De stemmingen over de tijdens het debat over het wetsontwerp Herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 juli 1... - Handelingen Tweede Kamer 1979-1980 18 juni 1980 orde 6

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen over de tijdens het debat over het wetsontwerp Herziening van het wettelijk minimumloon, enige sociale verzekeringsuitkeringen en een aantal andere uitkeringen en pensioenen per 1 juli 1980 en 1 januari 1981, (16212), te we ten: de motie-Van der Doef c.s. over het handhaven van de koopkracht van mensen met het minimumloon en sociale minima (16212, nr. 6); de motie-Van der Doef c.s. over het niveau van de sociale uitkeringen (16212, nr. 7); de motie-B. de Vries c.s. over het handhaven van de koopkracht van de minimumgezinsinkomens in 1980 (16212, nr.8);

©

De Voorzitter: Mij is gevraagd, de beraadslaging te heropenen. Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen. Daartoe wordt besloten.

©

De heer Van der Doef (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Over met name de koopkrachtzekerheid voor de sociale minima is al veel verklaard, toegelicht, ingetrokken, uitgelegd, beloofd, verkeerd begrepen en opnieuw heilig beloofd. Er mag geen twijfel bestaan over de vraag, wat nu precies met de teksten, die in het geding zijn wordt bedoeld.Ik heb gisteren de gevraagde inlichtingen van de Regering gekregen. Ik heb aan de heren De Vries en De Korte gevraagd of zij bereid waren wijzigingen aan te brengen in hun motie op grond van aangetoonde onduidelijkheden en onzekerheden, die zij juist wilden wegnemen. Ik heb tot mijn spijt vastgesteld dat er geen wijziging is aangekondigd. Dat heeft ons ertoe gebracht onze eigen motie op nr. 6 nader te preciseren wat betreft het tijdstip, waarop uiterlijk voorstellen van de Regering moeten zijn ingediend. Het is zaak dat uiterlijk 1 oktober maatregelen kunnen worden genomen. De uitspraken, die de heren De Vries en De Korte hebben gedaan, maken duidelijk, dat zij zich eerder vertrouwd voelen met de uitspraken en opvattingen van de Minister-President ter zake van de sociale zekerheid dan met die van de Minister van Sociale Zaken. Dat zou op zich zelf een reden moeten zijn om te vragen wat precies de strekking van de motie is. Nu geen wijziging is voorgesteld, onderstreep ik nog eens, dat deze motie uitsluitend spreekt over gezinshuishoudens, in tegenstelling tot eerdere toezeggingen, ook van de zijde van het CDA. Niet wordt in die motie gesteld, dat die voorstellen op een zodanig tijdstip moeten zijn ingediend, dat per 1 oktober maatregelen kunnen worden genomen. Dat leidt ertoe dat wij zeer hechten aan de eigen motie, hoewel ik bepaald niet heb willen uitsluiten, dat de Kamer vandaag tot een gemeenschappelijke motie, althans een motie waarop een grote meerderheid in deze Kamer zich had kunnen verenigen, was gekomen. Nu de regeringspartijen er om eigen politieke redenen aan hebben gehecht, een cryptische, mistige motie in te dienen, moet ik erop staan dat wij aan onze eigen motie vasthouden' uiteraard in de verwachting dat deze niet mis te begrijpen motie, die in overeenstemming is met uitspraken die ook eerder door de CDA-fractie zijn gedaan, een meerderheid in deze Kamer zal krijgen.

©

De Voorzitter: De heer Van der Doef heeft zijn motie (16212, nr. 6) gewijzigd in die zin, dat het dictum ervan komtte luiden: nodigt de Regering uit op een zodanig tijdstip met daartoe strekkende voorstellen te komen, dat maatregelen nog op 1 oktober 1980 kunnen worden in-gevoerd, en gaat over tot de orde van de dag. Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 10(16212).

Mij is tevens zojuist gebleken, dat de gewijzigde tekst van de motie de leden niet tijdig heeft bereikt. Ik weet niet waarom niet, maar zal dat uiteraard laten nazoeken. Onder deze omstandigheden moet ik voorstellen de sternmingen uit te stellen tot aanstaande dinsdag. Het lijkt mij namelijk het meest correct de stemmingen over alle drie de moties, dus de nrs. 6 tot en met 8, tot die datum uit te stellen.

