Lijst van vragen - Organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr.3

De vroegere stukken zijn gedrukt in de zitting 1978-1979

LIJST VAN VRAGEN Vastgesteld 3 oktober 1979

De vaste Commissie voor Sociale Zaken heeft ter voorbereiding van een openbare commissievergadering over het interimrapport «Organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid» de volgende vragen van feitelijke aard ter beantwoording aan de Regering voorgelegd. In onderstaande lijst is steeds vermeld op welk hoofdstuk van het interim-rapport de vragen betrekking hebben.

Aanbiedingsbrief van de Staatssecretaris 1 Kan worden meegedeeld wat precies bedoeld wordt met de zinsnede uit de brief van de Staatssecretaris (blz. 2): «Gezien het belang van de verhouding tussen de Minister en het beheersingsorgaan zal zorgvuldig moeten worden bezien hoe deze verhouding wettelijk kan worden uitgewerkt»?

Kan een overzicht worden gegeven van de belangrijkste verschilpunten en punten van overeenkomst tussen het Interimrapport en het eindrapport van de organisatiebureaus Berenschot, Bosboom en Hegener?

Welk van de twee voorgestelde beheersingssystemen werkt het meest ten gunste van een individuele behandeling van de uitkeringsgerechtigde?

In welk stadium verkeert de voorbereiding van de integratie van de sociale zekerheidsregelingen in geval van werkloosheid?

1 Samenstelling; Bakker (CPN), Nypels (D'66), Hermsen (CDA), voorzitter, Van Dis (SGP), Van Dam (CDA), Keja (VVD), Van Zeil (CDA), Poppe (PvdA), ondervoorzitter, Hartmeijer (PvdA), Van der Doef (PvdA), Weijers (CDA), Meijer (PvdA), Knol (PvdA), *Beckers-de Bruijn (PPR), Nijpels (VVD), De Hamer (PvdA), Moor (PvdA), De Voogd (VVD), De Korte (VVD), Bakker (CDA), Gerritse (CDA), *Buikema (CDA) en *Toussaint (PvdA).

Wat is de concrete betekenis van de opmerking in de brief van de Staatssecretaris dat de ontwikkeling van de uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid moet worden gezien in het financiële kader van Bestek'81?

  • Inleiding

Hoeveel deelrapporten zullen het onderhavige interimrapport over de organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid volgen en in welke fasen zal de besluitvorming over de toekomstige uitvoeringsstukken zich volgens de Staatssecretaris dienen te voltrekken?

2 vel

Tweede Kamer.zitting 1979-1980, 15594, nr. 3

7 Kan de bewindsman een vergelijkend overzicht geven van de randvoorwaarden die voor de projectgroep en die voor de organisatiebureaus Berenschot, Bosboom en Hegener gelden?

8 Hebben de op blz. 8 genoemde cijfers betrekking op de sociale zekerheid inclusief de gezondheidszorg?

9 Om welke redenen laten zowel de projectgroep als de SER de uitvoeringsstructuur van de wettelijke ziektekosten buiten beschouwing?

  • Algemeen

10 Gesteld wordt dat bij de werknemersverzekeringen de loongrenzen vervielen. Dit was toch niet het geval bij de ZFW?

11 Op blz. 13 wordt gesproken van «langlopende uitkeringen». Welke uitkeringen worden daarmee bedoeld? Is wat de overige uitkeringen betreft de hier ontwikkelde redenering niet van toepassing? Zo neen, waarom niet? Hoe zou het zijn indien enige jaren de waardevastheid zou zijn gehanteerd?

12 Waarom moet bij het sociale karakter van de risico's ook gedacht worden «aan voortdurende waardevermindering van het geld»?

13 Waarom is er bij de beschouwing van het stelsel geen aandacht besteed aan de ambtenaren?

14 Slaat «Het laatste ... zijn» (blz. 14, 7de en 8ste regel) alleen op «hantering van andere instrumenten van arbeidsvoorzieningenbeleid»? Zo ja, waarom niet op het eerste deel van dezelfde zin?

