De stemming over: de motie-Meis c.s. om de Wet Werkloosheidsvoorziening zodanig te wijzigen dat vrouwen en mannen dezelf-de uitkering ontvangen - Handelingen Tweede Kamer 1974-1975 19 december 1974 orde 7

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde is de stemming over: de motie-Meis c.s. om de Wet Werkloosheidsvoorziening zodanig te wijzigen dat vrouwen en mannen dezelf-de uitkering ontvangen (13031, nr. 13); de motie-Meis c.s. om het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 van toepassing te verklaren op vrouwelijke werknemers in huishoudelijke of persoonlijke diensten in de huishouding van private personen (13031, nr. 14); de motie-Van Gorkum c.s. betreffende een betere toerusting van de gewestelijke arbeidsbureaus (13100, Miljoenennota, nr. 35); de motie-Meis c.s. over verhoging met f 400 min. van het in het kader van het werkgelegenheidsprogramma aangewezen bedrag (13100, hoofdstuk XV, nr. 13); de motie-Hartmeijer c.s. over meldings-Minister Boersma: Mijnheer de Voorzitter! Ik wil een omissie herstellen.

Gisterenavond ben ik in de snelheid van de behandeling er niet meer aan toegekomen, nog iets te zeggen over de motie van de heer Van Gorkum op stuk nr. 35, waarin na de overweging aandrang op de Regering wordt uitgeoefend, meer middelen ter beschikking te stellen van de Rijksgebouwendienst voor noodzakelijke nieuw-en verbouw van gewestelijke arbeidsbureaus. Mijnheer de Voorzitter! Dit is al inde planning opgenomen. In hoeverre versnelling tot stand kan worden gebracht bij de vernieuwbouw, hangt af van de verdeling van de gelden uit de 'werkgelegenheidspot' over de verschillende departementen. Daaraan zal in ieder geval ook aandacht worden besteed. Dat geldt ook voor het twee-de punt, namelijk de vraag om de personeelsbezetting verder uit te breiden. Wij denken met name aan versterking van de administratie om daartoe te komen. Ik kan niet zeggen, of dat 10 % zal worden. Dat lijkt mij ook niet het meest relevante. Er is absoluut geen tekort aan gelden voor de om-, her-en bijscholing. Mocht het eventueel zo'n vaart lopen dat die gelden snel worden uitgeput, hetgeen niet erg waarschijnlijk lijkt, dan kan de zaak opnieuw worden bekeken. Er is echter geen tekort. Ik heb al een toezegging gedaan aangaande de experimenten arbeidsbureaus nieuwe stijl. Ik ben er wat huiverig voor, anderen in te schakelen bij de arbeidsbemiddeling, maar er is wel overleg met CRM over verschillende alternatieven. Ik heb ook al toegezegd dat gelden voor wetenschappelijk onderzoek op dit terrein beschikbaar zijn gesteld. Dat doet mij derhalve concluderen, dat aan bijna alle verlangens in deze motie door mij tegemoet is gekomen. Ik laat het derhalve aan de heer Van Gorkum over, of het nu nog nodig is, deze motie in stemming te doen komen. Mijnheer de Voorzitter! Mijn tweede opmerking heeft betrekking op de motie van de heer Meis op stuk nr. 14. Ik moet een correctie en een aanvulling aanbrengen op hetgeen ik gisterenavond heb gezegd. De stand van zaken is dat in een wetsvoorstel, dat reeds de Ministerraad is gepasseerd, tegemoet gekomen is aan het verlangen dat de heer Meis in zijn motie naar voren heeft gebracht. Dit is mede gebeurd op basis van een daartoe strekkend SER-advies, dat in die richting positief heeft geadviseerd. Na de discussie in de Ministerraad moeten echter nog enige veranderingen worden aangebracht in het wetsontwerp, waarna het aan de Raad van State kan worden toegezonden. Ik maak mij sterk, dat ik in dit geval gemakkelijk een termijn kan noemen, waarbinnen de Kamer het voorstel, in-clusief het onderdeel dat de heer Meis in zijn motie heeft aangevoerd, kan verwachten, namelijk in elk geval in het eerste kwartaal van het volgend jaar. Ik meen dat een dergelijke uitdrukkelijke toezegging een volledige honorering van de inhoud van motie van de heer Meis betekent en het voor hem gemakkelijk kan maken tot een conclusie te komen.

