Eindverslag - Nadere wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten (opneming in de Werkloosheidswet van werknemers in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr.8

1 Samenstelling: Bakker (CPN), Nypels (D'66), Hermsen (CDA), voorzitter, Van Dis (SGP), Van Dam (CDA), Keja (VVD), Van Zeil (CDA), Poppe (PvdA), ondervoorzitter, Hartmeijer (PvdA), Van der Doef (PvdA), Weijers (CDA), Meijer (PvdA), Knol (PvdA), Beckers-de Bruijn (PPR), Nijpels (VVD), De Hamer (PvdA), Moor (PvdA), De Voogd (VVD), De Korte (VVD), Bakker (CDA), Gerritse (CDA), Buikema (CDA) en Toussaint (PvdA), EINDVERSLAG Vastgesteld 18 februari 1981

Binnen de vaste Commissie voor Sociale Zaken bleek na kennisneming van de memorie van antwoord bij de leden van de fracties van de P.v.d.A. en van het C.D.A. nog behoefte te bestaan enkele vragen en opmerkingen aan de Regering voor te leggen. De commissie acht de plenaire behandeling van dit wetsontwerp voldoen-de voorbereid als de Regering daarop zal hebben geantwoord.

De leden van de P.v.d.A.-fractie wensten de Staatssecretaris dank te zeggen voor de uitvoerige wijze waarop hij op hun opmerkingen in het voorlopig verslag is ingegaan. Toch wilden zij nog wel een preciezer antwoord op enkele van de door hem gestelde vragen.

Op de vraag van deze leden over de gevolgen van de wetswijziging van de inkomstenbelasting (16475) voor de koopkracht van de WSW-werknemers die uitkeringsgerechtigden zijn ingevolge de WAO of de AAW, antwoordt de Staatssecretaris dat dit betrekking heeft op hen die vallen in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45%-80%. Dat wisten zij echter reeds. Zij wensten evenwel alsnog te vernemen in welke mate de koopkracht van die groep WSW-ers wordt aangetast als gevolg van deze wijziging van de inkomstenbelasting in het onderhavige wetsontwerp. Vervolgens kwamen deze leden nog terug op de relatie AAW-WAO-gerechtigde en de WSW-vereveningsbijdrage. De Staatssecretaris zegt in de memorie van antwoord dat het niet zo kan zijn dat de besparingen in verband met de op de WSW-lonen in te nouden vereveningsbijdrage lager zouden uitkomen, naarmate meer werknemers naast hun WSW-loon nog recht hebben op een aanvullende AAW/ WAO-uitkering (blz. 6, vijfde alinea). Betekent dit, zo vroegen deze leden, dat het door de Staatssecretaris op blz. 12 van de memorie van toelichting genoemd bedrag van f 12 min. als gevolg van de maatregelen voortvloeien-de uit dit wetsontwerp daadwerkelijk bespaard wordt of is het in werkelijkheid zo dat de totale som van de vereveningsbijdragen ingehouden op alle WSW-lonen f 12 min. bedraagt en dat om de reële besparingen te becijferen deze f 12 min. verminderd moet worden met het bedrag dat de AAW/WAO-uitkeringsgerechtigden reeds vanaf 1 januari 1980 aan vereveningsbijdragen betaalden? Indien dit laatste juist is, dan verzochten zij de Staatssecretaris opgave te doen van het bedrag van de reële besparing.

Tweede Kamer, zitting 1980-1981,16527, nr.8

De leden van de C.D.A.-fractie merkten op, dat zij met hun vraag in het voorlopig verslag om tijdig aan betrokkenen een in begrijpelijke taal gestel-de verklaring voor de bij invoering van deze wet optredende verlaging van het nettoloon te verstrekken, iets méér bedoeld hadden dan het in een eenvoudige taal schrijven van een circulaire aan gemeentebesturen, mede ter kennisneming van de leden van de Organen van Overleg, hoe nuttig het ook is dat in circulaires als deze op een op de lezers afgestemd taalgebruik wordt gelet. Ookde werknemers/sters-of bij geestelijk gehandicapten hun verzorg(st)ers -die bij invoering van deze maatregelen in hun inkomen enig effect daarvan ondervinden, dienen daarover tijdig en op voor hen begrijpelijke wijze te worden geïnformeerd. Nu het niet een uniformwerkende maatregel betreft kan zulks naar hun mening met een voor ieder gelijke verklaring vanuit één centraal punt geregeld worden. Verspreiding kan dan via de werkverbanden plaatsvinden. Zij vroegen of de Staatssecretaris bereid was zijn op dit punt gedane toezegging in die zin aan te vullen.

De voorzitter van de commissie, Hermsen De griffier van de commissie, Eikerbout Tweede Kamer, zitting 1980-1981,16527, nr. 8

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.