15 Welke zijn de «andere instrumenten van sociale zekerheid»?

16 Wat wordt in de grafiek op blz. 15 bedoeld met de aanduidingen «overige sociale voorzieningen» en «overheidsregelingen»?

17 a. Waarin is de afwijking van het (voorlopige) realisatiecijfer voor 1978 (ad 61 mld.) van het totaal van de uitkeringen van de sociale verzekeringen (inclusief de uitgaven voor de volksgezondheid) in 1978 (ad 59 mld.) gelegen? b. Welke uitgaven zijn in de 59 mld. begrepen? Voor welke bedragen? Zijn hierbij ook de kosten in verband met de uitvoering van de WSW (zie laatste zin blz. 12) betrokken?

18 Waarop is de verdeling in ca. 10% exogene oorzaken, 70% nominale ontwikkeling en 20% volumefactoren gebaseerd?

19 Wat is de -vermoedelijke -verdeling over 1975-1979?

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594, nr. 3

20 Vanaf 1963 zijn de uitgaven om de vier jaar verdubbeld. In de periode 1975-1979 zal van een verdubbeling waarschijnlijk geen sprake zijn. Welke oorzaken heeft dit?

21 In welke mate is het effect van de volumebeperkende maatregelen mede afhankelijk van de structuur en kwaliteit van het stelsel en van de organisatie van beleid en uitvoering?

  • De uitvoeringsorganisatie van de sociale zekerheid

22 Is bekend of bij de (kleine) bedrijfsverenigingen (bij voorbeeld in de kledingindustrie) druk wordt uitgeoefend om de eigen administratie op te geven?

23 De uitvoering van onderdelen van het socialezekerheidsstelsel als ABW, WSW, pensioenvoorzieningen, etc. wordt slechts aan de orde gesteld voor zover coördinatie met de sociale verzekeringen en de WWV en RWW de aandacht vraagt. Wat is hiervan de reden?

24 Kan over de adviserende taak van de SVR met betrekking tot sociaal-politieke aspecten meer worden meegedeeld?

25 Kan de bewindsman aangeven welke mogelijkheden de op elkaar afgestemde, geautomatiseerde administraties hadden kunnen bieden voor beleidsrelevante, kwantitatieve en kwalitatieve informatie van het uitvoeringsgebeuren?

26 Kan de Staatssecretaris nader aangeven waarom het aannemelijk is, dat de huidige wijze van samenstelling van de SVR een effectief toezicht als in-strument voor de beheersbaarheid belemmert? Zijn hier voorbeelden te geven?

27 Kan nader worden uiteengezet waarom de SVR aan het toezicht op de GMD geen reële inhoud heeft kunnen geven?

28 Waarom is aan het advies van de SVR destijds geen gevolg gegeven?

29 Kan worden meegedeeld waarom de commissie-Vos van oordeel was dat de argumentatie voor een bedrijfstakgewijze gedifferentieerde premie in de ziekengeld" en wachtgeldverzekering in belangrijke mate aan betekenis hebben verloren?

  • Beheersing van de sociale zekerheid

30 Welke relatie bestaat er tussen de plannen tot integratie van de ZW en de WAO en daarnaast de integratie van de RWW, de WW en de WWV enerzijds en de plannen tot reorganisatie van de beheersing van de sociale zekerheid anderzijds?

31 Wat wordt bedoeld als wordt gesteld, dat zowel het beleidsvormingsniveau als het uitvoeringsniveau een eigen verantwoordelijkheid hebben?

Tweede Kamer, zitting 1979-1980, 15594, nr. 3

32 Wat zijn de argumenten die ten grondslag liggen aan de stelling dat de eigen verantwoordelijkheid in de organisatie van het beheersingsproces tot uitdrukking moet komen?

