Inhoudsopgave

Tekst

Nr. 19

MOTIE VAN DE LEDEN EPEMA-BRUGMAN EN KOMBRINK Voorgesteld in de uitgebreide commissievergadering van 16 maart 1981

De Kamer,

gehoord de beraadslaging; overwegende, dat bij het in een fiscaal stelsel toekennen van extra draagkracht aan een leefeenheid waarin beide partners buitenshuis werken en daardoor inkomen genieten, er redenen aanwezig zijn aan deze leefeenheid een draagkrachtverminderende factor toe te rekenen, ingeval in deze leefeenheid kinderen jonger dan 12 jaren aanwezig zijn;

van mening, dat aan deze draagkrachtverminderende factor in beginsel recht kan worden gedaan door in die situatie een toeslag op de kinderbijslag toe te kennen met betrekking tot deze kinderen;

voorts van mening, dat dit het voordeel heeft dat ongeacht de inkomenspositie het netto-effect van de toeslag gelijk is in plaats van dat deze groter wordt bij een hoger inkomen zoals bij een belastingaftrek het geval is;

verzoekt de Regering, in een nadere adviesaanvrage aan de SER aanhakend aan de adviesaanvrage met betrekking tot de herstructurering van het kinderbijlagstelsel de toekenning van dergelijke toeslagen aan de orde te stellen, in samenhang met de thans geldende faciliteiten voor één ouder gezinnen, en gaat over tot de orde van de dag.

Epema-Brugman Kombrink Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 15835, nr. 19

 
 

Meer informatie

 
 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.