Brief van de minister en De Staatssecretaris van Sociale Zaken - Volumebeleid

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE

ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 28 juni 1979

Bij de mondelinge behandeling van de begroting van het Departement van Sociale Zaken voor het dienstjaar 1979 heeft de Tweede Kamer besloten over het volumebeleid een afzonderlijke discussie te voeren in een openbare commissievergadering. Ter voorbereiding op die discussie is aan ons verzocht een notitie op te stellen met betrekking tot de beleidsplannen ten aanzien van het volumebeleid. Deze notitie doen wij u hierbij toekomen. Gaarne willen wij daarbij het volgende opmerken: 1. De mogelijkheden om het beroep op socialezekerheidsuitkeringen te beperken zijn voor een zeer belangrijk deel afhankelijk van de mate waarin arbeidsplaatsen beschikbaar zijn. De stijging van het beroep op socialezekerheidsuitkeringen in de afgelopen jaren is dan ook in aanzienlijke mate het gevolg van de slechter geworden economische situatie. Fundamentele oplossingen op dat terrein streeft de Regering na met een algemeen beleidsprogramma, waarvan de hoofdlijnen zijn aangegeven in Bestek'81. 2. Gelet op deze randvoorwaarde zal een volumebeleid zich in hoofdzaak moeten richten op het terugdringen van «onnodige» werkloosheid en vermijdbaar verzuim wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid. Voorkomen moet worden dat arbeidsplaatsen onnodig onbezet blijven. Hierop werd in Bestek '81 gewezen. Bovendien zijn in de nota over de voortgang van Bestek '81 reeds een aantal daarop gerichte maatregelen in de sfeer van het volumebeleid genoemd. 3. Gegeven de aard van de volumefactoren vormt het beleid dat te dien aanzien wordt gevoerd in belangrijke mate een onderdeel van het algemene sociale en sociaal-economische beleid. De maatregelen in de sfeer van de sociale zekerheid liggen in hoofdzaak in het verlengde van maatregelen op andere beleidsterreinen, zoals het arbeidsomstandigheden" en het arbeidsvoorzieningsbeleid. 4. Uit het vorenstaande blijkt dat het volumebeleid niet als een geïsoleerd beleid kan worden gezien, maar dat het is ingebed in het totale regeringsbeleid. In deze notitie is er niet naar gestreefd alle maatregelen die in het kader van dit totale beleid door de Regering zijn of worden getoffen en die soms direct, soms indirect bijdragen tot een beperking van de volumestijging in