33 Wat wordt bedoeld met de mededeling, dat beheersing van de aanspraken op de sociale zekerheid geen sociale zaak meer is van uitvoering alleen? Is niet de wetgever vanaf het begin mede betrokken geweest bij de uitbreiding van de sociale zekerheid?

34 a. Aan welke taken en verantwoordelijkheden van een coördinerend minister voor het sociale beleid denkt de bewindsman? b. Welke bevoegdheden ontbeert de huidige Minister van Sociale Zaken om de veronderstelde coördinatietaak naar behoren te vervullen? c. Kan de bewindsman aangeven wat die coördinatie precies inhoudt?

35 Wat zijn de consequenties van het voorstel dat de Minister van Sociale Zaken jaarlijks alle landelijke premiepercentages zou moeten vaststellen?

36 Op welke wijze zou uitwerking kunnen worden gegeven aan de gedachte van een gecoördineerde uitvoering van de WW, de WWV en de RWW, tussen de bedrijfsverenigingen, de gemeenten en de arbeidsbureaus?

37 Waarom wordt de WWV uitgevoerd door de gemeenten?

38 a. Kan een overzicht worden gegeven van het geconstateerde oneigenlijk gebruik van de werkloosheidsregelingen? b. Kan worden meegedeeld in welke mate dit oneigenlijk gebruik vervolgd wordt?

39 Wordt in het kader van de snelle afwikkeling van aanvragen ook gedacht aan voorlichting aan de curatieve medische sector (dit o.a. in verband met de vaak ongemotiveerd lang voorgeschreven behandeling)? Zo ja, wordt hierbij dan ook aandacht besteed aan de aard van de bedrijven (bij voorbeeld continubedrijven)?

40 Wat zijn de consequenties als de bemanning van het beheersingsorgaan na verloop van tijd het vertrouwen van een deel of van alle sociale partners verliest?

  • Het beheersingsorgaan

41 Waarom zal ten aanzien van de beheersingstaken van het orgaan zoveel mogelijk aansluiting moeten worden gezocht bij de doelstelling van de Algemene Rekenkamer?

42 Wat wordt bedoeld met de sociale zekerheid in engere zin?

43 Hoe wordt de bereidheid ingeschat van het georganiseerde bedrijfsleven, dat nu de uitvoeringsorganen bemant, om de voorgestelde rechtstreekse verantwoordelijkheid van de overheid voor de beheersing van de sociale zekerheid op het uitvoeringsniveau te aanvaarden?

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594, nr. 3

44 Waarop is de keuze van minimaal 3 en maximaal 5 personen in het college gebaseerd? Is een even aantal ook mogelijk? Hoe denkt de bewindsman deze personen die enerzijds volledig onafhankelijk zijn van het georganiseerde bedrijfsleven en anderzijds geacht worden het vertrouwen van de sociale partners te genieten, te vinden?

45 a. Hoe is de taakverdeling binnen het college? Is, gezien de taak van de registeraccountant in het secretariaat, het bestaan van een portefeuille «financiële zaken», mogelijk? b. Welke speciale eisen worden aan de voorzitter van het college gesteld?

46 Sluit de rechtspositie van de leden van het college aan bij die van andere bestuurders van dit niveau? Zo ja, bij welke?

47 Hoe wordt verzekerd, dat de benoeming van het beheersorgaan «geacht kan worden het vertrouwen te genieten van de sociale partners»?

48 Wat wordt bedoeld met «andere sectoren van het maatschappelijk leven»? Aan welke vorm van inspraak is gedacht?

49 Betekent «gehoord de SER» dat de SER op zijn beurt een voordracht (aantal?) doet aan de Minister?

50 Waarom is gedacht aan «bij voorbeeld zes jaren»? Wordt over het al dan niet herbenoemen opnieuw de SER gehoord? Wat is de procedure indien de Minister afwijkt van het advies c.q. voordracht van de SER bij (her)benoemen? Aan wat voor soort waarborgen is gedacht? Ten aanzien van wie bestaat «de onafhankelijkheid van de bestuurders»?

