Ontwerp van wet - Nadere wijziging van de Werkloosheidswet en enige andere wetten (opneming in de Werkloosheidswet van werknemers in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening)

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr.2

ONTWERP VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Werkloosheidswet te wijzigen onder andere teneinde de werknemers in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening op te nemen in de verzekering en in verband daarmede de Wet Werkloosheidsvoorziening, de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet Sociale Werkvoorziening aan te passen; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421) wordt gewijzigd als volgt:

A In artikel 4 wordt na wijziging van de aanduiding e in f een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende: e. degene, die bij wijze van sociale werkvoorziening tewerkgesteld is;

S-SoZa S-Fin

4 vel

Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16527, nrs. 1-3

B Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt: 1e. In het eerste lid vervalt «d. degene, die werknemer is in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening;», waarna de aanduiding e wordt gewijzigd in d. 2e. In het tweede lid wordt «het eerste lid, onder a tot en met d» vervangen door: het eerste lid, onder a tot en met c.

C Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt: 1e. Het tweede lid wordt gelezen: 2. Een werknemer, die zich als militair in werkelijke dienst begeeft, anders dan om de krijgsdienst bij wijze van beroep te vervullen, dan wel in plaats van zijn militaire dienstplicht vervangende dienst gaat verrichten, herkrijgt en behoudt onder de in het vorige lid bedoelde beperking, na afloop van de militaire of vervangende dienst de hoedanigheid van werknemer, ook indien hij niet in dienstbetrekking treedt.

2e. In het derde lid wordt «in het vorige lid onder a en b bedoeld» vervangen door: in het vorige lid bedoeld.

D In artikel 9, onder 1°, wordt na wijziging van de aanduiding e in f een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende: e. degene, op wie de verplichting rust het loon te betalen;

E Artikel 20 wordt gewijzigd als volgt: 1e. Aan het eerste lid wordt de volgende volzin toegevoegd: In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin is degene, die werknemer in de zin dezer wet is op grond van: a. een dienstbetrekking in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening, of b. een beëindigde dienstbetrekking als bedoeld onder a, niet verzekerd door middel van een wachtgeldverzekering.

2e. Het derde lid wordt gelezen: 3. Behoudens het bepaalde in het vijfde lid wordt het risico der werkloosheidsverzekering gedragen door het Algemeen Werkloosheidsfonds.

3e. In de eerste volzin van het vierde lid wordt na «behoudens» ingevoegd: het bepaalde in het vijfde lid en.

4e. Onder vernummering van het bestaande vijfde lid tot zesde lid wordt een nieuw vijfde lid ingevoegd, luidende: 5. Het Rijk vergoedt aan het Algemeen Werkloosheidsfonds de ingevolge deze wet te betalen uitkering, de daaraan verbonden kosten van beheer en administratie en de ingevolge enige wet over de uitkering verschuldigde premies, die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht ter zake van: a. degene, die werknemer in de zin dezer wet is op grond van een beëindigde dienstbetrekking in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening; b. degene, wiens werkloosheid intreedt binnen 2 maanden na de dag, waarop zijn dienstbetrekking in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening is beëindigd.

Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16527, nrs. 1-3

F Aan artikel 25, eerste lid, wordt de volgende volzin toegevoegd: In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin is over het loon uit een dienstbetrekking in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening geen premie verschuldigd.

G Aan artikel 27, eerste lid, worden de volgende volzinnen toegevoegd: Het bepaalde in de eerste volzin blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, bedoeld in de laatste volzin van artikel 20, eerste lid. Voor de toepassing van het bepaalde in de eerste volzin worden buiten beschouwing gelaten dagen, waarop betrokkene werknemer was in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening.

H Artikel 31, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt: Onderdeel j wordt gelezen: j. aan de werknemer, die zich in militaire dienst bevindt, dan wel in plaats daarvan vervangende dienst verricht.

Artikel 42a wordt gewijzigd als volgt: In het vierde lid wordt «artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e» vervangen door: artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d.

J Aan artikel 42f wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid komen de betalingen, voortvloeiende uit dit hoofdstuk alsmede de administratiekosten aan de uitvoering van dit hoofdstuk verbonden ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, ingeval de werknemer, aan wie een uitkering wordt verleend op grond van artikel 42a, eerste lid, een werknemer is in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden de bedragen, die de bedrijfsvereniging met toepassing van artikel 42e ontvangt ter zake van een werknemer als bedoeld in de vorige volzin gestort in het Algemeen Werkloosheidsfonds. Het Rijk vergoedt aan het Algemeen Werkloosheidsfonds de in de eerste volzin bedoelde betalingen en administratiekosten onder aftrek van de in de tweede volzin bedoelde bedragen.

K In artikel 51 wordt «komen ten laste het Algemeen Werkloosheidsfonds» vervangen door: komen, onverminderd het bepaalde in artikel 20, vijfde lid, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.

Artikel II

De Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) wordt gewijzigd als volgt: Artikel 3 wordt gelezen:

Artikel 3. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt met dienstbetrekking gelijkgesteld een arbeidsverhouding als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Werkloosheidswet.

Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16527, nrs. 1-3

Artikel III

De Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521) wordt gewijzigd als volgt: Artikel 11, eerste lid, letter f, onder 2°, wordt gelezen: 2°. premies ingevolge de Ziektewet (Stb. 1967,473), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Stb. 1977, 492) en de Werkloosheidswet (Stb. 1967, 421), alsmede bijdragen als zijn bedoeld in artikel 79a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 26 van de Werkloosheidswet, artikel 16a van de Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485), artikel 19a van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1977, 494), artikel 36 van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1977, 493), artikel 32 van de Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers (Stb. 1977, 495), artikel XXX, derde lid, van de Wet houdende nadere wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, een aantal sociale verzekeringswetten en enige andere wetten (herziening aanpassingsmechanismen en vaststelling regelen hoogte sociaal minimum) (Stb. 1979, 711) en bijdragen krachtens artikel 30 van de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687).

Artikel IV

De Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) wordt gewijzigd als volgt: 1e. Na artikel 43 wordteen nieuw artikel 43a ingevoegd, luidende:

Artikel 43a. De inhoudingen op het loon op grond van het bepaalde krachtens artikel 30 worden volgens door Onze Minister te stellen regelen met de in dit hoofdstuk bedoelde vergoedingen verrekend.

2e. De aanduiding b in artikel 45 wordt gewijzigd in c. Een nieuw onderdeel b wordt ingevoegd, luidende: Het verrekenen van de inhouding als bedoeld in artikel 43a.

ARTIKEL V

De bepalingen van de Werkloosheidswet en de Wet Werkloosheidsvoorziening, zoals deze luidden vóór de dag waarop deze wet in werking treedt, blijven van toepassing ten aanzien van tijdvakken, gelegen vóór die dag.

ARTIKEL VI

De werknemer in de zin van de Werkloosheidswet, die op of na de dag, waarop deze wet in werking treedt, onvrijwillig, al dan niet ten gevolge van ontslag uit zijn dienstbetrekking, geheel of ten dele werkloos wordt, en in de periode van 12 maanden, aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande op een of meer dagen arbeid heeft verricht in een dienstbetrekking in de zin van de Wet Sociale Werkvoorziening wordt voor de toepassing van artikel 35 van de Werkloosheidswet geacht op die dagen als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet te hebben gewerkt.

ARTIKEL VII

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16527, nrs. 1-3

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Sociale Zaken, De Staatssecretaris van Financiën,

Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16527, nrs. 1-3

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.