Inhoudsopgave

Tekst

MOTIE VAN HET LID B. DE VRIES

Voorgesteld in de uitgebreide commissievergadering van 16 maart 1981

De Kamer,

gehoord de beraadslaging; overwegende, dat -door de beperkte verzelfstandiging van het inkomen van de gehuwde vrouw -voor huishoudens met twee inkomens een aanzienlijk milder fiscaal regime is ontstaan dan voor meerpersoonshuishoudens met één inkomenstrekker (alleenverdieners);

overwegende, dat dit verschil toeneemt naarmate het inkomen van beide partners hoger is;

overwegende, dat de betekenis van dit verschil toeneemt, wanneer de -op zichzelf gewensteverzelfstandiging zich gaat uitstrekken tot inkomensbestanddelen, die thans nog tot het gezinsinkomen worden gerekend;

overwegende, dat zulks er in de jaren tachtig -mede door het pluriformer worden van het gezin en de gekozen rolpatronen -toe zal leiden, dat de toch reeds toenemende bruto-inkomensverschillen tussen huishoudens, door de belastingheffing in de nettosfeer worden versterkt;

constaterende, dat deze ontwikkeling wordt veroorzaakt, doordat in het belastingregime voor twee-inkomenshuishoudens relatief minder gewicht wordt toegekend aan het besparend effect van de gezamenlijke huishouding naarmate het inkomen hoger is, terwijl aan het draagkrachtvermeerderd effect van het naast elkaar bestaan van twee inkomens geen gewicht wordt toegekend; voorts constaterende, dat in het belastingregime voor alleenverdieners aan het draagkrachtverminderend effect, dat voortvloeit uit het levensonderhoud van de partner, relatief minder gewicht wordt toegekend naarmate het inkomen hoger is;

van oordeel, dat het -mede met het oog op de wenselijkheid van een verdergaande verzelfstandiging -gewenst is aan deze draagkrachtbepalende factoren in de toekomst weer meer gewicht toe te kennen;

Tweede Kamer, zitting 1980-1981,15835, nr. 23

overwegende, dat de ruimte om het fiscale regime voor twee-inkomenshuishoudens te verzwaren beperkt is, vanwege het gevaar van een «fiscale» vlucht uit de gezamenlijke huishouding;

verzoekt de Regering, zodanige wijzigingen in het belastingstelsel voor te bereiden, dat de fiscale regimes voor twee-inkomenshuishoudens en alleenverdieners weer dichter bij elkaar worden gebracht, en daarbij onder meer aandachtte besteden aan: a. het gelijktrekken respectievelijk verminderen van de afstand tussen de totale belastingvrije voet voor meerpersoonshuishoudens met één en met twee inkomens; b. de mogelijkheid het regime voor alleenverdieners te verzachten door bij de vaststelling van het tarief uit te gaan van een delingsfactor van bij voorbeeld 1,8 zulks in combinatie met de mogelijkheid van inkomensevenredige belastingsreductie in die gevallen waarin de belastingdruk op twee-inkomenshuishoudingen als gevolg van de introductie van dit nieuwe tarief zwaarder zou worden dan die op één-inkomensgezinnen, en gaat over tot de orde van de dag.

  • B. 
    de Vries

Tweede Kamer, zitting 1980-1981,15835, nr. 23

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.