51 a. Hoe verhoudt zich het toezicht met betrekking tot interpretatie van «de te handhaven begrippen» tot de taak van de beroepsrechter? b. Hoe is verzekerd, dat, gelet ook op de taak van de beleidsvormer, steeds op de juiste wijze wordt gereageerd op ontwikkelingen in de jurisprudentie? c. Kan enige organisatorische uitwerking worden gegeven aan de gedachte de uitvoeringsorganen met betrekking tot wetsinterpretatie meer ruimte te bieden? Wat zal de rol van de Federatie van Bedrijfsverenigingen zijn?

52 Wat wordt bedoeld met «al dan niet rechtstreeks ontvangen klachten»? Wordt hierbij aan tussenschakels gedacht? Zo ja, welke?

53 Op welke wijze krijgt het toezicht een preventief, resp. een repressief karakter?

54 Op welke wijze wordt de koppeling van gegevensbestanden gerealiseerd en hoe is de privacy daarbij gewaarborgd? Welke «andere toezichthoudende organen» zijn hier bedoeld?

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594, nr. 3

55 Betekent «De projectgroep sluit zich bij de COMED-conclusies aan» dat het beheersingsorgaan de rol van de (administrateurs van de) fondsen, resp. de SVB en de SVR, met betrekking tot de premies volledig overneemt?

56 Waarom heeft het opdragen van gebundeld beheer van alle fondsen aan het beheersorgaan niet de voorkeur van de projectgroep?

57 Is hier met «volksverzekeringen» niet bedoeld «demografische verzekeringen» nu de SVB en RvA geen taak hebben met betrekking tot volksverzekeringen als AAW en AWBZ (zie ook blz. 17)?

58 Wordt gedacht aan het afschaffen van de SVB?

59 Aan welke wijze van vrijwillige coördinatie wordt gedacht? Hoe is daarbij verzekerd dat relevante ontwikkelingen in de jurisprudentie van de beroepsrechter aanstonds worden «vertaald» in het uitvoeringsbeleid van alle sociale verzekeringen?

60 Vreest de bewindsman niet veel tijdverlies bij het toepassen van de op blz. 42, 4de alinea omschreven procedure?

61 Op welke wijze komt een optimale coördinatie van de uitvoering van de WW, WWV en de RWW tussen bedrijfsverenigingen, gemeenten en arbeidsbureaus tot stand?

62 Is het gestelde omtrent het uitbrengen van spontane adviezen aan andere Ministers dan de Minister van Sociale Zaken niet in strijd met het gestelde onder 5.3.2.2?

63 Waaraan -zowel formeel als materieel -is gedacht bij «nadere uitvoeringsregelingen met wetskracht»? (5.3.4). Wat zijn «technische aspecten»?

64 Hoever is de commissie «tot advisering en coördinatie van onderzoek op het terrein van de sociale zekerheid» gevorderd? Kunnen al resultaten gemeld worden? Wanneer kan bedoelde inventarisatienota tegemoet worden gezien?

65 Is de invoering van het voorgestelde beheersorgaan ook mogelijk binnen de bestaande uitvoeringsorganisatie? Zo neen, waarom niet?

66 De voorgestelde organisatie van de beheersing schenkt veel aandacht aan de beheersing van buiten-en van bovenaf. Hoe is het met de beheersing van binnenuit, onder meer door de afstemming van de uitvoeringsorganen onderling?

67 Wat wordt verstaan onder «belangrijke bestuursbeslissingen» (blz. 45, 13de regel)?

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594, nr. 3

68 Is met «bij de Minister van Sociale Zaken in beroep te komen» niet bedoeld bij de Kroon in beroep te komen?

69 Het beheersorgaan neemt voor wat betreft de wijze waarop zij de externe controlefunctie uitoefent een onafhankelijke positie in ten opzichte van de Minister van Sociale Zaken. Hoe verhoudt zich dat tot de doelmatigheid?

