Brief van De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Echte-minimabeleid

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 13

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN

WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 16 mei 1984 Bij de stemmingen op 5 april jl. over de moties die waren ingediend bij de UCV over het echteminimabeleid heb ik toegezegd de Kamer zo spoedig mogelijk te zullen informeren over de moties die door de Kamer met algemene stemmen werden aangenomen. In het bijzonder betrof dit de uitvoering van de motie-Buurmeijer c.s. (gedrukte stukken 18192, nr. 6) omdat daarbij de rechten in het geding zijn die kunnen worden ontleend aan de eenmalige uitkering 1983. Zoals ik in de UCV van 5 maart jl. heb uiteengezet, acht ik het niet verstrekken van de eenmalige uitkering aan degenen die een toeslag genoten op de R.w.w.-uitkering principieel juist en voor wat betreft de uitvoering volstrekt aanvaardbaar. Overigens is over deze kwestie ook nog een gerechtelijke procedure gaande. Een ander bezwaar tegen de motie-Buurmeijer c.s. betreft de daaraan verbonden kosten. In mijn antwoord op de vragen van de heer Willems heb ik uiteengezet dat met het alsnog toekennen van de eenmalige uitkering aan deze groep een bedrag van f 14 min. zou zijn gemoeid. Hoewel ik vanzelfsprekend terdege rekening houd met de brede steun voor de motie-Buurmeijer c.s. is dit budgettaire aspect evenzeer van grote betekenis, ook al omdat dit niet los kan worden gezien van de kosten die zijn gemoeid met de eveneens door de Kamer gevraagde extra voorziening voor de meerjarige echte minima. Ik ben daarom van mening dat een onverkort uitvoeren van de motie-Buurmeijer bezwaren oproept. Wel ben ik bereid een wens van de Kamer zwaar te laten wegen. En uit overwegingen van beleid én met het oog op de praktische gevolgen (wetgeving en uitvoering) acht ik het gewenst deze zaak aan de orde te stellen en te regelen in het kader van de echteminimaregeling 1984. Daarbij wil ik bezien in hoeverre alsnog een voorziening kan worden getroffen voor jongeren.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.