zijn, c) technische kwesties zoveel mogelijk schriftelijk afdoen en d) de spreektijd van de bewindslieden beperken tot de helft van de kamertijd. Het was voor mij een zeer aangename verrassing te merken dat het oordeel over alle vier de punten overwegend gunstig was. Uit de 25 ingevulde formulieren bleek dat slechts vier Ministers of Staatsecretarissen bezwaren hebben tegen een spreektijdbeperking. Daaruit blijkt hoe gauw zoiets went. Natuurlijk is men -terecht -van mening dat er nog veel en veelte veel kleine technische details in de mondelinge gedachtenwisseling worden betrokken. Ik ben benieuwd of de Kamer zich nu geroepen voelt straks een goeie beurt te maken van haar kant. Wellicht dat een positief advies van de commissie voor de Werkwijze daarbij kan helpen. We zullen zien. Andere vragen gingen over het contacttussen griffie en departement, over de inrichting van de agenda, hoe er meer regelmaat in ons werk kan komen, over de tijdstippen van begin en einde (alsjeblieft de elf-uur-grens handhaven! was het vrijwel unanieme antwoord), over de zit-en spreekplaatsen, hier in de Kamer, over de communicatie met ambtenaren, over de taak van de voorzitter, over de voorlopige verslagen, over die van gevoerd mondeling overleg, over open en besloten commissies, over interpellaties, over het voorbereiden van de openbare behandeling van wetsontwerpen, de behandeling van nota's. Ten slotte stelde ik de vraag hoe de Kamer haar invloed kan vergroten. Ik somde een tiental mogelijkheden op. Eén ervan was: alleen nota's behandelen die eindigen met een aantal duidelijk omschreven conclusies en beleidsvoornemens? Het antwoord was: nodig! Drie zeiden zelfs: erg nodig. De beide nota's die wij zoeven afhandelden voldeden althans aan die eis. Als gastheer wil ik graag met een aardige opmerking voor onze gasten eindigen. En natuurlijk met een wens voor iedereen: prettige vakantie!

Ik stel voor, het verslag van de vorige vergadering goed te keuren. Daartoe wordt besloten. Sluiting 04.00 uur.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.