©

De heer Van Gorkum (P.P.R.): Mijnheer de Voorzitter! In de motie waarin wij vragen, met name de activiteiten van de arbeidsbureaus meer armslag te geven, zijn de twee belangrijkste punten, de uitbreiding van de bouw van arbeidsbureaus en de uitbreiding van de personeelsbezetting van de arbeidsbureaus, nog niet volledig gehonoreerd. Als de Ministertoezegt, dat op grote schaal plannen zullen worden ontwikkeld om de bouw van arbeidsbureaus te stimuleren, dan zal dat punt wat ons betreft geen nadere uitspraak van de Kamer nodig maken. Mijnheer de Voorzitter! Wat het twee-de punt betreft, heb ik gesproken van een uitbreiding van 20 %. Ik heb in de motie neergelegd, dat in ieder geval voor het komend jaar het personeel met 10 % moet worden uitgebreid. Als de Minister bereid is, dit in zijn beleid op te nemen, dan is er voor ons aanleiding, de motie terug te nemen. Voorshands hebben wij echter nog niet de toezegging van de Minister, dat hij in-derdaad op de door ons aangegeven schaal uitbreiding van nieuwbouw zal doen plaatsvinden en dat hij de personeelsbezetting in ieder geval met 10 % wil uitbreiden. Mochten dietoezeggingen alsnog door de Minister worden gedaan, dan wil ik graag overwegen, de motie i n te trekken.

De heer Meis (C.P.N.): Mijnheer de Voorzitter! Gehoord de toezegging van de Minister, waarvoor ik hem dankbaar ben, komt het mij voor, dat de motie overbodig is geworden. Ik trek haar dan ook bij deze in, mijnheer de Voorzitter.

Aangezien de motie-Meis c.s. (13031, nr. 14) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

plicht bij de gewestelijke arbeidsbureaus van openstaande plaatsen in de bedrijven (13100, hoofdstuk XV, nr. 14); de motie-Wierenga c.s. over de uitvoering van het werkgelegenheidsprogramma ten behoeve van de bouwsector groot f 600 min. (13100, nr. 5).

©

De Voorzitter: Op verzoek van de Minister stel ik voor, de beraadslaging over de motie-Van Gorkum c.s. (13100, Miljoenennota, nr. 35) en de motie-Meis c.s. (13031, nr. 14) te heropenen. Daartoe wordt besloten.

Raad van State Rijksbegroting

De heerHartmeijer (P.v.d.A.): Mijnheer de Voorzitter! Ik kan met een enkele opmerking volstaan. Ook wij menen, dat personeelsuitbreiding bij de gewestelijke arbeidsbureaus noodzakelijk is om tot een behoorlijke aanpak te komen. Anders kan er niet goed worden gewerkt. Nu merken wij, dat, gezien het huidige peil, de achterstand te groot is en dat deze niet door een enkele man kan worden ingelopen. Het percentage van tien moet ons in-ziens dan ook werkelijk worden gehandhaafd.

©

Minister Boersma: Mijnheer de Voorzitter! Ik bewonder natuurlijk de grote mate van deskundigheid van zowel de heer Van Gorkum, als de heer Hartmeijer, die exact weet aan te tonen, dat, wanneer de bezetting maar met 10 % wordt uitgebreid, dan kan gebeuren hetgeen zij veronderstellen. Het is mijns inziens van dien aard, dat ik niet anders kan zeggen dan hetgeen ik reeds in eerste termijn heb gezegd, namelijk dat ik het aan mijn deskundige medewerkers overlaat, te doen, wat naar hun mening moet gebeuren. Dat is niet in procenten uitte drukken. Het is een kwestie van beschikbaarheid van deskundigheid. Bemiddelaars stampt men echt niet uit de grond; aan hun opleiding wordt veel zorg besteed, ook voor de komende periode. Het gaat er in het bijzonder om in de administratieve werkzaamheden, die moeten worden verricht, mede op grond van het feit, dat een aantal programma's lopende is en dat straks nog enkele programma's in uitvoering komen, verlichting te vinden. Ik vind het echter niet een kwestie, die men in procenten kan uitmeten; er moet een adequate en verantwoorde versterking voor komen. Het kan ook best een ander percentage zijn; misschien is het zelfs een hoger percentage. Aangezien ik niet iets wil toezeggen, wat ik niet exact in procenten kan waarmaken, kan ik dus niet aan het verlangen van de heer Van Gorkum c.s. tegemoet komen door te zeggen, dat het tien procent zal worden.