©

De heer Van der Doef (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Ik ben het met uw conclusie eens. Ik hecht er alleen aan, mee te delen dat ik mij heb beijverd, ervoor te zorgen dat de leden gisteravond nog deze gewijzigde motie in hun vakjes konden aantreffen. Het spijt mij dat dit niet is gelukt.

©

De Voorzitter: Ik zal dit speciale geval onderzoeken en een regeling treffen waarmee herhaling in de toekomst wordt voorkomen. In de afgelopen maanden hebben wij zo'n ervaring gelukkig niet gehad, maar preventie voor de toekomst is toch nuttig. Overeenkomstig het voorstel van de Voorzitter wordt besloten. De beraadslaging wordt gesloten.

De Voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over de onderwerpen, waarover zojuist is gestemd.

©

De heer Nijhof (DS'70): Mijnheer de Voorzitter! Ik heb mij in mijn stemgedrag over de motie-Scholten c.s. (15800 V, nr. 115) door de volgende overwegingen laten leiden. De bezwaren van DS'70 tegen het afschuwelijke systeem van apartheid in Zuid-Afrika mogen bekend worden verondersteld. Het buitenlands beleid van Nederland behoeft niet in zijn in-breng, maar dient wel in zijn uitvoering zoveel mogelijk gecoördineerd te worden met dat van de negen. Dat betekent, dat pas door ons voor een olieboycot jegens Zuid-Afrika wordt gekozen indien de negen hiertoe zouden besluiten. De positie van Zimbabwe en de afhankelijkheid van dit land van olie uit Zuid-Afrika op dit moment moeten overigens in dit kader worden beoordeeld en mogen niet nodeloos geschaad worden. Het experiment Zimbabwe is ook in zijn economisch weislagen van vitaal belang voor hetzuidelijk deel van Afrika. Het is voorts een politiek relevant feit dat de VN-conferentie over sancties tegen Zuid-Afrika, die het VN-centrum tegen apartheid dit jaar zou nouden, naar het volgend jaar is verschoven. De Nederlandse inbreng kan eerst alsdan op politiek effectieve wijze gestalte krijgen. Zou een olie-embargo niet als logische tegenhanger moeten hebben een afzien door Nederland, direct dan wel indirect, van Zuid-Afrika's grondstoffenrijkdom? Hierover zwijgt de motie, hetgeen inconsequent moet worden geacht. Dit alles afwegende tegen het effect van de politieke signaalfunctie die een eenzijdige Nederlandse stap nu zou hebben ten opzichte van Zuid-Afrika, een stap die als soloactie economisch van marginaal belang is, meende ik niet voor de motie te kunnen sternmen.

©

De heer Bolkestein (VVD): Mijnheer de Voorzitter! Ik wil een korte stemverklaring afleggen over de motie-Brinkhorst c.s. ten aanzien var. een Nederlandse kandidaat voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, waar mijn fractie voor heeft gestemd. Zij is van mening, dat de Regering moet

trachten in aile politieke groeperingen te zoeken naar een kandidaat die geschikt is voor deze positie. Daarmee wil mijn fractie nog niet het streven van sommigen onderschrijven, dat deze kandidaat noodzakelijkerwijs moet worden gevonden in de rangen van de oppositie. D De heer Van lersel (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Wij hebben de motie-Brinkhorstc.s. (16250, nr. 2) in algemene termen ondersteund. Wij hebben daarbij absoluut niet het oog gehad op één persoon of één partij. Het ging ons vooral om een repressieve reprimande aan de Regering, dat zij er niet in is geslaagd, een Nederlandse voorzitter te vinden. Dat is een ernstige zaak.

©

De Voorzitter: Het Presidium heeft met eenparigheid van stemmen besloten te stellen in handen van: a. de vaste Commissie voor Justitie: wetsontwerp Wegneming van een aantal ongelijkheden tussen man en vrouw in het personen-en familierecht en in enige andere wetten (16247); b. de vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen en de vaste Commissie voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk gezamenlijk: wetsontwerp Intrekking van de Wet van 26 mei 1970 tot regeling van het onderwijs van rijkswege in de beeldende kunsten -'de Wet op de Rijksakademie' -en machtiging tot het oprichten van een rechtspersoon welke ten doel heeft nieuwe vormen van kunstbeoefening te stimuleren (16241).

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.