S-SoZa

17 vel

Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15650, nrs. 1-2

de socialezekerheidsregelingen te bespreken. Er zijn namelijk reeds afzonderlijke gedachtenwisselingen gaande of op korte termijn te verwachten over belangrijke onderdelen van dit totale beleid. Wij denken daarbij in het bijzonder aan het ontwerp-Arbeidsomstandighedenwet en de notitie over de jeugdwerkloosheid. Op de relatie met Bestek '81 werd reeds gewezen. 5. Gezien de maatschappelijke onaanvaardbaarheid van een ongeremde groei van het beroep op sociale zekerheid en de ongewenste sociaal-economische consequenties die zulks met zich brengt achten wij het evenwel noodzakelijk dat binnen het totale beleid, zoals dat hiervoor is aangeduid, bijzondere aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden om vanuit het socialezekerheidsstelsel en zijn uitvoering in samenhang met maatregelen op andere beleidsterreinen een gericht beleid ter beperking van het beroep op sociale zekerheid te voeren. 6. Bijgaande notitie geeft dan ook in hoofdzaak een overzicht van de beleidsmaatregelen die in dit kader zijn getroffen of nog zullen worden getroffen. De nadruk ligt daarbij op de maatregelen die op dit moment reeds functioneren en de beleidsvoornemens die nog in deze kabinetsperiode zullen worden uitgewerkt. 7. Wij willen hier niet onvermeld laten dat aan het begin van dit jaar een overleg met de sociale partners is gestart over de knelpunten op de arbeidsmarkt. De verwachting is, dat van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen, waartoe de tripartite overleggroep is gekomen, eind augustus verslag zal kunnen worden gedaan aan de voorzitters van de centrale werknemers-en werkgeversorganisaties en aan de eerste ondertekenaar van deze brief. Gelet op de grote aandacht, die allerwege voor het vraagstuk van de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bestaat, zal de belangstelling waarmede wij naar dit verslag uitzien door velen, niet in het minst ook door de leden van het parlement, worden gedeeld. Wij zeggen daarom gaarne toe -en menen daarmede ook in de geest van de overleggroep te handelen -om aan het verslag ruimere bekendheid te geven en het met name ook aan te bieden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Voor zover mogelijk zullen wij de toezending aan het parlement vergezeld doen gaan van onze primaire reacties op het verslag, waarin -naar wij vertrouwen -aanknopingspunten zullen worden gevonden voor maatregelen waarmede de oorzaken van de knelpunten op effectievere wijze kunnen worden bestreden. 8. Wij zijn verheugd dat bij de bespreking van deze notitie over het volumebeleid tevens een eerste verkennende discussie zal plaatsvinden over de inhoud van het interimrapport «Organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid», dat u onlangs vergezeld van een brief met het kabinetsstandpunt is aangeboden. 9. Getracht wordt een beeld te geven van de mate waarin het volumebeleid ertoe kan bijdragen dat minder mensen een beroep op een sociale uitkering hoeven te doen. De effectiviteit van het volumebeleid is echter -onder meer door onvoldoende inzicht in de mate waarin dat beleid tot substitutie-effecten op de arbeidsmarkt leidt -slechts in beperkte mate meetbaar. Het zullen niet de financiële effecten zijn die in bijgaande notitie centraal worden gesteld. Daarvoor gaat het kabinet uit van de ombuigingen, zoals die in Bestek '81 en in de nota over de voortgang van Bestek '81 werden aangegeven. De maatregelen die nu worden voorgesteld vormen vooral een nadere invulling en concretisering van het daar geschetste beleid. Bovendien kunnen, zoals reeds in Bestek '81 en in de nota over de voortgang van Bestek '81 is gesteld, de matigingseffecten van het volumebeleid slechts indicatief en voor een complex van maatregelen worden gekwantificeerd. In Bestek '81 werd geraamd dat het volumebeleid tot een matiging met f 500 min. in 1981 kon leiden. Daaronder was begrepen een effect van f 200 min. als gevolg van het tegengaan van misbruik en fraude in de fiscale sfeer. Daarnaast werd het mogelijk geacht door vermindering van «onnodige werk loosheid» f 200 min. en door het tegengaan van «vermijdbaar verzuim» ca. f 100 min. te besparen. Ook in deze laatste bedragen waren echter de besparingen die het resultaat zijn van het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik in de sfeer van de sociale zekerheid begrepen.

Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15650, nrs. 1-2

Gegeven de gekozen benadering zal op de bestrijding van oneigenlijk gebruik en misbruik in deze notitie vooral in inventariserende zin worden ingegaan, te meer omdat reeds een groot aantal activiteiten op dat terrein in gang zijn gezet (zie paragraaf 4.3.3). Oneigenlijk gebruik en misbruik maakt inbreuk op de aan het stelsel van sociale zekerheid ten grondslag liggende solidariteit. Juist op grond van de solidariteit mag, ook van individuele uitkeringsgerechtigden én werkgevers, worden gevraagd om de omvang en duur van het beroep op sociale zekerheid waar mogelijk te beperken. In de nota over de voortgang van Bestek '81 is aangegeven welke effecten var een versnelling en intensivering van het volumebeleid mogen worden verwacht: f 125 min. in 1979 oplopend tot f 150 min. in 1981. Daarbij is mede gerekend met maatregelen die erop gericht zijn de toestroming tot de Wet Sociale Werkvoorziening te beperken en de opbrengsten te vergroten bij voorbeeld door omzetting van niet-batenopleverende projecten in projecten die wel baten opleveren. In bijgaande notitie komt de WSW slechts ter sprake voor zover de daar geboden voorzieningen als instrument worden gehanteerd om de doorstroming van gedeeltelijk arbeidsongeschikten vanuit de sociale zekerheidsregelingen naar het vrije bedrijfsleven te bevorderen. Ook is in de nota over de voortgang van Bestek'81 genoemd het beperken van het oneigenlijk gebruik van ziektewetuitkering bij zwangerschap en bevalling. Het kabinet wil daar afzonderlijk op terugkomen. Beide punten passen ook minder in de benadering en afgrenzing van het volumebeleid die, in aansluiting op bijlage III § 2, van Bestek '81 in bijgaande notitie is gekozen. Niet de mogelijkheden het volume in de sociale zekerheid te verminderen door het beperken van het aantal verzekerden c.q. het recht op uitkering, maar het voorkomen dat mensen buiten hun schuld en onnodig een beroep op sociale zekerheid moeten doen, staat centraal.

De Minister van Sociale Zaken, W. Albeda De Staatssecretaris van Sociale Zaken, L. de Graaf

Tweede Kamer, zitting 1978-1979, 15650, nrs. 1-2

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.