De beraadslaging wordt gesloten.

©

De Voorzitter: Het lid Wierenga heeft mij verzocht de beraadslaging over zijn motie (13110, nr. 5) te heropenen. Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen. Daartoe wordt besloten.

De heer Wierenga (P.v.d.A.): Mijnheer de Voorzitter! Mijn motie betreft de regionale verdeling van het zogenoerrv de 600 min.-programma. De Minister heeft gisteren de verdeling bekend gemaakt in deze kamer. Ik meen, dat hij daarbij heeft gehandeld in de geest van deze motie. Dit is de reden, waarom ik mede namens de overige ondertekenaars kan verklaren, dat ik haar hierbij intrek.

Aangezien de motie-Wierenga c.s. (13110, nr. 5) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De Voorzitter: Ik geef nu gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

©

De heer Van Zeil (K.V.P.): Mijnheer de Voorzitter! Ik zal een stemverklaring afleggen namens de fracties van de A.R.P., de C.H.U. en de K.V.P. Wat betreft de motie nr. 13 (wetsontwerp 13031), zijn wij van mening, dat wij er in dit stadium geen behoefte aan hebben. De vermelde problematiek is onderdeel van het advies van de adviescommissiewe rkloosheidsvoorziening van de SER. Daarin zijn verschillende denkbeelden met betrekking tot de opheffing van het onderscheid in uitkeringsrechten tussen gehuwde mannen en gehuwde vrouwen opgenomen. Het vraagstuk is niet los te zien van het totale vraagstuk van het kostwinnerschap. Nu is advies gevraagd aan de Sociaal-Economische Raad. Wij willen dit advies graag afwachten. Op dit moment hebben wij dan ook geen behoefte aan deze motie. Thans kom ik op de motie, voorkomende op stuk nr. 35. Door de Minister is intussen een aantal maatregelen getroffen om tot een meer optimaal functioneren van de arbeidsbureaus te komen. De Minister heeft nog een aantal maatregelen ter zake in het vooruitzicht gesteld. Wij hebben voldoende vertrouwen in de Minister, dat het beraad, dat aan de gang is, met spoed zal worden voortgezet. Als het aanleiding geeft tot verdergaande maatregelen, zullen deze ook worden getroffen. Uit dien hoofde hebben wij geen behoefte aan de motie. Thans wil ik enkele opmerkingen maken over de motie van collega Meis, stuk nr. 12. In onze drie fracties bestaat uitermate veel zorg over de werkloosheid. Wij hebben daarvan getuigenis afgelegd bij de algemene politieke beschouwingen, in openbare commissievergaderingen, bij de bespreking van het dekkingsplan en de bijzondere maatregelen en bij de behandeling van de begrotingen van Economische Zaken en Sociale Zaken. Er is nu een aantal maatregelen genomen, waarvan een substantieel deel is bestemd voor aanvullende werken. Met name in de meeste getroffen gebieden. Op dit moment gaat onze aandacht vooral uit naar uitvoering van de maatregelen en de besteding van de gelden. Wij zullen een en ander kritisch volgen, ook omdat bij een aantal onzer ernstige twijfel is gerezen over de vraag, of de genomen direct gerichte maatregelen wel voldoende zijn. De Regering heeft toegezegd, met nieuwe maatregelen te zullen komen indien zou blijken, dat de nu genomen maatregelen tekortschieten. Na ampele overweging echter zijn onze fracties unaniem van mening, dat het niet juist is op dit moment al te beslissen over verdergaande maatregelen. Wij zullen dus tegen deze motie stemmen. Met betrekking tot de motie van collega Hartmeijer op stuk nr. 13 merk ik op, dat de Minister maatregelen heeft genomen om tot een beter functioneren te komen. Er zijn verdergaande maatregelen in het vooruitzicht gesteld. Wij willen de ontwikkeling daarvan kritisch volgen en in het licht van de resultaten te zijner tijd nagaan of het nemen van verdergaande maatregelen nodig is. Overigens heeft de Minister gisteren een aantal praktische bezwaren geuit tegen het in deze motie neergelegde verlangen, welke bezwaren wij onderschrijven, zodat wij ook tegen deze motie zullen stemmen.

