De stemmingen over: de motie-Van der Doef c.s. over de component «herstructurering van beloningsverhoudingen» - Handelingen Tweede Kamer 1979-1980 13 december 1979 orde 12

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Aan de orde zijn de stemmingen over: de motie-Van der Doef c.s. over de component «herstructurering van beloningsverhoudingen» (15900, nr. 27);

de motie-Van der Doef c.s. over de component «eindejaarsuitkering» (15900, nr. 28);

de motie-Van der Doef c.s. over de consequenties van de verhoging van de vakantiebijslag (15900, nr. 31); de motie-Van der Doef c.s. over een parallelle inkomensontwikkeling van actieven en niet-actieven (15900, nr. 36). De motie-Van der Doef c.s. (15900, nr. 27) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

©

De Voorzitter: Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D'66, de PPR, de CPN en de PSP vóór deze motie hebben gestemd. De motie-Van der Doef c.s. (15900, nr. 28) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat deze motie is verworpen met dezelfde sternverhouding als de vorige. De motie-Van der Doef c.s. (15900, nr. 31) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat deze motie is verworpen met dezelfde sternverhouding als de vorige. De motie-Van der Doef c.s. (15900, nr. 36) wordt bij zitten en opstaan verworpen.

De Voorzitter: Ik constateer, dat deze motie is verworpen met dezelfde sternverhouding als de vorige.

De Voorzitter: Ik geef thans gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen over de onderwerpen, waarover zojuist is gestemd.

©

De heer Van der Doef (PvdA): Mijnheer de Voorzitter! Na de uitvoerige beschouwingen rond het wetsontwerp heb ik er behoefte aan het stemgedrag van mijn fractie, die zo overtuigend tegen het wetsontwerp heeft gestemd, te motiveren. Juist in de situatie waarin algemeen bereidheid aanwezig is om onder zich veranderende economische omstandigheden de gevolgen daarvan ook in de inkomensverhoudingen tot uitdrukking te brengen en lijnen uit het verleden door te trekken in de mate waarin zij werkelijk inkomensparallelliteit te zien geven, is het voor ons niet aanvaardbaar, dat een wetsontwerp gegroeide, gewenste, besloten en maatschappelijk verworven inkomensverhoudingen corrigeert middels een daarin vervatte ingreep. De gevolgen daarvan voor de mensen die zijn aangewezen op sociale uitkeringen hebben niet alleen het effect dat wij hebben beoogd, namelijk vanaf 1 januari 1980 parallelle inkomensontwikkelingen, maar zij hebben in het bijzonder het effect dat op de gegroeide inkomensverhoudingen op een grove wijze inbreuk wordt gemaakt. Ik heb er al op gewezen -en ik herhaal het bij deze stemverklaring uitdrukkelijk -wat de extra betekenis van dit wetsontwerp is geweest voor de sociaal-economische verhoudingen en voor het arbeidsvoorwaardenoverleg. Ik heb er al op gewezen welke negatieve invloed daarvan is uitgegaan. Op die gronden, die betrekking hebben op zowel datgene wat er in het wetsontwerp ten aanzien van de sociale minima gebeurt als het grove onderscheid dat gemaakt gaat worden tussen oude en nieuwe gevallen van uitkeringen boven het minimum, hebben wij tegen dit wetsontwerp gestemd.

©

De heer Nypels (D'66) Mijnheer de Voorzitter! De fractie van D'66 erkent dat het wetsontwerp principiële betekenis heeft met name doordat een vorm van welvaartsvaste koppeling van de sociale minima en het netto minimumloon wordt vastgelegd in de wet. Wij erkennen ook de noodzaak van het nemen van een beslissing over de effecten van de structuurwijzigingen in de bouw-en uitzendc.a.o.'s. Toch kunnen wij onze stem niet vóór het wetsontwerp uitbrengen, ook al erkennen wij verder dat tijdens de behandeling van het wetsontwerp twee belangrijke verbeteringen zijn aangebracht door de nota van wijzigingen: Een neerwaartse correctie van het minimumloon bij de verhogingen van de minimumvakantiebijslag heeft niet plaatsgevonden. Het is bovendien van grote betekenis dat voor de bestaande uitkeringen geen afbouw van de volgens de Regering in het verleden ten onrechte gekregen overcompensaties zal plaatsvinden. Het blijft echter in onze ogen een groot bezwaar, dat de nieuwe uitkeringen voor de bovenminima in de sociale verzekeringen, waaronder de WAO en werkloosheidsuitkeringen, worden verlaagd in netto uitkeringspercentage, terwijl de nieuwe koppeling van de sociale minima aan het minimumloon een te grote achteruitgang voor de betrokkenen geeft. Een belangrijk argument echter om tegen het wetsontwerp te stemmen is ook onze twijfel over de zorgvuldig-Tweede Kamer 13 december 1979

heid van de wetgeving zelf. Wij kunnen de consequenties die dit wetsontwerp heeft voor de betrokkenen in de toekomst niet overzien door het te korte tijdsbestek, waarin de behandeling heeft plaatsgevonden -dit is overigens geen verwijt aan de Voorzitter -en de chaotische gang van zaken met de laatste nota van wijzigingen waardoor wij vannacht niet eens konden overzien wat de consequenties daarvan waren voor onze eigen amendementen, waardoor wij niet konden overzien wat gehandhaafd moest worden, wat aangepast en gewijzigd, waardoor het ook ten dele onmogelijk is gebleken met na me een door de Partij van de Arbeid in-gediend amendement nog tijdig aan te passen. Dit alles heeft voor ons tot gevolg dat wij niet de verantwoording voor het wetsontwerp wensen te dragen.

©

De heer Weijers (CDA): Mijnheer de Voorzitter! Dit wetsontwerp vormt een gelukkige afsluiting van een jarenlang slepende, en slepend gehouden, discussie over scheefgroei in de koppelingsstelsels. Bovendien wordt wederom een mijlpaal in de geschiedenis van de sociale zekerheid geslagen, namelijk de nettonettokoppeling. Na de door onze fractie gevraagde wijzigingen voor minimumniveau en voor de verkregen rechten daarboven, stemmen wij in met het ontwerp. Daarmede is opnieuw zekerheid in de sociale zekerheid voor jaren bereikt en wij zullen daar, zoals altijd, voor blijven staan.

De vergadering wordt van 18.40 uur tot 20.15 uur geschorst.

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.