70 Strekt de onafhankelijkheid van het beheersorgaan ten opzichte van de Minister van Sociale Zaken zich uit tot de zaken van doelmatigheid die behoren bij de controle, zoals die door de Rekenkamer uitgevoerd wordt?

71 Kunnen doublures vermeden worden door een werkwijze waarbij de Rekenkamer zoveel mogelijk gebruik maakt van bestaande rapporten van accountants en beheersingsorgaan?

  • Analyse van de functies in het uitvoeringsproces.

72 Kan ook een toelichting worden gegeven van de nadelen van een niet-geïntegreerde inning van premies en belastingen?

73 Kan worden toegelicht wat de relevantie is van een gedifferentieerde ZW/WW-premieheffing?

74 Op welke wijze wordt gedacht aan handhaving van de continuïteit in de begeleiding bij de overgang van een bedrijfsvereniging (WW) naar een gemeente (WWV)?

75 Kan een feitelijke opgave worden verstrekt van het aantal WW'ers die aan het einde van de uitkeringsperiode niet doorstroomt naar de WWV? Kan een zelfde overzicht ook worden gegeven van de overgang van WWV op RWW?

76 Waarop is de constatering gebaseerd, dat de gemeenten te weinig gebruik maken van de mogelijkheid om de uitvoering van de RWW en de WWV opte dragen aan regionale of intergemeentelijke sociale diensten?

77 Is er een recente evaluatie van het werk van de WWV-c.q. de RWW-commissies? Zo niet, wil de Staatssecretaris een dergelijk evaluatieonderzoek bevorderen?

78 Kan de Staatssecretaris een toelichting geven op welke wijze in de toekomst een samenwerking tot stand moet komen in de uitvoering van sociale zekerheid, arbeidsmarkt, gezondheids-en welzijnszorg, en onderwijs?

79 Welke consequenties ontleent de Staatssecretaris voor de individuele gevalsbehandeling in de sociale zekerheid aan het feit, dat beleid en uitvoering van de gezondheids-en welzijnszorg naar het lokale vlak wordt gedecentraliseerd?

Tweede Kamer, zitting 1979-1980,15594, nr. 3

80 Kan de Staatssecretaris aangeven op welke wijze een integratie tot stand kan komen tussen het onderzoek naar de gemeentelijke sociale dienstnieuwe stijl en het onderzoek naar de organisatie van de beheersing van de sociale zekerheid?

  • Globale schets van een toekomstige uitvoeringsorganisatie.

81 Kan meer gezegd worden over de nieuwe primaire verantwoordelijkheid van de uitvoeringsorganen en de wijze waarop de uitvoeringsorganen die primaire verantwoordelijkheid gezamenlijk moeten gaan dragen?

82 Kan nader worden ingegaan op de brede maatschappelijke discussie, met name ten aanzien van het tijdaspect?

83 Op blz. 32 wordt gesteld dat de uitvoeringsorganisaties een duidelijke homogene en doorzichtige structuur moeten hebben. Kan nader worden toegelicht, hoe deze uitvoeringsorganen daarin passen? Kunnen de bewindslieden toelichten of deze organen een positief of vertragend effect hebben op de snelheid waarmee de gevalsbeslissingen tot stand komen.

84 Zijn er gegevens bekend of de werkgevers-en werknemersorganisaties in staat zijn om de regionale organen te bemannen? Aan hoeveel regionale organen wordt gedacht?

85 Ten aanzien van het orgaan dat wordt belast met het gebundeld fondsbeheer worden drie alternatieven aangedragen, waarvan het eerste niet de voorkeur geniet. Hoe is de voorkeursvolgorde van de projectgroep met betrekking tot de twee overige alternatieven?

De voorzitter van de commissie, Hermsen De (wnd.) griffier van de commissie, Nieuwenhuizen Tweede Kamer, zitting 1979-1980, 15594, nr. 3

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.