Nota naar aanleiding van het eindverslag - Nadere wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten (opneming in de Werkloosheidswet van werknemers in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 9

NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET EINDVERSLAG Ontvangen 2 maart 1981

Het verheugt mij te kunnen constateren dat de vaste Commissie voor Sociale Zaken de plenaire behandeling van het wetsontwerp voldoende voorbereid acht, indien op enkele door de commissie gestelde vragen antwoord zal zijn verkregen.

De leden van de P.v.d.A.-fractie wensten alsnog te vernemen in welke mate de koopkracht wordt aangetast van WSW-werknemers, die zowel op grond van de wijzigingen met betrekking tot de arbeidsongeschiktheidsaftrek alsook vanwege de in te voeren vereveningsbijdrage een inkomensachteruitgang ervaren. Voor wat betreft de gewijzigde arbeidsongeschiktheidsaftrek gaat het met name om de groep WSW-werknemers met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-80. Voor deze groep gold in 1980 een arbeidsongeschiktheidsaftrek van f 1815 op jaarbasis. Vanaf 1 januari 1981 geldt bij een arbeidsongeschiktheidspercentage, liggend tussen 45 en 80, een arbeidsongeschiktheidsaftrek van f 790 op jaarbasis; bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 of meer geldt vanaf deze datum een arbeidsongeschiktheidsaftrek van f 1579 op jaarbasis. Een berekening van de achteruitgang in koopkracht welke uitsluitend het gevolg is van deze wijziging èn de in te voeren vereveningsbijdrage, zonder daarbij rekening te houden met andere factoren, zou een onvolledig beeld geven, aangezien er gelijktijdig met de wijziging van de arbeidsongeschiktheidsaftrek per 1 januari 1981 wijzigingen zijn aangebracht in de loonbelastingtarieven, de sociale verzekeringspremies en ook in de lonen. Wel kan het verschil in netto-inkomen worden berekend tussen de situatie vóór en na wijziging van de arbeidsongeschiktheidsaftrek en invoering van de vereveningsbijdrage, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de wijzigingen in de loonbelastingtarieven, de sociale verzekeringspremies en de lonen. De onderstaande berekening betreft het inkomen van een gehuwde WSW-werknemer, meteen brutoloon van f 2137 per maand in december 1980 (inclusief toeslag van f 26), zijnde een bedrag uit de loonschaal welke van de bestaande loonschalen het meest van toepassing is, en een brutoloon van f 2152 vanaf 1 januari 1981, na een verhoging in verband met prijscompensatie. De nacalculatie 1980 is hierin nog niet verwerkt.

Tweede Kamer, zitting 1980-1981,16527, nr. 9

Kolom I geeft de berekening over december 1980. Deze berekening geldt zowel bij een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 45 en 80 alsook bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 of meer. Kolom II geeft de berekening voor 1981 na invoering van de vereveningsbijdrage en bij een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen 45 en 80. Kolom III geeft de berekening als onder kolom II, maar bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 of meer.

lil

Bruto maandloon Arbeidsongeschiktheidsaftrek

21501-51,30

Loon voor loonbelasting en premie AOW/AWW

f 1985,70

Bruto netto berekening: Bruto maandloon f 2137 Inhoudingen: Ziektewet

f

21,37 Ziekenfondswet

f

86,54 WAO

f

65,12 Verev. bijdr. WW f Loonbelasting

f 143,80 AOW/AWW

f 218,90 f

535,73

Nettoloon

f 2152 f

65,90

f 2086,10

f 2152

f 1601,27

f

21,52 f

92,53 f

57,06 f

17,75 f 147,70 f 231,90

f

568,46

f 1583,54

f 2152 f

131,60

f 2020,40

f 2152

f

21,52 f

92,53 f

57,06 f

17,75 f 134 f 225

f

547,86

f 1604,14

De leden van de P.v.d.A.-fractie kwamen voorts terug op de relatie AAW/ WAO-gerechtigden en de in de WSW in te voeren vereveningsbijdrage. In de memorie van antwoord is naar aanleiding van een desbetreffende vraag van deze leden vermeld, dat het niet zo kan zijn dat de besparingen in verband met de op de WSW-lonen in te houden vereveningsbijdrage lager zouden uitkomen, naarmate meer werknemers naast hun WSW-loon nog recht hebben op een aanvullende AAW/WAO-uitkering. De leden van de P.v.d.A.-fractie vroegen of de totale som van de vereveningsbijdragen, ingehouden op alle WSW-lonen, daadwerkelijk bespaard wordt óf dat deze som verminderd zou moeten worden met het bedrag dat de AAW/WAO-uitkeringsgerechtigden in de WSW reeds vanaf 1 januari 1980 aan vereveningsbijdragen betaalden. Bevestigd kan worden dat de totale som van de in te houden vereveningsbijdragen op de WSW-lonen een werkelijke besparing bewerkstelligt. De vereveningsbijdragen, welke in het kader van de WAO thans reeds van toepassing zijn op WAO-gerechtigden die een dienstbetrekking hebben in de sociale werkvoorziening, zijn niet van invloed op het bedrag van deze besparing. De leden van de C.D.A.-fractie merkten op dat zij met hun vraag in het voorlopig verslag om tijdig aan betrokkenen een in begrijpelijke taal gestel-de verklaring te verstrekken voor de bij de invoering van de vereveningsbijdragen optredende verlaging van het nettoloon, iets méér bedoeld hadden dan het in eenvoudige taal schrijven van een circulaire aan gemeentebesturen, mede ter kennisname van de leden van de Organen van Overleg. Deze leden vroegen of ik bereid ben om, waar het hier een uniform werkende maatregel betreft, te bewerkstelligen dat er vanuit een centraal punt een voor alle WSW-werknemers gelijke verklaring wordt opgesteld, welke door de werkverbanden verspreid kan worden. Ik wijs deze leden op mijn in de memorie van antwoord gedane toezegging dat door mij bevorderd zal worden dat aan de inhoud van het aan de orde zijnde wetsontwerp ruime aandacht wordt besteed door het SW-journaal, zijnde het orgaan dat maandelijks onder de WSW-werknemers wordt verspreid.

Tweede Kamer, zitting 1980-1981,16527, nr. 9

Het zou mijns inziens te ver voeren om vanuit een centraal punt een verklaring voor de werknemers op te stellen, aangezien daarmee de eigen verantwoordelijkheid van de gemeentebesturen op het gebied van het personeelsbeleid doorkruist zou worden. Ik moge deze leden in dit verband wijzen op artikel 6 van het Besluit organisatie sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 512) waarin als één van de sociale taken van de leiding van een werkverband wordt genoemd het voorlichten van de werknemers omtrent hun rechten en plichten en aandacht schenken aan hun vragen en moeilijkheden. Om toch tegemoet te komen aan de wensen van de leden van de C.D.A.-fractie ben ik bereid om in de aan de gemeentebesturen te verzenden circulaire naar aanleiding van het wetsontwerp op te nemen dat het gewenst is om, in het kader van de voorlichting aan de werknemers, bijzondere aandacht te besteden aan de in te voeren vereveningsbijdrage en de achtergronden daarvan.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken, L. de Graaf Tweede Kamer, zitting 1980-1981,16527, nr. 9

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.