De heer Rietkerk (V.V.D.): Mijnheer de Voorzitter! De motie van de heer Meis (13031, nr. 13) is ingediend in het kader van de behandeling van de Wet gelijk loon mannen en vrouwen. Ik wil uitdrukkelijk uitspreken, dat wij van mening zijn dat ook op dit gebied maatregelen moeten worden genomen, die discriminatie wegnemen. Wij weten alleen niet -en wij betwijfelen het -of dat moet langs de weg die de heer Meis aangeeft. Nu de Minister heeft gesteld, dat in het kader van het kostwinnerschap ook naar een non-discriminatoire regeling voor de WWV wordt gestreefd, achten wij deze motie niet noodzakelijk. Wij zullen er daarom onze steun niet aan geven. De motie van de heer Van Gorkum op stuk nr. 35 achten wij na de toelichting van de Minister overbodig. Ook overigens heeft de heer Van Gorkum hieraan in zijn laatste toelichting nog bepaalde accenten toegevoegd, die wij niet kunnen ondersteunen.

Rijksbegroting

Rietkerk De motie van de heer Hartmeijer zullen wij evenmin steunen, omdat wij met de Ministervan oordeel zijn dat de aanpak, die hij op dit punt voor ogen heeft, veel realistischer is dan het voorstel dat in deze motie is verwoord. Ten slotte moet ik zeggen dat ik, wat de motie van de heer Meis inzake het werkgelegenheidsprogamma betreft (stuk nr. 12), mij aansluit bij de woorden van de heer Van Zeil, hieraan nog toevoegende dat naar ons oordeel, als er al op dit punt wijzigingen zouden moeten plaatsvinden, die meer in de richting van structurele verbeteringen zouden moeten worden gezocht.

De heer Hartmeijer (P.v.d.A.): Mijnheer de Voorzitter! Wat de motie Van Gorkum betreft, heeft de Minister gevraagd: 10%, hoe bepaal je dat? Het is wel duidelijk dat hij heeft gesteld, dat er personeel te kort is, vooral administratief. Ik geloof dat deze motie niet aangeeft, dat het specifiek 10% moet zijn. Dat percentage kan zelfs hoger liggen. Wij gaan echter toch van een minimum van 10% uit en daarom zullen wij deze motie steunen.

Mevrouw Barendregt (P.v.d.A.): Mijnheer de Voorzitter! Het is duidelijk dat wij vóór de motie betreffende de WWV en het kostwinnerschap zullen stemmen. Er ligt trouwens al een advies van een commissie van de SER, waar-van de meerderheid het eens is met de mening, neergelegd in de motie van de heer Meis. Wij zijn vóór die motie. De motie inzake net werkgelegenheidsprogramma, waarbij ervan wordt uitgegaan dat er minder gelden ter beschikking worden gesteld dan totaal in 1972 voor het noorden beschikbaar was, vinden wij voorbarig. Zowel gezien de verdeling van de 600 min. als gezien de verdeling van de gelden in 'de voetnoot' zowel wat betreft de gemeenten als de grote projecten en de infrastructuur komt het bedrag ongeveer overeen met het bedrag dat in 1972 is besteed. Daarbij komt nog het effect van de plaatsingsbevorderende maatregelen. Wij vinden, mede gezien het feit dat de definitieve werkloosheidsnota nog moet komen, deze motie voorbarig en zullen daarom tegen stemmen.

Demotie-Meisc.s. (13031, stuk nr. 13) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de C.P.N., de P.S.P., de P.P.R. en de P.v.d.A., alsmede de leden Nooteboom en Beekmans vóór deze motie hebben gestemd.

De motie-Van Gorkum c.s. (13100, Miljoenennota, nr. 35) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de P.P.R., D'66, de C.P.N., de P.S.P. en de P.v.d.A., alsmede het lid Verbrugh vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Meis c.s. (13100, hoofdstuk XV, nr. 13) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.