Brief van de minister en van De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - Echte-minimabeleid

Inhoudsopgave

  1. Tekst
  2. Meer informatie

Tekst

Nr. 1

BRIEF VAN DE MINISTER EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE

ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 12 december 1983 Zoals onder meer toegezegd tijdens de algemene politieke en financiële beschouwingen over de rijksbegroting 1984 doen wij u bijgaand een notitie toekomen over enkele aspecten van het echteminimabeleid. Het kabinet is zich ervan bewust dat een beleid gericht op herstel van de economie en de werkgelegenheid inkomensoffers vraagt. Voor huishoudingen die van uitsluitend één minimuminkomen moeten rondkomen, kunnen de offers zo zwaar zijn, dat het kabinet voor deze zogenaamde echte minima de noodzaak van bijzondere koopkrachtbeschermende maatregelen voortdurend moet overwegen. De nu toegezonden notitie biedt een inzicht in de problematiek van de echte minima. De notitie valt in twee delen uiteen. Het eerste deel gaat in op de koopkrachtontwikkeling van de echte minima en de wijze waarop aan hen een bijzondere koopkrachtbescherming kan worden geboden. Het tweede deel behandelt de institutionele en uitvoeringstechnische vormgeving van het echteminimabeleid. Bij de verkenning van de mogelijkheden tot een bijzondere koopkrachtbescherming voor de echte minima zijn in het eerste deel van de notitie onderscheiden: -Jaarlijkse koopkrachttoeslagen: hoogte en reikwijdte daarvan worden telkenjare op beleidsmatige gronden vastgesteld. -Structurele koopkrachtbescherming: een zodanige aanpassingssystematiek voor de echte minima, dat daarmee blijvend positieve afwijkingen kunnen worden bereikt ten opzichte van de koopkrachtontwikkeling van de overige minima.

Binnen beide hoofdvormen zijn enkele varianten beschreven.

In het tweede deel van de notitie wordt onder meer ingegaan op de gedachte van een raamregeling voor de echte minima. Binnen zo'n raamregeling kan jaarlijks een beleidsbeslissing over het al dan niet verlenen van een koopkrachttoeslag en over de reikwijdte en hoogte daarvan worden genomen. Een raamregeling kan de jaarlijkse besluitvor-

S-SZW

ming in zijn uitwerking versnellen en daarmee de tijdsruimte voor de feitelijke uitvoering verruimen. Twee modaliteiten worden vergeleken: enerzijds een aparte raamwet koopkrachttoeslagen, anderzijds het opnemen van de bevoegdheid tot het verlenen van koopkrachttoeslagen in de Algemene Bijstandswet. Definitieve standpunten heeft het kabinet nog niet bepaald. Over de wijze waarop aan de echte minima een bijzondere koopkrachtbescherming kan worden geboden wil het kabinet, alvorens voorstellen aan het parlement voor te leggen, advies vragen aan de Sociaal-Economische Raad. De beschrijving van de institutionele en uitvoeringstechnische vormgeving is vooral bedoeld om nu reeds een gerichte discussie met de Tweede Kamer daarover mogelijk te maken. Uit de notitie komen wel overwegende bezwaren naar voren tegen systemen (de varianten C, D en E) die een structurele koopkrachtbescherning als uitgangspunt hebben. Die overwegingen hebben ten dele een inkomens-politiek karakter. In de u recent toegezonden inkomensnotitie wordt daar eveneens aandacht aan geschonken. Evenzeer zijn er bezwaren van budgettaire aard. Bij de opstelling van het regeerakkoord is de zorg voor de echte minima tot uitdrukking gebracht door jaarlijks 300 min. beschikbaar te stellen voor een specifiek op deze groep gericht beleid. Voor 1984 is dit bedrag verhoogd tot 450 min. Voor de jaren na 1984 is conform het regeerakkoord in de meerjarenramingen voor het echteminimabeleid 300 min. opgenomen. De genoemde bedragen zijn afgestemd op een beleid ten aanzien van de echte minima dat uitgaat van jaarlijks beleidsmatig vast te stellen koopkrachttoeslagen. Binnen zo'n beleid onderscheidt de notitie twee varianten. Beide varianten (A en B) verschillen in het al dan niet maken van een onderscheid tussen de meerjarige echte minima en hen die slechts incidenteel een beroep op bijzondere koopkrachtbescherming voor de echte minima doen. Variant A sluit aan bij de systematiek van de afgelopen jaren, waarbij aan beide categorieën een zelfde koopkrachttoeslag wordt verleend Variant B gaat ervan uit dat meerjarige echte minima een hogere toeslag ontvangen dan de overige echte minima. Met betrekking tot de besteding van het voor 1984 beschikbare bedrag van 450 min. is het kabinet bereid na te gaan welk van deze beide varianten de voorkeur verdient. Daarnaast moet worden onderzocht of de bijzondere administratieve problemen, die aan hogere koopkrachttoeslagen voor de meerjarige echte minima verbonden zijn, kunnen worden opgelost. De reden dat het kabinet in deze notitie nog geen definitieve keuzes doet, hangt niet alleen samen met procedurele aspecten. Het de komende jaren te voeren echteminimabeleid moet passen in het totale inkomensbeleid. Daarbij is de verhouding tussen de ontwikkeling van de minimuminkomens en die van andere inkomens van bijzonder belang. Ook de uiteindelijke invulling van de stelselherziening sociale zekerheid vormt in dat geheel een belangrijk element. Een specifiek beleid ten aanzien van de echte minima dient naar het oordeel van het kabinet op de genoemde ontwikkelingen en op de invulling van de stelselherziening te worden afgestemd.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. de Koning De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf

 
 
 

Meer informatie

 
Deze website is tot stand gekomen mede dankzij een subsidie van Instituut Gak.