Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 21

MOTIE VAN DE LEDEN KOMBRINK EN EPEMA BRUGMAN Voorgesteld in de uitgebreide commissievergadering van 16 maart 1981

De Kamer,

gehoord de beraadslaging; overwegende, dat in principe gehuwd en niet-gehuwd samenlevende partners in de belastingheffing gelijk dienen te worden behandeld;

van oordeel, dat bij de realisering van dat principe zo goed mogelijk gewaakt moet worden tegen uit maatschappelijk oogpunt minder aarvaardbare controlekwesties;

tevens van oordeel, dat er voor gewaakt moet worden, dat betrokkkenen op een voor hen voordelige wijze een uiteenlopend gebruik van diverse overheidsregeling maken door wisselend (wel en niet het niet-gehuwd) samenwonen als relevant element aan te merken;

verzoekt de Regering, verdergaande stappen voor te bereiden tot een gelijke behandeling ongeacht de samenlevingsvormen en daarbij op basis van de eigen opgave de fiscale behandeling als rechtsnoerte nemen voor de wijze van toepassing van in elk geval andere financiŽle regelingen van overheidswege; verzoekt de Regering over de controle-en uitvoeringsproblemen met betrekking tot de niet-gehuwd samenlevenden nader aan de Kamer te rapporteren. en gaat over tot de orde van de dag.

Kombrink Epema-Brugman

Tweede Kamer, zitting 1980-1981,15835, nr. 21

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.