De voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp: Regelen betreffende aanspraak van werknemers op een loon dat gelijk is aan dat van werknemers van de andere kunne voor arbeid van gelijke waarde... - Handelingen Eerste Kamer 1974-1975 18 maart 1975 orde 2


Inhoudsopgave

Tekst

Sprekers


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het wetsontwerp: Regelen betreffende aanspraak van werknemers op een loon dat gelijk is aan dat van werknemers van de andere kunne voor arbeid van gelijke waarde (Wetgelijk loon voorvrouwenen mannen) (13031). De beraadslaging wordt hervat.

©

J. (Jaap)  BoersmaMinister Boersma: Mijnheer de Voorzitter! Ik zou willen beginnen met mijn erkentelijkheid uit te spreken aan het adres van de Kamer voor de in algemene zin voor dit wetsontwerp uitgesproken waardering, zij het, dat er duidelijke nuanceringen waren in de verschillende verleden week gehouden toespraken. Ik heb ook bij de behandeling van het wetsontwerp in de Tweede Kamer gezegd -dit mede aan het adres van degenen die hebben gezegd, dat het slechts een kleine stap vooruit is -dat er, gezien het brede terrein waar de aandacht zich richt op de achterstelling van de vrouw ten opzichte van de man, stellig zeer veel andere onder-

werpen te noemen zouden zijn, waarop nadere studie en nader beleid zich zullen moeten richten. Niettemin, als ik terugdenk aan de situatie van vijf, tien jaar geleden, en als ik naga, welke belangstelling er toen, in beide Kamers der Staten-Generaal, in het bijzonder voor de thans aan de orde zijnde kwestie bestond, dan kan ik hieruit twee dingen concluderen: in de eerste plaats, dat de tijd dit punt niet zodanig heeft uitgehold, dat het nu niet meer van belang zou zijn, en in de tweede plaats, dat sindsdien de maatschappelijke opvattingen duidelijk verder zijn geëvolueerd. Het kabinet heeft plannen om hieraan verder tegemoet te komen. Alvorens in te gaan op een aantal vragen wil ik, wat betreft hetgeen de heer Heij namens de commissie heeft gezegd opmerken, dat ik dit gaarne voor kennisgeving aanneem. Ik meen namelijk, dat dit een deel van zijn toespraak was dat zich niet in het bijzondertot de Ministervan Sociale Zaken richtte, maar meer het verkeer tussen Eerste en Tweede Kamer betrof. Derhalve ga ik er niet op in. Het is gebleken, mijnheer de Voorzitter, dat de geachte afgevaardigden die aan het debat hebben deelgenomen er prijs op stellen, dat nog in het bijzonder op een aantal onderdelen wordt in-gegaan. Het gaat hier om een op zich zelf beperkt onderdeel van wat men in zeer brede zin 'de achterstelling van de vrouw' zou kunnen noemen, overigens een niet onbelangrijk onderdeel. Wij zitten inderdaad op het terrein van de arbeidsverhoudingen. Daarvan is de kwestie van de gelijke beloning weer een onderdeel. Ook andere departementen hebben bemoei-enissen met de vraagstukken die op het brede terrein van de achterstelling liggen. Gevraagd is of het van betekenis is, te komen tot een algemene anti-discriminatiewetgeving. Zoals ik in de Tweede Kamer heb gezegd, is daarbij van groot belang de mentaliteit, de mentaliteitsbeïnvloeding en -verandering in de relatie tussen mens en maatschappij. Daarmee is per definitie veel tijd gemoeid. Emancipatie kan niet bij wet worden afgedwongen of worden opgelegd. De materie heeft voortdurende aandacht van de interdepartementale werkgroep arbeidspositie van de vrouw. Net als de heer Heij zie ik met grote belangstelling de conclusies van deze werkgroep tegemoet. Ik verwacht dat resultaat op vrij korte termijn. Het is een kwestie van maanden. Dat kunnen wel eens politieke maanden zijn.

Rijksbegroting 1973 (Economische Zaken en Landbouw-Egalisatiefonds) Naturalisaties Lonen Als wij het over de jaarwisseling hebben is het meestal verstandig geen jaartal in te vullen. Ik verwacht het rapport echter voor het zomerreces. Het kan nu niet zinvol meer worden genoemd, op spoed aan te dringen. Velen hebben bijzondere belangstelling voor dit rapport. Vanzelfsprekend zijn wij er daarmee niet. Er zijn ook nog een SER, een Commissie Arbeidspositie Vrouwen en Meisjes en de Nationale Emancipatiecommissie. Daarin zijn verschillende groeperingen vertegenwoordigd die wij ook verder moeten raadplegen. Op de te ontwikkelen beleidslijn loop ik thans niet verder vooruit. In de EEG wordt momenteel gedokterd aan een richtlijn voor gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij opleiding, aanstelling en promotie en op het terrein van de arbeidsvoorwaarden. Vanzelfsprekend ben ik van harte bereid mee te werken aan de totstandkoming van een dergelijke EEG-richtlijn. Over de bepaling van het standpunt vindt op dit moment overleg plaats met de betrokken ambtgenoten. De heer Kloos heeft de aandacht gevestigd op in Engeland in voorbereiding zijnde nogal ambitieuze wetgeving. Zoals ook bij de totstandkoming van het onderhavige wetsontwerp het geval is geweest spelen bij anti-discriminatiewetgeving buitenlandse voorbeelden op ruime schaal een rol. Dit betekent overigens niet, dat de voorstellen die in het buitenland worden ontwikkeld door ons met huid en haar kunnen worden geïmporteerd. Wij nemen er echter met belangstelling kennis van en waar mogelijk maken wij er ook gebruik van. Voor de werknemers die vallen onder een ca.o. is de kwestie in beginsel geregeld. De onzekerheden betreffen de werknemers voor wie ook tot mijn spijt nog steeds geen cao. bestaat. Dat zijn er vele honderdduizenden. Natuurlijk is het beginsel ook voor die sector niet nieuw, want de overheid heeft zich 20 jaar met dit vraagstuk beziggehouden. Het heeft erg lang geduurd en ik geef de heer Kloos toe, dat daarbij niet één schuldige is aan te wijzen. Ook van de zijde van de vakbeweging heeft men te vaak te weinig belangstelling voorde gelijke beloning gehad wanneer het ging om de verdeling van de ruimte. De komende regeling is al geruime tijd onder de aandacht van alle sectoren van het bedrijfsleven gebracht. Ik meen dan ook te mogen zeggen, dat wanneer aantoonbaar was geweest, dat in bepaalde sectoren een sterke loonkostenstijging moest worden ge-398

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.