Notitie van de staatssecretaris van sociale zaken - Organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

1 januari 1980

Regionale coördinatiecommissies

  • Inleiding De mogelijkheden om het beroep op sociale uitkeringen te beperken zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de mate waarin arbeidsplaatsen beschikbaar zijn. Het daarop gerichte beleid vormt een onderdeel van het algemene sociale en sociaal-economische beleid. Ondanks het structureel hoge werkloosheidsniveau blijven er beschikbare arbeidsplaatsen onbezet. Zowel in de notitie Volumebeleid als in de notitie Knelpunten op de arbeidsmarkt wordt met name daarop ingegaan. Tot een vermindering van knelpuntsituaties kan bijdragen een zo goed mogelijke coördinatie tussen instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van de werkloosheidsregelingen en de arbeidsvoorziening, zowel op landelijk als op regionaal niveau. Ook de herintreding in het arbeidsproces van gedeeltelijk arbeidsongeschikten zal daarbij moeten worden betrokken. De landelijke coördinatie komt tot stand in het OWA. Inhoud en vorm van de mogelijkheden tot regionale coördinatie wordenop basis van de gedachtenvorming in het OWA over in te stellen regionale coördinatiecommissies -onderstaand nader uitgewerkt.

2.

Uitgangspunten

Er bestaat een duidelijke verwevenheid tussen een aantal terreinen van beleid in de begeleiding van werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. De verschillende uitvoeringsorganen beschikken over instrumenten en deskundigheid die complementair werken. Dat geldt ten opzichte van de uitkeringsgerechtigden, maar leidt bovendien tot functies die de uitvoeringsorganen ten opzichte van elkaar vervullen. Een zo goed mogelijke coördinatie zal de effectiviteit van het instrumentarium vergroten. Bij de toekenning van taken aan de regionale coördinatiecommissies zal de nadruk worden gelegd op die coördinatie. Bescherming van de rechtszekerheid voor individuele verzekerden en handhaving van de autonomie van de afzonderlijke uitvoeringsorganen zullen daarbij gewaarborgd moeten zijn. De coördinatieconrv missies hebben derhalve een coördinerend en adviserend en niet een bestuurlijk beslissend karakter. Ten einde het mogelijk te maken de wijze van functioneren van regionale coördinatiecommissies, de bijdrage die zij kunnen leveren tot het verminderen van knelpuntsituaties en de wenselijkheid ' Deze notitie is ingebracht in het overlegorgaan werkloosheids" en arbeidsvoorzieningen OWA).

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594 enz., nr. 8

van wetgeving voldoende te beoordelen, zullen de commissies voorshands een experimenteel karakter hebben. Dat maakt tevens mogelijk eventuele problemen voor de verschillende organen ten aanzien van het bemannen van de commissies te ondervangen.

3.

Samenstelling

Aan de regionale coördinatiecommissies (RCC) zullen deelnemen: -de bedrijfsverenigingen: twee vertegenwoordigers aan te wijzen door de Federatie van Bedrijfsverenigingen -de gemeenten: twee vertegenwoordigers aan de wijzen door de gezamenlijke gemeenten in de betrokken regio -het arbeidsbureau: twee vertegenwoordigers aan te wijzen door het arbeidsbureau in de betrokken regio -de GMD: één vertegenwoordiger -de rijksconsulent WWV -de consulent van het Bureau landelijk contact CRM.

4.

Taakinhoud

De regionale coördinatiecommissies kunnen algemene aanbevelingen doen aan elk der uitvoeringsorganen om knelpunten die voortvloeien uit de gescheiden bevoegdheden te ondervangen. Die aanbevelingen zullen zijn gericht op coördinatie, onderlinge afstemming en optimalisering bij de aanwending ten opzichte van individuen en categorieën personen van in-strumenten, waarover elk der organisaties beschikt ter vermindering van het risico van langdurige werkloosheid. Het gaat daarbij om instrumenten tot herintreding in het arbeidsproces c.q. behoud van arbeidsplaats, gericht op zowel werknemers als op werkgevers. Voorlopig wordt daarbij gedacht aan vraagstukken rondom bemiddeling, passende arbeid, scholing, loonsuppletie, aanpassing en verbetering van arbeidsplaatsen, de onderlinge afstemming van de uitvoering van WW, WWV en RWW, de (on)vrijwilligheid van het ontslag, de wijze van controle en het sanctiebeleid. Op grond van ervaringen van de regionale coördinatiecommissies kan over deze terreinen nader worden overlegd. De regionale coördinatiecommissies zullen hun aandacht in het bijzonder richten op die categorieën werklozen (en gedeeltelijk arbeidsongeschikten), waarvoor zich in de betrokken regio met name knelpunten voordoen; echter uitsluitend voor zover de werkloosheidsduur langer is dan 3 maanden. Voor zover de regionale coördinatiecommissies zich bezighouden met in-dividuele gevallen, zullen die activiteiten uitsluitend gericht zijn op het doen van algemene aanbevelingen aan de verschillende uitvoeringsorganen, gericht op het vergroten van de effectiviteit van die maatregelen, die in het belang van betrokkenen zijn. De regionale coördinatiecommissies zullen kunnen beschikken over gegevens van de verschillende uitvoeringsorganen, voor zover die voor hun taakuitoefening noodzakelijk zijn en de privacy zich daartegen niet verzet.

5.

Vormgeving

Het experimentele karakter van de regionale coördinatiecommissies dient onder meer tot uitdrukking te komen in een afspraak ten aanzien van determijn, waarna evaluatie plaatsvindt. Voorgesteld wordt het experiment op te zetten voor drie jaar. Het eerste jaar kan daarbij als gewenningsfase worden gezien. In het tweede jaar zou de commissie volledig kunnen functioneren. Na dat tweede jaar zou ieder van de regionale coördinatiecommissies een verslag moeten opstellen. Het derde jaar biedt dan, terwijl het experiment nog loopt, de gelegenheid te besluiten tot beëindiging van het experiment, dan wel tot voortzetting in een meer definitieve, zo nodig bijgestelde en wettelijk vastgelegde vorm.

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594 enz., nr. 8

Gezien het experimentele karakter dient zoveel mogelijk te worden aangesloten bij bestaande structuren. Voorgesteld wordt daarom de regionale coördinatiecommissies qua gebiedsindeling af te stemmen op degebiedsindeling van de arbeidsbureaus. Ten einde problemen ten aanzien van de bemanning van de commissies te ondervangen, wordt voorgesteld voorlopig coördinatiecommissies in te stellen in die regio's waar de arbeidsbureaus zijn overgegaan tot de zogenaamde «nieuwe stijl», dan wel daartoe gedurende de eerste twee jaren van het experiment zullen overgaan, en in verband met een onderlinge vergelijking tevens in een beperkt aantal regio's waar nog geen arbeidsbureaus nieuwe stijl zijn. Voorgesteld wordt verder het voorzitterschap van de coördinatiecommissies telkens voor de periode van één jaar bij toerbeurt te later vervullen door een vertegenwoordiger van de bedrijfsverenigingen, de gemeenten en het arbeidsbureau. Het secretariaat zou kunnen worden vervuld door het arbeidsbureau.

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594 enz., nr. 8

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.