De behandeling van: Nota over het te voeren beleid ter zake van de collectieve voorzieningen en de werkgelegenheid - Handelingen Tweede Kamer 1975-1976 22 juni 1976 orde 3


Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de behandeling van: Nota over het te voeren beleid ter zake van de collectieve voorzieningen en de werkgelegenheid (13951); Nota over de uitvoering van de rijksbegroting 1976 (Voorjaarsnota) (13959).

De beraadslaging wordt_cjeopend.

©

G.M.V. (Gijs) van AardenneDe heer Van Aardenne (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Het kabinet is als een varken. Als men het aan de staart trekt, loopt het vooruit. Verworpen moties worden, zij het vertraagd -het is nog een lui varken ook -half uitgevoerd. Ik denk aan mijn moties, verleden jaar ingediend, op het terrein van de lastenverlichtingen, over de noodzaak minder uit te geven, om hulp te bieden door lastenverlichting bij het loonoverleg en aan onze stellingname -twee jaar geleden al -over het gebruik van de aardgasbaten. Misschien -als krantenberichten juist zijn -denkt het kabinet er zelfs over de motie van de heer Wiegel, die nog kort geleden bestreden werd, over uitstel van de BTW-verhoging alsnog uit te voeren. De motie-Andriessen daarentegen is wel aanvaard door de Kamer. Die motie is niet uitgevoerd. Ook dit is een varkensreactie. Bezuinigingen voor 1976 zouden gezocht moeten worden, met name voor hun invloed op 1977. Dat is ook van regeringszijde toegezegd in oktober. In plaats daarvan zien wij nu in de Voorjaarsnota een grote overschrijding optreden, een overschrijding, waarvoor men wel compensatie zoekt, echter op een manier, waarvan de Minister van Financiën, ook weer bij die financiële beschouwingen van verleden jaar, gezegd heeft dat die onrealistisch en niet flexibel was. Immers, toen hebben wij zulke ombuigingen voorgesteld, globale ombuigingen dus. Het gaat nu om 1,2 mld. Een bedrag van 300 min. wordt niet structureel gedekt, maar wordt gedekt door de overloop van het vorige jaar. Die moeilijkheden worden dus doorgeschoven naar 1977. Het is dan ook niet een te boude constatering, dat het jaar 1976 niet alleen verloren is, maar dat een stuk van de problematiek doorgeschoven wordt naar de toekomst. En dit allemaal vanwege een aange nomen motie! Ik vind dit een betreurenswaardige ontwikkeling. Het is niet betreurenswaardig, dat onze moties, ook al zijn zij verworpen, alsnog worden uitgevoerd, maar wel dat een aangenomen motie dit lot niet deelt. Ik zou wat dit betreft maar meteen aan het begin van dit debat een voorstel voor een uitspraak van de Kamer willen doen.

Motie

De Voorzitter: Door de leden Van Aardenne, Wiegel, Rietkerk, Koning en Portheine wordt de volgende motie voorgesteld: De Kamer, kennis genomen hebbende van de Voorjaarsnota 1976; constaterende, dat in de rijksbegroting-1976geen structurele beleidsombuigingen zijn aangebracht; betreurt het, dat de Regering geen uitvoering heeft gegeven aan de in de vergadering der Kamer van 9 oktober 1975 door haar leden Andriessen, Aantjes, Notenboom en Beumer voorgestelde en door haar aanvaarde motie, waardoor de bestrijding van de werkloosheid en inflatie in de komende jaren helaas verder is bemoeilijkt, en gaat over tot de orde van de dag.

De heer Van Aardenne (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb over de Voorjaarsnota nog maar één opmerking. Het blijkt dat een aanmerkelijke overschrijding van de begroting-1976 gevormd wordt door het uitblijven van de voorgenomen verfijning van het trendbeleid. Die gaat dus nu ook door naar 1977. Inmiddels is met de meerderheid in het gemeenschappelijk georganiseerd overleg overeenstenv ming bereikt. Wij kunnen dus aannemen dat het wel doorgaat. Dit betekent dan wel dat de ombuiging op overheidspersoneel, als ik het zo mag noemen, in 1980 -ik stap nu over naar de nota inzake de collectieve voorzienin-

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.